www.vergadering.nu  Recensie-index  www.vergadering.nu

1 RECENSIE


De evangelische beweging 
Ds. J.M.D. de Heer
Uitg. Den Hertog, Houten 2009
196 blz. geb. € 15,90 
Dit boek bestellen...

Artikelen in de pers:
18-11-2009 ND: Voorbestemd tot eeuwig onheil is dwaling

  7-11-2009 ND: Teleurgesteld door de evangelische praktijk

30-10-2009 RD: Invloed evangelischen veel groter dan gedacht | zondag


1. Nederlands Dagblad - 12 februari 2010 - www.nd.nl

Kijken door een troebele bril 
Gemiste kans om tot een echt gesprek te komen tussen reformatorischen en evangelischen 

Boekrecensie door Teun van der Leer

Het is een goede zaak dat er vanuit reformatorische hoek gereflecteerd wordt op de opkomst van de evangelische beweging en de invloed daarvan op reformatorische christenen. Beide zijn onmiskenbaar en het zou noch de evangelische beweging, noch de reformatorische kerken recht doen als deze opkomst en invloed slechts voor kennisgeving zouden worden aangenomen. 

Er gebeurt best wat als, om zo te zeggen, het evangelische lied op het reformatorische erf tot klinken wordt gebracht. Daar mag, nee moet op worden gereflecteerd en over worden getheologiseerd, maar vooral zou men van beide kanten zich in moeten zetten voor een vruchtbare ontmoeting ten dienste van gelovigen, van de kerk en van de missionaire context. 

Dit is helaas niet wat in dit boek gebeurt en ik acht dat een onnodig gemiste kans. De schrijver was eerst journalist en is nu dominee. Die combinatie lijkt op het eerste gezicht veelbelovend om een eerlijk en tegelijk kritisch-evaluerend portret te schetsen van de evangelische beweging. Voorwaarde is dan wel dat het onderwerp zo onbevangen mogelijk wordt tegemoet getreden en op z’n eigen intenties en motiveringen wordt bevraagd. Maar dat is de auteur niet gelukt. De (in dit geval ook nog behoorlijk zware) reformatorische bril die hij vanaf het begin heeft opgezet en niet meer afdoet, werkt vertroebelend en maakt het hem onmogelijk om feit en mening te scheiden. 

Vervreemding 

Het boek is een bewerking van een artikelenserie in De Saambinder, het kerkelijk weekblad van de Gereformeerde Gemeenten, en geschreven door ds. J.M.D. de Heer, predikant van de Gereformeerde Gemeente te Middelburg-Centrum en voormalig kerkredacteur bij het Reformatorisch Dagblad. Hij heeft zich als journalist, zo zegt hij, ‘ondergedompeld’ in de evangelische beweging. Dat heeft hem, in zijn eigen woorden, merendeels geen herkenning opgeleverd, maar een verdrietig gevoel van vervreemding. Naar zijn overtuiging gaan de verschillen tussen een evangelische en reformatorische theologie en geloofsbeleving niet over kleine zaken, maar „over ons persoonlijke zielenheil op reis naar een allesbeslissende eeuwigheid”. En als het daarover gaat is het naar zijn oordeel niet verantwoord om zich toe te vertrouwen aan de boodschap die in de evangelische beweging gangbaar is.




Lekker winkelen zonder zorgen - Gratis verzending en retour
Hoe komt dit? Hoe kan iemand die dezelfde liefde voor de Schrift en de Here Jezus Christus deelt, tot zo’n afwijzende conclusie komen? Dat heeft dus met die bril te maken, die bijvoorbeeld leidt tot de volgende merkwaardige cirkelredenering: ,,We hebben betrouwbare gegevens nodig en een betrouwbare maatstaf om deze te beoordelen. De maatstaf kan alleen Gods Woord zijn. Onze belijdenisgeschriften zullen ons helpen om de boodschap van Gods Woord uit te drukken. We houden aan die belijdenisgeschriften vast, omdat ze geheel rusten op de Bijbel’’. 

De maatstaf is dus Gods Woord, maar dat Woord wordt uitsluitend gelezen door de filter van 17e eeuwse belijdenisgeschriften, dus iets nieuws kan het nooit opleveren. Datzelfde geldt voor de uitleg van Bijbelteksten als bijvoorbeeld Joh. 3:16. Die mogen – zo merkt de auteur terecht op – niet op de klank af worden geciteerd, maar we moeten ,,ze lezen in hun verband en de verklaring in de kanttekeningen nauwkeurig bestuderen. (…) Laten we ook de Dordtse Leerregels niet vergeten’’ (mijn curs.). Tja, dat je dan in deze tekst ‘de Borg’ tegenkomt die alleen stierf voor de uitverkorenen, ligt voor de hand, maar of je de Schrift als maatstaf dan recht hebt gedaan, is een heel andere vraag. 

Het lukt je met dit uitgangspunt ook niet om gebeurtenissen en uitspraken binnen de evangelische beweging op hun eigen merites te beoordelen. Zo wordt een belijdenisdienst met Pinksteren die de auteur bijwoont, bekritiseerd omdat deze ‘alleen’ in het teken van de dankbaarheid staat, zonder het stuk van de ellende en de verlossing. Alleen wie vindt dat elke dienst in zo’n dogmatisch schema gewrongen moet worden, kan bezwaar maken tegen dankbaarheid als thema bij de belijdenis van „een flink aantal jonge mensen” op het Pinksterfeest. Me dunkt, stof tot dankbaarheid te over! 

Scheidende cultuur 

Het is niet zozeer de Schrift die hier scheiding brengt, maar de cultuur die het resultaat is van een bepaalde tevoren vastgestelde manier van uitleg van die Schrift. Een cultuur die zo naar binnen gekeerd is, dat alles wat zich daarbuiten afspeelt – zelfs op het eveneens christelijke erf! – bij voorbaat op een bepaalde wijze wordt ingekleurd en be- of veroordeeld. Dat levert een kloof op die niet blijkt te overbruggen. 

Heel duidelijk komt dit naar voren als De Heer beschrijvingen geeft van evangelische lectuur, getuigenissen, muziek, drama, diensten en manifestaties. Het is voor hem zo’n andere wereld, dat hij zich eenvoudig niet voor kan stellen dat mensen oprecht „uit hun dak kunnen gaan voor Jezus” of uit volle overtuiging (en door de Geest geleid!) kiezen voor evangelisatie door middel van bijvoorbeeld film, dans en drama of muziekstijlen die de zijne niet zijn. 

Dat vormen ondergeschikt zijn aan de boodschap en in dienst genomen kunnen worden om nieuwe generaties te bereiken wil er bij De Heer absoluut niet in. Zonder veel terughoudendheid laat hij dan termen vallen als ‘ontzettend’, ‘schokkend’, ‘platvloers’, ‘huiveringwekkend’ en ‘Godonterend’. 

Ook schrikt hij niet terug voor forse uitspraken als ,,Als dit het evangelie was zou er niemand zalig worden’’ (n.a.v. Max Lucado’s uitleg dat God het Evangelie aanbiedt en dat wij ‘ja’ moeten zeggen), ,,wat een verantwoordelijkheid om jonge mensen zo te bedriegen’’ (over de EO-jongerendag), ,,overdoop is een slag in het gezicht van de Heere’’ en ,,is hier geen sprake van verblinding?’’ (over het project Psalmen voor Nu). 

Op deze manier is dit boek geen uitnodiging voor gesprek en reflectie over en weer, maar wordt vanachter de veilige beschutting van het eigen gelijk, de ander beschoten. De gevolgen van de evangelische beïnvloeding die als slotsom worden opgenoemd, zijn dan ook allemaal negatief, want ,,de boodschap in de evangelische beweging is te eenzijdig om ervan te leren’’. Weliswaar houden evangelischen een spiegel voor als het gaat om onderlinge betrokkenheid, omzien naar elkaar en drang tot evangelisatie, maar ‘alles overziende’ kan geen andere raad gegeven worden dan om ,,de evangelische invloeden met overtuiging af te weren’’. 

Afgewezen 

Voor wie is dit boek geschreven? In elk geval niet voor evangelische christenen. Hun stem wordt er niet in gehoord, hun taal wordt er niet in gesproken en een brug wordt naar hen niet geslagen. 

Voor reformatorische christenen die zich tot de evangelische beweging voelen aangetrokken? De auteur zal het zeker wensen, maar ik vrees dat mensen die oprecht op zoek zijn naar vernieuwing en verdieping van hun geloof, zich door dit boek slechts onbegrepen en afgewezen zullen voelen. Ik vermoed dat dit boek alleen zal spreken tot hen die het standpunt van de auteur al delen en niet meer overtuigd hoeven worden. 

Zo vertegenwoordigt dit boek een pijnlijk gemiste kans om als reformatorische en evangelische christenen niet alleen met elkaar in gesprek te komen, maar ook om echt van elkaar te leren en samen tot vernieuwing en verdieping te komen. 

Dat De Heer vanuit zijn rijke reformatorische achtergrond een aantal harde noten te kraken heeft richting evangelischen lijkt me terecht en noodzakelijk. Zelf ben ik van mening dat zij die al te snel en onnadenkend hun hele reformatorische erfenis inruilen voor een portie evangelische vrolijkheid, nog wel eens van een koude kermis thuis zouden kunnen komen. Juist daarom is het zo nodig om de krachten te bundelen en elkaar echt te ontmoeten, te bevragen en te bevruchten. 

Teun van der Leer is eindredacteur van het blad Soteria en rector van het Baptisten Seminarium. 

www.vergadering.nu