www.vergadering.nu  Recensie-index  www.vergadering.nu

1 RECENSIE


De boeken die de Kerk afwees
Fictie of waarheid in De Da Vinci Code
Michael Green
Vaassen: Medema 2006 (Telosboek)
ISBN 9789063534721
221 blz., € 14,95

Recensies over Dan Brown's Da Vinci Code...
Meer links...


1. Ellips - 12 juni 2006

DE DA VINCI CODE: FICTIE OF WAARHEID?

N.a.v. Josh McDowell, De Da Vinci Code: Een zoektocht naar antwoorden, Veenendaal: Grace Publishing House 2006, ISBN 90 77669 09 4, 136 blz., € 5,95.
+
Michael Green, De boeken die de Kerk afwees: Fictie of waarheid in De Da Vinci Code, Vaassen: Medema 2006 (Telosboek), ISBN 90 6353 472 8, 221 blz., € 14,95.

Recensie door Prof. dr. Willem J. Ouweneel




Lekker winkelen zonder zorgen - Gratis verzending en retour
Sinds het verschijnen van de bestseller De Da Vinci Code (afk.: DVC) van Dan Brown zijn er al heel wat boeken verschenen, christelijke en niet christelijke, om de onwaarheden en onnauwkeurigheden in DVC aan te tonen (bijv. door R. Abanes, D.L. Bock, B. Ehrman, H. Hanegraaff & P.L. Maier, E.W. Lutzer, A. Welborn). Twee ervan zijn nu in het Nederlands vertaald: De boeken die de Kerk afwees van de Britse theoloog prof. dr. Michael Green en De Da Vinci Code van de Amerikaanse theoloog dr. Josh McDowell. Beiden spelen een vooraanstaande rol in de internationale evangelicale beweging en hebben een groot aantal boeken op hun naam staan.

De twee boeken zijn nogal verschillend. Dat van McDowell is erg populair geschreven, in de vorm van dialogen tussen drie, soms vier personen. Dat is aardig voor wie ervan houdt. Dat van Green is veel grondiger en veeleisender en is bijna twee keer zo dik. Beide boeken slagen erin de onzin die Brown vertelt te ontrafelen en uiteen te zetten hoe het wél zit met het ontstaan van de canon van het Nieuwe Testament en met de figuur van Maria Magdalena en nog een heleboel kleinere zaken.

Het ontsiert de boeken wel dat Green en McDowell zelf hier en daar ook onzin verkopen of onnauwkeurig zijn. Zo beweert Green dat de Septuaginta-vertalers alleen de Pentateuch zouden hebben vertaald en dat de rest van het Oude Testament door de eerste christenen zou zijn vertaald (24) en dat terwijl de nieuwtestamentische auteurs ook buiten de Pentateuch uitvoerig uit de (veel oudere) Septuaginta citeren. Ook beweert Green dat een passage in het Evangelie van Filippus duidelijk verwijst naar het Onze Vader, terwijl de woorden die dat moeten aantonen nu juist berusten op giswerk (109). Ook spreekt hij over 'het Tijdperk van de Vis, de periode waarin de vis in de ascendant stond', wat moet zijn: 'het Vissen-Tijdperk, waarin het lentepunt in het sterrenbeeld Vissen stond' (200).

Ook McDowell bakt ze hier en daar bruin. Zo beweert hij dat 'Johannes in zijn boek Openbaring melding [maakt] van het feit dat christenen de eerste dag van de week de "dag van de Heer" noemden, dit ter onderscheiding van de sabbat' (55). De waarheid is dat Openb. 1 alleen de 'dag van de Heer' noemt, zonder enige verwijzing naar de eerste dag van de week of de sabbat; het is niet eens zeker dat hij de zondag bedoelt. Ook zegt McDowell dat het woord 'apostolisch' in de Geloofsbelijdenis van Nicea ('één heilige, algemene en Apostolische Kerk') niet verwijst naar de Rooms Katholieke Kerk, maar 'universeel' betekent (76). Hij bedoelt blijkbaar dat het woord 'algemene' (grondtekst: catholica) niet verwijst naar de Rooms Katholieke Kerk, maar 'universeel' betekent. Koddig is ook dat hij een expert, dr. Martinez opvoert, die zegt DVC nog niet te kennen, maar die, als ze een bepaald punt wil duidelijk maken, een boek uit de kast trekt dat tegen DVC geschreven is (69).

Ook de vertaling stemt niet altijd gelukkig. De vertaalster van McDowell weet blijkbaar niet dat Acre in het Nederlands Akko, en Justin Justinus heet. Het boekje is blijkbaar in haast gemaakt; er zitten veel drukfouten en verkeerde woordafbrekingen in; en 'zworen' (51) heet nog altijd 'zwoeren'. Ook de vertaling van Green kent haar zwakheden: waarom lshtar/ Asjera (199) in plaats van lsjtar/Asjera of Ishtar/Ashera? Den Witherington (207) moet Ben Witherington zijn, en Darrel Brock (207) moet Darrell Bock zijn.

Voor de rest kan ik alleen maar blij zijn met deze boeken. De lezer die door DVC in verwarring is gebracht, vindt hier de belangrijkste antwoorden en weerleggingen bij elkaar. Green is daarbij vooral op de ware en valse evangeliën gefocust, maar dat doet hij dan ook zeer grondig; Browns andere warrigheden komen veel minder aan bod. McDowell bestrijkt meer het hele terrein van Browneske kolder, maar doet dat veel oppervlakkiger. Een ongelovige buitenstaander zou ik liever het boek van McDowell in handen geven, een christen die de Bijbel al goed kent, maar meer over de achtergrond van de canon wil weten, het boek van Green.


www.vergadering.nu