www.vergadering.nu  Recensie-index  www.vergadering.nu

3 RECENSIES


Protest van Erasmus tegen renaissance van Hebreeuwse literatuur
prof. dr. Hans Jansen
uitg. Groen, Heerenveen, 2010
ISBN 9789058299611
133 blz.; € 12,50
Dit boek bestellen...

In de Renaissance, maar ook in de Reformatie werden er hartstochtelijke pogingen gedaan om het jodendom van binnenuit te leren kennen door bestudering van het Hebreeuws. Erasmus had de paus er al dikwijls op gewezen dat hij zeer bezorgd was dat het jodendom in Europa hierdoor weer zou kunnen opleven. Volgens hem was er ‘voor de leer van Christus niets gevaarlijkers en vijandigers dan deze pest’. De herontdekking van het Hebreeuws zag hij als een bedreiging voor de Kerk zelf.
‘Het joodse volk verspreidt met zijn afgrijselijke verhalen in de talmoed (...) niets dan stank. In Italië leven veel joden (...) Ik ben vreselijk bang dat deze pest, die vroeger al werd overwonnen, zich opnieuw in Europa zal verspreiden.’

Video Hans Jansen: Islam en christendom - Allah en/of God - Jezus... | deel 2... | deel 3...

Meer boeken van Hans Jansen...
 


3. Profetisch Perspectief - september 2010 - www.profetischperspectief.nl 

Protest van Erasmus

Recensie door Hette Abma

Nog levendig herinner ik me hoe geschokt dr. Feitse Boerwinkel reageerde toen de geruchtmakende publicatie van prof. Heiko Oberman was verschenen onder de titel: Wortels van het antisemitisme (1981).`Niet alleen kunnen we haat tegen de Joden bij Luther aantreffen, maar ook bij Reuchlin en Erasmus! Wie had dat ooit kunnen denken?'

In precies hetzelfde jaar verscheen het eerste deel van het standaardwerk van dr. Hans Jansen ‘Christelijke theologie na Auschwitz. Theologische en kerkelijke wortels van antisemitisme (1981)’. In een recensie van dit boek schreef dr. Sarn Gerssen: "Het is eigenlijk een omgevallen boekenkast. Maar wie leest al die boeken?" Achteraf blijkt dat er nog een aantal boeken in de scheefhangende kast was blijven staan!

Schitterend is het anekdotische verhaal van Hans Jansen over de reactie van een student tijdens de presentatie: `Waarom hebt u in uw boek niets geschreven over de virulente Jodenhaat van Erasmus?" Voordat Jansen reageerde op de opmerking van Reinier Munk (die thans als bijzonder hoogleraar verbonden is aan het Centrum voor Joodse filosofie van de Vrije Universiteit Amsterdam) dacht hij bij zichzelf: `Wat moet die student nog veel leren!' Vandaar de vraag vol verbazing: 'Hoe zou deze grote Europese humanist, die het fundament legde voor de christelijke vrijheid en verdraagzaamheid, ook maar iets met antisemitisme te maken kunnen hebben?' Daarop zei de student: `Dan moet u de uitvoerige correspondentie van Erasmus maar eens lezen, dan gaat u wel anders over hein denken.' Toen de auteur van het omvangrijke boek over antisemitisme enige tijd later met verbijstering zat te lezen in de brieven van Erasmus kwam hij tot de ontdekking dat hij zélf nog veel moest leren. 

Thans ligt er een boekje voor mij dat minder volumineus is dan de delen van de geruchtmakende trilogie, maar dat wel veel onthutsende informatie bevat over Erasmus. In zijn essay maakt Hans Jansen duidelijk dat de hooggeroemde 'prins der humanisten' slechts ten dele een vertegenwoordiger van het humanisme is. Gedurende zijn hele leven heeft Erasmus namelijk geprotesteerd tegen de opbloei van de Hebreeuwse literatuur. Naar zijn diepste overtuiging stond daarmee het voortbestaan van het christendom in Europa op het spel. Erasmus heeft zich met een hysterische angst verzet tegen de verjoodsing van kerk en samenleving. Uiterst negatief schreef hij in navolging van de kerkvader Hieronymus over het Hebreeuws als `een barbaarse taal'. 

Het Jodendom beschouwt hij als 'de meest verderfelijke pest.' Overdreven vindt hij weliswaar de inspanning van de inquisiteur van Keulen om de Joodse boeken aan de vlammen prijs te geven. De Joden worden toch al genoeg verwenst! Hij levert het bewijs met de woorden: `Als het haten van Joden het kenmerk is van authentieke christenen, zijn wij allen uitstekende christenen' (p.67).

Het blijft bevreemdend dat gerenommeerde historici geen enkele aandacht hebben geschonken aan de haat die bij Erasmus leefde ten aanzien van de Joden. Terecht acht Hans Jansen de waarschuwing van Heiko Oberman nog steeds relevant: 'Als de voorstellingen van haat niet tot in de diepte worden blootgelegd, zijn we er niet tegen gevrijwaard, dat uit de gloeiende as van het verleden ( ... ) het antisemitisme telkens weer oplaait.' Laten we daarom onze winst doen met deze publicatie.

Neem een abonnement op Profetisch Perspectief...


2. Reformatorisch Dagblad - 16 april 2010 - www.refdag.nl 

Erasmus haatte Joden

Boekrecensie door Maarten Stolk

Desiderius Erasmus noemde het Jodendom een „verderfelijke pest”, een gevaar voor de kerk van Christus. Joden waren „arrogant, onhandelbaar, corrupt en volslagen blind.” Voor prof. dr. Hans Jansen is het duidelijk: de zestiende-eeuwse „prins der humanisten” was een fervent Jodenhater.

„Als de voorstellingen van haat niet tot in de diepte worden blootgelegd, zijn wij er niet tegen gevrijwaard dat uit de gloeiende as van het verleden het antisemitisme weer oplaait.” Deze waarschuwing van kerkhistoricus Heiko Oberman is nog altijd relevant, vindt theoloog prof. Jansen, verbonden aan het Simon Wiesenthal Instituut in Brussel. Hij scheef daarom het boek ”Protest van Erasmus tegen renaissance van Hebreeuwse literatuur”, dat maandag in de synagoge van Enschede wordt gepresenteerd.

Was u verbaasd om in de geschriften van Erasmus, die toch bekend staat om zijn tolerantie, zo veel anti-Joodse uitspraken te vinden?

„Misschien hebben we Erasmus te lang gezien als de grote prins der humanisten, die de bronnen van de klassieke oudheid herontdekte. Als je iemand geweldig vindt, wil je geen negatieve kanten bij hem ontdekken. Er zijn bovendien weinig goede publicaties in het Nederlands over Erasmus en de Joden. Een uitzondering is een artikel van prof. Augustijn uit 1980, maar hij belicht vooral Erasmus’ kritiek op een wettische levensstijl. Die visie kun je niet volhouden als je alle uitspraken van Erasmus over de Joden leest.”

Volgens Jansen was Erasmus slechts ten dele een vertegenwoordiger van het humanisme. „De belangstelling van het humanisme beperkte zich niet tot de klassieke oudheid, maar leidde ook tot de opbloei van de studie van het Hebreeuws. Talrijke christelijke geleerden in Italië en Duitsland bestudeerden zelfs niet alleen de Hebreeuwse Bijbel, maar ook de Joodse mystiek (de Kabbala) en andere literatuur. Erasmus heeft zich tijdens zijn hele leven tegen de Hebreeuwse renaissance gepolemiseerd en geprotesteerd, omdat hierdoor naar zijn diepste overtuiging de overlevering van het christendom in Europa op het spel werd gezet.

Erasmus was bang dat de studie van Hebreeuws en de Joodse literatuur zouden afleiden van het geloof in Christus. In 1517 schreef hij aan de Straatsburgse hebraďst Wolfgang Capito: „Er bestaat niets gevaarlijkers voor de onderwijzing van Christus dan deze meest verderfelijke pest, het Jodendom. Onlangs zijn er verscheidene boekjes gepubliceerd die de zuivere lucht van het Jodendom ademen. Ik lees nauwlettend de brieven van onze grote held, de apostel Paulus, die onvermoeibaar heeft gezwoegd om Christus uit de boeien van het Jodendom (dat wil zeggen de Joodse levenswijze met zijn riten en ceremonies) te bevrijden.””

Erasmus was een vervangingstheoloog?

„Hij is een duidelijk, markant en heel radicaal voorbeeld. Erasmus geloofde dat de kerk in de plaats van de synagoge was gekomen. Aan Capito schreef hij zelf dat de christelijke kerk niet zo’n waarde aan het Oude Testament zou moeten hechten. Daarin gaat het toch alleen maar om schaduwen, waarmee mensen een tijdje moesten leven. Het zou slechts van Christus afleiden. Wat dat betreft heeft Erasmus de gereformeerde gezindte, met haar grote liefde voor het Oude Testament, veel minder te zeggen dan bijvoorbeeld Calvijn.”

Hoe verklaart u Erasmus’ Jodenhaat?

„Erasmus koesterde een diepe verachting voor de Joodse godsdienst, omdat haar aanhangers hun zaligheid meenden te kunnen bereiken door een nauwgezette naleving van de Wet van Mozes. Hij zag het Jodendom als een verouderde, voorbije vorm van godsdienst, een voortdurende bedreiging voor het Evangelie van Jezus Christus. Als gevolg van de renaissance van de Hebreeuwse literatuur zag Erasmus in zijn tijd een nieuwe vloedgolf van dit ”iudaismus” opkomen. Daar moest een dam tegen worden opgeworpen. Het was voor Erasmus een kwestie van ”to be or not to be.””

Maar hoe representatief was hij?

„Erasmus dacht zoals de meeste van zijn tijdgenoten. Veelzeggend is wat hij in 1519 aan Jacob van Hochstraten, de inquisiteur in Keulen, schreef: „Waarom wordt er toch zo veel krachtinspanning aangewend om de Joden gehaat te maken? Is er onder ons ook maar iemand te vinden die dit soort mensen al niet genoeg verwenst? Als het haten van Joden het kenmerk is van authentieke christenen, dan zijn wij allen uitstekende christenen.”

Erasmus was bovendien van mening dat de kerk uiterst voorzichtig moest zijn met het opnemen van bekeerde Joden in de christelijke gemeenschap. Hij schreef bijvoorbeeld dat men de christen geworden Jood Joseph Pfefferkorn beter in de doopvont had kunnen laten verzuipen. Als Jood vermomd kwam hij de vrede onder de christenen verstoren. „De schurk Pfefferkorn is meer dan een halve Jood. Als je hem opereert, springen er 600 Joden uit”, schreef Erasmus.”

Volgens Jansen valt in de vloedgolf van beschimpingen en scheldwoorden, krachttermen en verwensingen het traditionele thema van een Joodse samenzwering op. „Dat was een belangrijk aspect van de volkse, alledaagse Jodenhaat. Erasmus was er diep van overtuigd dat de leer en vooral de praxis van de Joden de christenen zou afleiden van de dienst aan Christus en naar de ondergang zou voeren.”

Hij was ten diepste bang voor Joden?

„Nee, Erasmus liet zich niet leiden door angst. Anders zou hij toch een andere toon aanslaan. Duidelijk is wel dat Erasmus geen moedig man was, maar wel heel diplomatiek. Dat is ook wel te begrijpen gezien de strijd tegen de Joden in Duitsland en de komst van de Reformatie.”

Erasmus was een antisemiet?

„Ik denk dat we voorzichtig moeten zijn met zo’n uitspraak. Antisemitisme is een negentiende-eeuwse term om de racistische vorm van Jodenhaat onder woorden te brengen. In de zestiende eeuw kende men dat woord niet. Ik spreek daarom liever over Jodenhaat. Als Erasmus ergens schrijft dat de Joden in zijn tijd zevenmaal erger zijn geworden dan in Jezus’ tijd, dan kun je niet anders concluderen dat hij ze niet bepaald goedgezind was.”

De publicaties van dr. René Süss over het „antisemitisme” van Luther deden veel stof opwaaien. Verwacht u vergelijkbare reacties op uw boek?

„Ik kan dat moelijk inschatten, maar ik sluit het niet uit. Wel weet ik dat de Joodse gemeenschap op een debat hoopt. Want waarom spreken we wel over de visie van de pausen, kerkvaders en reformatoren op de Joden, maar niet over die van Erasmus? Terwijl hij toch ook vreselijke dingen over het Jodendom heeft gezegd.



Lekker winkelen zonder zorgen - Gratis verzending en retour

Overigens is door het schrijven van dit boek mijn grote bewondering voor Erasmus op geen enkele wijze minder geworden. Zijn vertaling van het Nieuwe Testament in het Grieks, de commentaar op het Johannesevangelie, de Adagia – ze zijn prachtig. Er is geen mens die nooit faalt, ook Erasmus niet.”

Hoe wilt u voorkomen dat uit „de gloeiende as van het verleden het antisemitisme weer oplaait”?

„Na de verschijning van mijn boek ”Christelijke theologie na Auschwitz” in 1981 zei rabbijn Lody van de Kamp: „Hans Jansen, luister eens, je hebt nu laten zien dat christenen medeplichtig zijn aan Jodenhaat. Maar je hebt nog maar het topje van een ijsberg blootgelegd. Er is veel meer studie nodig.”

Zijn woorden zijn voor mij voortdurend een prikkel geweest om te schrijven, te studeren en colleges te geven. Als je mensen kennis laat nemen van de geschiedenis, help je te voorkomen dat antisemitisme weer opleeft. Onderwijs is het enige antwoord op antisemitisme.”

1. Scherper.nl - 15 april 2010

Hans Jansen: Erasmus een antisemiet?

Boekrecensie door Hugo Brouwer

Heusden Vesting telt drie protestantse kerken. Een Hervormde, een Lutherse en een Gereformeerde. Tegenwoordig zijn ze ondergebracht in de ‘Protestantse Kerken Nederland’- PKN. Dominee Hans Jansen uit de Vesting vierde onlangs zijn 40-jarig ambtsjubileum. Van hem verscheen afgelopen week een essay in boekvorm over de Nederlandse ‘Prins der humanisten’, Desiderius Erasmus. Het blijkt een baanbrekend werk te zijn.

Hans Jansen (78 jaar) uit Heusden Vesting, was 10 jaar hoogleraar aan de Vrije Universiteit van Brussel. Sinds 2002 is hij verbonden aan het Simon Wiesenthal Instituut daar. Daar doet hij onderzoek naar en publiceert hij over de wortels van het antisemitisme in Europa. 

Hans Jansen houdt in zijn boeken en colleges het christelijke Westen een spiegel voor: het christendom zelf is mede verantwoordelijk voor de Jodenhaat en Jodenvervolging door de eeuwen heen. Nu heeft het Joodse volk al ruim 15 eeuwen in het verdomhoekje gezeten. Waarschijnlijk omdat het als enige in maar één God geloofde, Jahwe. Voor de rest bleken alle verwensingen te berusten op vooroordelen. 
Hoogst opvallend is dat onze grote geleerde Desiderius Erasmus (±1467- 1536) gegrossierd heeft in anti-joodse teksten en oordelen. Dat betoogt Hans Jansen in zijn net verschenen essay: ‘Protest van Erasmus tegen renaissance van Hebreeuwse literatuur’. 

Hans Jansen: “Erasmus was natuurlijk een kind van zijn tijd. Juist in die tijd was antisemitisme gemeengoed. Erasmus onderscheidde zich nauwelijks van bijvoorbeeld Luther die ook sterk antisemitisch was. Erasmus zag de Joodse religie als een bedreiging voor het christendom. Hij vond dat christenen niet zoveel waarde moesten hechten aan het Oude Testament omdat voor hen het joodse geloof had afgedaan. We hebben als christenen genoeg aan het Nieuwe Testament, stelde Erasmus. 
Door Joden uitsluitend te beschrijven als moordenaars van Jezus en als woekeraars zegt men meer over zichzelf dan over de Joden. Het antisemitisme in Europa van de laatste eeuwen komt uit Rome, de hoofdstad van het christendom. 

Antisemitisme is niet iets van de straat, niet van het gewone volk, maar werd gevoed en levendig gehouden door de intelligentsia van de kerken. Maar ook de filosofen uit die tijden konden er wat van als het om antisemitisme ging. Nog erger dan de Joden, waren de Joden die zich tot het christendom bekeerd hadden. Erasmus was bang voor een heropleving van de Joodse religie in zijn tijd. Hij vergeleek het Jodendom met de pest. Tegen de Paus van Rome zei hij zelfs dat er ‘voor de leer van Christus niets gevaarlijker en vijandiger was dan deze pest’. 

Die antisemitische kant van Erasmus werd door zijn bewonderaars verdoezeld. Stel je voor: de stadsheilige van Rotterdam, waar een universiteit naar hem is genoemd, blijkt een Jodenhater te zijn. Uiteindelijk is die Jodenhaat door de eeuwen heen geëscaleerd in Auswitz. Er is maar één manier om dit antisemitisme uit te roeien en dat is via het onderwijs.”

www.vergadering.nu