www.vergadering.nu  Recensie-index  www.vergadering.nu

1 RECENSIE


Het luistert nauw
De Nieuwe Bijbelvertaling nader bekeken
Karel Deurloo en Nico ter Linden
Uitg. Van Gennep, Amsterdam 2008
9789055159086
282 blz. € 17,90
Dit boek bestellen...
 

Sinds het verschijnen van de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) houdt deze de gemoederen bezig. Kun je de Bijbel `letterlijk` vertalen of gaat er dan iets verloren? 
Deurloo en Ter Linden zijn niet gelukkig met de NBV. Zij vinden dat gelovigen en ongelovigen beter verdienen en dat de bewogen en hoogbegaafde schrijvers van weleer geen recht wordt gedaan. 
In dit boek zetten zij uiteen waarom. Zij illustreren hun kanttekeningen met meer dan honderdvijftig voorbeelden uit alle Bijbelboeken zodat iedere geďnteresseerde leek zelf een oordeel kan vormen.
Deurloo en Terl Linden mochten beiden niet meevertalen aan de NBV


1. Nederlands Dagblad - 29 augustus 2008 - www.nd.nl

De Bijbel vertalen luistert nauw

Recensie door Mart-Jan Paul

Het nieuwste boek van Karel Deurloo en Nico ter Linden is opgedragen aan „Al degenen die zich een oordeel willen vormen over de Nieuwe Bijbelvertaling en aan alle kerkleden die moeten beslissen of deze vertaling voldoende betrouwbaar is om op de kansel en in het leerhuis te worden gebruikt". Het antwoord dat de beide auteurs geven, is glashelder: de NBV belemmert eerder de toegang tot de oude teksten dan dat ze die ontsluit.

De doelstelling was 'brontekstgetrouw en doeltaalgericht', maar het bezwaar van de kant van de emeritus-hoogleraar Oude Testament te Amsterdam en de voormalige predikant van de Westerkerk te Amsterdam, is dat de NBV zich aan die eigen doelstelling niet gehouden heeft. Er is onvoldoende rekening gehouden met de brontekst.

Het is nu eenmaal zo, dat ingewikkelde passages per definitie ingewikkeld Nederlands opleveren. Om dat toegankelijk te maken kun je beter in de kantlijn je lezers te hulp schieten dan de vertaling zelf aanpassen. Verstaanbaarheid is een groot goed, maar wanneer de theologische en poëtische zeggingskracht geweld wordt aangedaan, hebben wij ons te ver van het origineel verwijderd. De kritiek die op deze wijze in het Voorwoord naar voren komt, stamt voor een groot deel uit de 'Amsterdamse traditie', maar klinkt volgens de auteurs ook uit geheel andere hoek, 'van Willem Barnard tot de Gereformeerde Bond'.




Lekker winkelen zonder zorgen - Gratis verzending en retour
Het boek bevat twee hoofddelen: deel 1 geeft overwegingen en voorbeelden, deel 2 bevat voorbeelden van Genesis tot en met Openbaring. Nadat verschillen in wijze van vertalen zijn belicht, richt de toorn van de auteurs zich direct op de weergave van de naam van JHWH. Zij vinden het niet het ergste dat er gekozen is voor HEER, al laten ze liever de vier letters onvertaald staan, maar dat in Genesis 2 en 3 een zekere 'God, de HEER' voorkomt.

De Statenvertaling en NBG '51 geven de dubbele aanduiding beter weer: 'de HE(E)RE God'. Voor de auteurs is het essentieel dat God niet ook de God van Israël werd, en toen een naam kreeg die niet werd uitgesproken, maar dat het omgekeerde gebeurde: JHWH is God! De NBV heeft 'een fatale religieuze omdraaiing, een perversie van de openbaring'. Dit is stevige taal van Deurloo en Van der Linden.

Gedeeltelijk ben ik het er wel mee eens: de woordvolgorde in Genesis is in de oudere vertalingen beter weergegeven, maar het is ook waar dat in het eerste hoofdstuk van Genesis sprake is van Elohim ('God') die alles geschapen heeft. En die God wordt twee hoofdstukken lang (in Genesis 2 en 3) gelijkgesteld aan JHWH die in een persoonlijke relatie met Israël is getreden. De schepping gaat aan de verlossing vooraf, maar dat zullen de genoemde auteurs mij zo niet nazeggen.

Terecht dat ze in de volgende paragraaf daarom de theologie ter sprake brengen. De afgelopen jaren klonk van de kant van de medewerkers van de NBV nogal eens de stelling „Vertalen gaat aan de theologie vooraf'. De auteurs wijzen er echter op dat een vertaler zich terdege bewust moet zijn van zijn of haar theologische positie. „Zou het niet mogelijk zijn dat de vertaler die zegt vrij van alle theologie te zijn er een slechte theologie op nahoudt?" Als voorbeeld dient het woord 'bekering'. De NBV heeft dat vaak vervangen door 'inkeer', maar dat is wel iets anders. Het concrete verlaten van het slechte pad en het terugkomen van een verwerpelijke handelwijze, is vervangen door een innerlijk proces.

In een Nawoord geven de auteurs toe, dat mensen die kennis willen nemen van de Bijbel, zonder zich er al te zeer in te kunnen of willen verdiepen, met de NBV zeer wel uit de voeten kunnen. Voor gebruik op de kansel en in het leerhuis ligt het anders. In het rijtje alternatieven staat de Naardense Bijbel bovenaan, en de auteurs hebben hiervoor de grootst mogelijke bewondering. Al klinkt de nuancering dat het idioom van het Hebreeuwse werkwoord te weinig onderkend is en dat de vertaler beter niet had kunnen kiezen voor de tegenwoordige tijd. Ook de Herziene Statenvertaling komt ter sprake en daarbij vindt men het jammer dat 'Gij' vervangen is door U. De conclusie is dat de HSV in de eredienst niet onbruikbaar is, maar dat zij de moderne allure mist die van een nieuwe kanselbijbel verwacht mag worden.

De schrijvers vragen zich af waar de richteren of richters van de Statenvertaling zijn gebleven. De NBV maakt er rechters van, maar bij rechters denken wij aan juristen, met een bef. Waren die leiders van het volk?
In Lucas 1 behoort 'maagd' vertaald te worden, want er wordt niet het verhaal verteld van een geboorte uit een meisje, maar van een geboorte uit een maagd.
Kritiek is er ook op de weergave dat God „enkel en alleen wie gelooft als rechtvaardige aanneemt' in Romeinen 1. Dit dient als omschrijving van 'uit geloof, tot geloof. De trouw van God wekt het vertrouwen van de mens. Maar zoals de NBV het formuleert, is 'geloven' toch weer een menselijke prestatie geworden en is het precies het tegenovergestelde van wat Paulus bedoelde en Luther leerde.

Tot zover een impressie van het boek. Wie meer nadruk legt op begrijpelijkheid dan op een strikte weergave van het origineel, zal diverse voorbeelden in het boek snel terzijde leggen. Niettemin blijft er een behoorlijk aantal over - dat gemakkelijk uitgebreid kan worden - waar de lezer een indruk krijgt van de behoorlijk vrije manier waarop de grondtekst is weergegeven. Als we ons niet overleveren aan de interpretatie van de vertalers, maar zelf graag willen weten wat er staat, zullen we (ook) een andere vertaling nodig blijven houden.

De indruk zou gewekt kunnen zijn dat de auteurs alleen maar kritiek oefenen, maar dat is niet het geval. Ze geven steeds aan hoe het ook zou kunnen: een goede weergave van de brontekst in hedendaags Nederlands. De lezer krijgt daarmee zelf het vergelijkingsmateriaal in handen. Het zal mij niet verbazen als veel lezers zich toch gaan afvragen waarom in allerlei gevallen niet iets als het alternatief gekozen is!

www.vergadering.nu