www.vergadering.nu  Recensie-index  www.vergadering.nu

ZACHARIA EN DE TOEKOMST VAN JERUZALEM
J.G. Fijnvandraat
gebonden, 296 pag.
Uitg. Medema, Vaassen
9789063533861

Bijbelstudies bij de profetie van Zacharia

Zacharia heeft net als HaggaÔ na de Babylonische ballingschap onder de teruggekeerde Joden in het land IsraŽl geprofeteerd.
Zij riepen het volk op om de herbouw van de tempel weer ter hand te nemen. 
Zover de Schrift meedeelt, begonnen ze met hun profetische arbeid in het jaar 520 v.Chr. Zacharia's profetie ziet verder dan die tijd, en opent een perspectief dat ook nu nog toekomstig is: de Wederkomst van Christus.

3 RECENSIES


Reformatorisch Dagblad - 18 maart 2003

Zacharia, profeet van de toekomst
door Ds. J. Westerink

Zacharia is voor de gemiddelde kerkganger wat bekender dan de meeste van zijn collegaís, de kleine profeten van het Oude Testament. Dat heeft hij vooral te danken aan de acht visioenen, waarmee zijn boek begint. Veel predikanten hebben wel eens een serie preken over de nachtgezichten, zoals ze onder ons bekend zijn, gehouden. En er is ook heel wat over geschreven. 

Anders ligt het met de tweede helft van dit profetenboek. Dat is ook niet zo gemakkelijk. Zacharia deelt dit ílotí met DaniŽl. En evenals de profetie van DaniŽl vertoont die van Zacharia veel apocalyptische trekken. Zijn boodschap richt zich dus sterk op de toekomst. Maar welke toekomst? 

J. G. Fijnvandraat geeft op die vraag in de titel van zijn boek over Zacharia een duidelijk antwoord: ĒZacharia en de toekomst van JeruzalemĒ. Hij duidt zijn boek aan als ĒBijbelstudies bij de profetie van ZachariaĒ en geeft een vers-voor-vers-verklaring, aangevuld met samenvattingen en aan het eind van elk gedeelte voorzien van gespreksvragen. 




Lekker winkelen zonder zorgen - Gratis verzending en retour
Het doet weldadig aan dat de schrijver uitgaat van de absolute betrouwbaarheid van de Bijbel. Dat geeft een gevoel van verbondenheid. Ook in een aantal praktische toepassingen van de bijbeltekst is er de herkenning. 

Uitgangspunten 
De moeite die ik met dit boek heb, ligt in de uitgangspunten die de schrijver aan het begin formuleert en die in feite de bril vormen waardoor hij Zacharia leest. Fijnvandraat heeft een bepaalde visie op IsraŽl en de verhouding van IsraŽl en de gemeente van het Nieuwe Testament. Hij wijst niet alleen de vervangingstheorie af, die leert dat de kerk in de plaats van IsraŽl is gekomen. Ook de opvatting dat de kerk in IsraŽl wordt ingelijfd, zodat die kerk samen met IsraŽl bijvoorbeeld het Loofhuttenfeest moet vieren, volgt hij niet. 

Volgens Fijnvandraat heeft de gemeente van het Nieuwe Testament, ontstaan in Handelingen 2, een aparte plaats naast IsraŽl en is er voor IsraŽl nog een eigen toekomst weggelegd in de bedeling waarin de oudtestamentische heilsprofetieŽn hun vervulling krijgen. Met de toekomst van Jeruzalem bedoelt hij dan ook de toekomst van het aardse Jeruzalem. 

Door dat uitgangspunt wordt de uitleg beheerst. Wat overigens niet wegneemt dat Zacharia ons als nieuwtestamentische christenen volgens de schrijver veel te zeggen heeft met het oog op het praktische geloofsleven. Daarom mogen wij diverse gedeelten van Zacharia vrij toepassen op de gemeente of de kerk. Maar dat betreft de toepassing van de tekst, niet de uitleg. 

Met de schrijver wijs ik de vervangingstheorie af. Dat betekent echter niet dat ik zijn opvatting over de verhouding van IsraŽl en de gemeente deel. Mijn vraag is hoe ik dan -om maar iets te noemen- in het Oude Testament Psalm 87 moet horen, en in het Nieuwe Testament Romeinen 9-11 moet lezen. Is in het licht van de nieuwtestamentische vervulling vol te houden dat de profetieŽn met betrekking tot Jeruzalem hun vervulling vinden in het aardse Jeruzalem? In het licht van het Nieuwe Testament, dat Zacharia vaak aanhaalt, meen ik deze profeet anders te moeten lezen en verstaan. 

Een recensie leent zich niet voor een discussie. Daarom laat ik het bij deze vragen, dankbaar voor het goede dat in dit boek te vinden is. 


Onderstaande recensie in het ND van 4-11-2002 werd aangehaald in "Christenen voor IsraŽl.
Een relevant gedeelte uit dat artikel nemen we hier over.

Christenen voor IsraŽl - aktueel
december 2002

Chiliastische verwachting

door ds. G. HETTE ABMA

Het herstel van IsraŽl

Kortgeleden verscheen een boek van de hand van J.G. Fijnvandraat over Zacharia en de toekomst van Jeruzalem. In de bespreking wordt geconstateerd dat de heilsprofetie letterlijk in verband gebracht wordt met het volk IsraŽl en het land van de Joden. Het gaat hier om de zogenaamde chiliastische uitleg, die volgens ds. Joh. de Wolf ten onrechte het herstel van IsraŽl naar de verre toekomst verplaatst. Aan de vervulling van de profetie met Pinksteren wordt dan volgens hem schromelijk tekort gedaan.

Zonder enige argumentatie volgt de slotsom: "Deze oplossing van Fijnvandraat (en van bijvoorbeeld Christenen voor IsraŽl) is volgens mij een doodlopende weg." Maar is dit niet net als het verwijt van de beruchte pot die verwijten maakt in de richting van de ketel? Loopt de recensent zelf niet hopeloos vast? Eerlijk wordt door hem ten slotte opgemerkt: "Als we de toekomst niet chiliastisch benaderen, hoe moeten we dan met name Zacharia 12 en 14 wel uitleggen? Ik denk dat daar ook in gereformeerde kring het laatste woord nog, niet over is gezegd." (ND 04-11-02) Misschien zal het dan toch nodig zijn om een beetje chiliastisch te leren spreken.'

Tijdens de jaarlijkse bondsdag van de Nederlandse Hervormde Mannenverenigingen op Gereformeerde
Grondslag op zaterdag 26 oktober sprak ds. M. van Campen over 'Het Koninkrijk straks'. Deze docent aan de Christelijke Hogeschool in Ede vroeg de aanwezigen of de verwachting van het aanstaande Godsrijk wel leeft. Dus niet. Naar zijn besef heeft dat te maken met het allesbeheersende materialisme in onze cultuur. Ook raakt het de gelovigen vaak niet dat er zoveel leed in de wereld is en dat ongerechtigheid alom heerst.

Tot mijn stomme verbazing las ik dat er vervolgens door Van Campen een pleidooi gehouden werd voor
een gematigd chiliastische overtuiging. Let op: daarmee is de wissel om. Zijn argumentatie klopt als een bus: "De stelling van Augustinus, dat het duizendjarig vrederijk al is aangebroken, is immers niet houdbaar. Ook duiden de beloften in het Oude Testament op een periode voor het oordeel, waarin het koningschap van Christus zich op bijzondere wijze zal manifesteren." (ND 28-10-02)



Nederlands Dagblad - 4 november 2002
Recensie door ds. Joh. de Wolf

Herbouw van Jeruzalem
  en herstel van IsraŽl


Zacharia en de toekomst van Jeruzalem;
Bijbelstudies bij de profetie van Zacharia
].G. Fijnvandraat. Uitg. Mederna, Vaassen 2002, Ä 16,95.

Nehemia, een man van gebed en volharding
C.G. Vreugdenhil. Uitg. Boekhout, Scherpenisse 2002, Ä 12,50.

door ds. Joh. de Wolf

Waarom hebben bijvoorbeeld de vrijgemaakt gereformeerden eigenlijk geen samensprekingen met de Gereformeerde Gemeenten in Nederland? En gaat het boek Zacharia in de tweede helft niet over de toekomst van het huidige IsraŽl? Dat kun je je afvragen, als je de beide boeken leest die hier besproken worden.

Dat is allereerst een boek over Nehemia en de herbouw van Jeruzalems muren en poorten. Het is van de oud zendeling ds. C.G. Vreugdenhil, die tegenwoordig predikant is van de Gereformeerde Gemeente in Groningen.

En vervolgens een bijbelstudie over Zacharia van J.G. Fijnvandraat, die uit evangelische hoek afkomstig is. Deze twee bijbelstudieboeken handelen over dezelfde tijd, de eerste eeuw na,de ballingschap. En beide schrijvers gaan uit van de betrouwbaarheid van de Bijbel.

Vroom en wijdlopig

Het boek van ds. Vreugdenhil
over Nehemia bestaat uit negentien preken, die volgens de schrijver ook als bijbelstudies gebruikt kunnen worden. Gezien de herkomst van de schrijver viel het taalgebruik mij behoorlijk mee. De aanhalingen uit de Bijbel zijn uit de Statenvertaling, maar het eigen taalgebruik van ds. Vreugdenhil is fris en levendig.
Wat verder opvalt, is dat de preken ernstig en confronterend zijn, maar dat de bemoediging en blijdschap zeker niet ontbreken. Een nadeel is dat ze vrij lang zijn, omdat ze vol zitten met uitweidingen. Op nogal willekeurige wijze wordt er vaak van alles 'bijgesleept' dat zogenaamd met de tekst te maken heeft. De muren van Jeruzalem worden bijvoorbeeld vergeestelijkt tot de muur van Gods geboden die in onze tijd bescherming moeten geven. Zoiets maakt voor mij een preek alleen maar zwakker.

De preken hebben allemaal netjes een thema met twee, drie of vier punten. Toch zegt dat niet zoveel. Want de thema's zijn telkens niet meer dan opschriften en bevatten geen uitspraken waarin de boodschap van een gedeelte wordt samengevat. Er is meestal geen beheersend principe dat de preek oftewel het hoofdstuk lijn geeft.
Zo behoudt de auteur ook alle vrijheid de punten met allerlei stof uit de tekst of elders vandaan 'vol te stoppen'. Maar dat doet geen recht aan de eigenlijke bedoeling van een pericoop. In het boek staat op zichzelf niets verkeerds, maar de sprong van tekst naar toepassing is vaak wonderlijk en toevallig.

Voorzichtig en gedreven

Het boek van Fijnvandraat
is geen prekenbundel, maar een echte bijbelstudie. Het boek Zacharia wordt pericoopsgewijs behandeld. De schrijver geeft telkens een bondige uitleg en gaat daarna nog wat breder op aparte woorden en uitdrukkingen in.

Al is de schrijver geen theoloog, hij schrijft toch met kennis van zaken en heeft zich breed georiŽnteerd. In de noten haalt hij andere schrijvers of bijbelgedeelten aan om zijn eigen keuze te verduidelijken. Bij moeilijke passages gaat hij voorzichtig tewerk en vergelijkt hij nauwkeurig wat er door deze en gene van gezegd is.

Alleen al vanwege het vele (ook actuele) materiaal dat hij gebruikt en verwerkt, is dit boek waardevol en lezenswaard. Er is wel een 'maar' aan het boek verbonden. Direct bij het begin komt de auteur voor zijn uitgangspunten bij de exegese uit. Hij gaat met volle overtuiging uit van het 'bijbelse gegeven dat de Gemeente pas op aarde is ontstaan op de Pinksterdag'. Hij schrijft verder: 'Volgens dit gezichtspunt neemt God de draad met zijn volk IsraŽl weer op in de nachristelijke tijd en vindt het herstel zijn bekroning in het zogenaamde 'duizendjarige rijk'. Op die tijd slaan de heilsprofťtieŽn van het boek Zacharia, die dus letterlijk in verband met het volk IsraŽl en met het land van de joden moeten worden uitgelegd...'

Dit is een zogenaamde chiliastische uitleg, die m.i. ten onrechte het herstel van IsraŽl naar de verre toekomst verplaatst. Wat God met en voor de kerk na Pinksteren doet, wordt op deze manier tijdelijk en in feite secundair. Vervulling van profetenwoorden in de Pinksterkerk wordt schromelijk voorbijgezien en onderschat. En hoe kan over de 'nachristelijke tijd' gesproken worden, als we Christus' belofte kennen dat de poorten van de hel zijn gemeente niet zullen overweldigen, dus dat de christelijke kerk altijd zal blijven bestaan? Deze oplossing van Fijnvandraat (en van bijvoorbeeld Christenen voor IsraŽl) is volgens mij een doodlopende weg.


De voorgangers in de tijd na de ballingschap staan vaak niet zo in de schijnwerpers. Daarom is het mooi dat Nehemia en Zacharia door deze twee boeken opnieuw voor de aandacht komen.

De preken van Vreugdenhil kan ik inhoudelijk van harte beamen. Bij zo'n boek vraag je je af: zou de volgende vrijgemaakte synode toch niet eens moeten proberen oriŽnterende gesprekken met de Gereformeerde Gemeenten te beginnen?

Het boek van Fijnvandraat bepaalt ons opnieuw bij de vraag: als we de toekomst niet chiliastisch benaderen, hoe moeten we dan met name Zacharia 12 en 14 wťl uitleggen? Ik denk dat daar ook in gereformeerde kring het laatste woord nog niet over is gezegd.



www.vergadering.nu