www.vergadering.nu  Recensie-index  www.vergadering.nu

1 RECENSIE


Verlangen en vertrouwen
Het hart van gemeenteopbouw
Jan Hendriks
Uitg. Kok, Kampen 2008
445 blz. € 19,50
Dit boek bestellen...

‘Dat de kerk blijft bestaan is niet vanzelfsprekend. Dat vraagt een opbouwproces. Daarvan is God, zo mogen we hopen, de eigenlijke bouwmeester en wij mogen zijn bondgenoten zijn.’

Volgens Founding Father gemeenteopbouw Jan Hendriks zijn twee zaken daarbij cruciaal: Verlangen en vertrouwen. ‘Verlangen baant een weg naar de toekomst; naar vernieuwing! Dit verlangen is onmisbaar, maar het moet wel stromen door een bedding waarvan ik de ene oever heb aangeduid als de mens als subject serieus nemen en de andere als vertrouwen op en in God, en van daaruit ook in elkaar.’

Verlangen en vertrouwen is een boek geworden waarin op overzichtelijke wijze de ervaringen van 30 jaar gemeenteopbouw in meeklinken. Voor het eerst worden de ontwikkelingen in perspectief gezet om vervolgens de blik te richten op de toekomst. Op bevlogen wijze weet Hendriks ons mee te nemen naar zaken die het hart raken van de (plaatselijke) geloofsgemeenschappen.


1. Nederlands Dagblad - 5 september 2008 - www.nd.nl

Gemeenteopbouw in majeur

Recensie door Marius Noorloos

Al diverse keren heeft dr. Jan Hendriks, voormalig hoofddocent gemeenteopbouw aan de theologische faculteit van de Amsterdamse Vrije Universiteit, gepubliceerd op zijn vakgebied. Velen hebben mede met zijn boeken een visie op gemeenteopbouw ontwikkeld. Ook nu heeft hij de kerken verrijkt met een belangrijk, boeiend en breed gedocumenteerd boek. Daarom wil ik het graag onder de aandacht van de lezers brengen.

Met het woord verlangen richt Hendriks zich op de mensen, die net als hijzelf verlangen naar vernieuwing van de kerk in het algemeen en van de plaatselijke gemeente of parochie in het bijzonder en die bereid zijn zich daarvoor in te zetten. Deze vernieuwing en inzet zijn hard nodig, omdat vooral de Protestantse en de Rooms-Katholieke Kerk steeds meer afbrokkelen en naar de marge van de maatschappij verdwijnen. Beide kerken verliezen jaarlijks tienduizenden leden, de Protestantse Kerk in 2007 zelfs 70.000! Hendriks vergelijkt de kerkelijke situatie met de ballingschap van het volk Israël, die een grote neerslachtigheid en passiviteit veroorzaakte.

Lekker winkelen zonder zorgen - Gratis verzending en retour

Niettemin mag het verlangen gepaard gaan met het vertrouwen op de beloften van de Heer, dat zijn volk ook in de ballingschap op Hem mag rekenen en niet bij de pakken behoeft neer te zitten. Er mag met name hoop worden geput uit de belofte van Jezus, dat Hij zijn gemeente zal bouwen en in stand houden (Matteüs 16:18). Deze inzet sluit de inzet van zijn leerlingen of volgelingen niet uit, maar juist in, maakt die mogelijk en de moeite waard. Hoewel Hendriks allerlei problemen, weerstanden en risico's niet onderschat, schrijft hij niet in mineur, maar in majeur. Daarom besluit hij met het citeren van enkele regels uit een bekend lied van Huub Oosterhuis: 'Van U is de toekomst, kome wat komt' en met de hierdoor geďnspireerde aanmoediging: 'En daarom vrolijk verder!'

Vanuit dit opgewekte(!) verlangen en vertrouwen gaat het over het hart van gemeenteopbouw. Dit hart van kerk of van gemeente wordt, in aansluiting op Marcus 3:13-15, gevormd door de omgang met God, de gemeenschap met elkaar en dienst aan mens en samenleving. Deze dienst omvat hulp én verkondiging, boze geesten uitwerpen én getuigen.

De drievoudige kern is ondeelbaar. De afzonderlijke onderdelen of dimensies zijn wel te ónderscheiden, maar niet te scheiden. Het geheel van deze drie dimensies vormt het DNA van de kerk. Dit hart behoort te functioneren in het gehele kerkelijk beleid en in alle kerkelijke bezigheden. In het al of niet functioneren van dit hart is de kwaliteit of de waarde af te meten. Nadrukkelijk betrekt Hendriks hierbij ook de veelsoortige kerkelijke werkgroepen. Daarom pleit hij voor ecclesiologische groepen of kortweg kerkgroepen. Dit betreft groepen, die functioneren vanuit het drievoudige hart van de kerk.

Vanwege dit pleidooi wordt stevige kritiek geuit op de (vooral landelijke) kerkelijke beleidsorganen en hun leden, omdat ze zich teveel met management bezig houden in plaats van zich te concentreren op het geestelijke hart van de kerk.

Voor het ontwikkelen van zijn visie op gemeenteopbouw schenkt Hendriks, behalve aan het
hart van de kerk, apart en breedvoerig aandacht aan de samenleving, de mens als subject en de mogelijkheden van de gemeente. Deze belangrijke aspecten laat ik niet alleen buiten beschouwing vanwege het gebrek aan ruimte, maar vooral omdat het in de ondertitel alleen gaat over het hart van de gemeente.

Omkeer
Na deze korte omschrijving van de inhoud, enkele kanttekeningen. Allereerst een formele aanmerking. Omdat volgens Hendriks de visie op gemeenteopbouw meer onderdelen omvat dan alleen het hart, zou de ondertitel 'Visie op gemeenteopbouw' logischer zijn geweest. Nu dekt de vlag slechts gedeeltelijk de lading.

Verder, in de vergelijking van de zorgelijke kerkelijke situatie met de ballingschap van het volk Israël ontbreekt de vermelding van de oorzaak, namelijk de ontrouw en ongehoorzaamheid aan de God, met Wie een verbond vol beloften en opdrachten was gesloten. Het eenzijdig verbreken van dit verbond en daarmee de afkeer van hun betrouwbare bondgenoot komt tot uiting in het Hem inruilen voor afgoden als de Baäls. Verder blijkt de ongehoorzaamheid uit het zich te buiten gaan aan sociaal onrecht, zoals het tekort doen van de armen. Daarom is er alleen maar terugkeer uit de ballingschap te verwachten, wanneer Israël bereid is tot inkeer en omkeer. Het zou van groot belang zijn geweest, wanneer Hendriks had aangegeven, wat de vergelijkbare oorzaak is van de huidige kerkelijke ballingschap en de hieruit voortvloeiende noodzaak tot inkeer en omkeer. Zonder concrete inkeer en omkeer valt er geen herstel en vernieuwing te verwachten en kunnen we ook niet 'vrolijk verder'.
Hoewel een verantwoorde theologische en sociologische theorie van groot belang is, kan alleen hiermee de gemeente of parochie niet concreet worden gebouwd. Helaas ontbreekt ook in dit boek een praktische handleiding om kerkenraden en gemeenten vanuit de drievoudige kern stap voor stap toe te rusten inzake de vruchtbare samenhang tussen geloofs- en gemeenteopbouw.

De forse kritiek op met name de landelijke kerkelijke beleidsorganen, die zich vooral zouden bezig houden met het management, is eenzijdig. Omdat ik vooral bekend ben met de situatie in de Protestantse Kerk zou het correct zijn geweest, wanneer Hendriks ook met waardering had gewezen op het in 2000 aanvaarde rapport Jezus Christus, onze Heer en Verlosser, op het instemmen met de in 2004 door de Wereldalliantie van Reformatorische Kerken (WARC) opgestelde verklaring Verbond van gerechtigheid in de economie op aarde en op de in 2005 gepubliceerde visie-nota Leren leven van de verwondering. Zo zouden er meer voorbeelden zijn te noemen.

Verantwoorde visie
Toch is Verlangen en verwachten een belangrijke gids voor het ontwikkelen van een verantwoorde visie op gemeenteopbouw. Hierbij valt vooral te denken aan de theologische opleidingen en nascholing van predikanten en kerkelijke werkers, terwijl ook andere gemeenteopbouwers, zoals gemeenteadviseurs, er heel wat van kunnen Ieren. Er is echter een praktische handleiding nodig om de vele wijze woorden te vertalen naar plaatselijk kerkelijk leven en beleid. Vandaar mijn voorstel een interkerkelijke werkgroep van gemeenteopbouwers te vormen, die hiermee ervaring hebben opgedaan.

Ds. M. Noorloos is consulent voor geloofs- en gemeenteopbouw.

www.vergadering.nu