www.vergadering.nu  Recensie-index  www.vergadering.nu

3 RECENSIES


Dit boek bestellen...N!ets is onmogelijk
In gesprek met mensen die niet konden geloven
Andries Knevel
uitg. Kok, Kampen, 2010
ISBN 9789043518376
189 blz.; € 14,50.
Dit boek bestellen...

Ze wilden en konden niet in God geloven. Weldenkende mensen, bewust niet-gelovig. Hoe kon het gebeuren dat ze op een moment heel anders gingen denken? En wat gebeurde er dan precies?
Andries Knevel is gefascineerd door het denken en de motieven van mensen. In dit boek gaat hij diepgaand in gesprek met mensen die atheïst of agnost waren. Op zoek naar hun drijfveren. Wat weerhield hen ervan om in God te geloven? En waardoor gingen ze op een bepaald moment wél geloven?

3 RECENSIES


3. Nederlands Dagblad - 7 januari 2011 - www.nd.nl 

Recensie door Dick Schinkelshoef

Niets is onmogelijk

Let op de verleden tijd van ‘konden’ in de titel van deze bundel interviews: tegenwoordig kunnen de mensen met wie EO-coryfee Andries Knevel zijn gesprekken voerde wél geloven. De interviews gaan over hun weg naar het licht, over aarzelingen, radicale stappen, ontdekkingen, veranderingen van levensstijl. De gesprekken vormen samen een tegengeluid in een wereld waarin het christelijk geloof geen best imago heeft. 

Wij geloven wél, zeggen ze, en we zijn modern en gelukkig. De gesprekken werden in de zomer van 2010 uitgezonden op de radio, en zijn nu geredigeerd in boekvorm verschenen. Knevel sprak voor zijn serie onder meer met schrijver Willem Jan Otten, predikant/psychiater Guus Labooy en actrice Jip Wijngaarden, maar ook met onbekendere nieuwe gelovigen. 


2. Reformatorisch Dagblad - 7 januari 2011 - www.refdag.nl 

Recensie door Dr. ir. J. van der Graaf

Geloof is niet voor dommen

Tegenover massale kerkverlating staan individuele toetredingen. Ooit had EO-presentator Feike ter Velde een televisieprogramma onder de titel ”God verandert mensen”. Meestal ging het om mensen die uit de kroeg, de drugsscene of uit het criminele circuit waren getrokken en het christelijk geloof waren gaan aanhangen.

Andries Knevel bedacht iets anders. Afgelopen zomer maakte hij een radioserie voor de EO-microfoon met ‘gewone’ mensen, hoewel goed opgeleid, die hun verstand gebruikten en nochtans ‘nieuwe gelovigen’ werden.

Onder de titel ”N!ets is onmogelijk” zijn de gesprekken gebundeld. Een titel met dubbele bodem: niets geloven kan niet, maar het is ook niet onmogelijk dat moderne intellectuelen, die alles menen te kunnen verklaren, tot geloof komen. Een vlot geschreven boek dat zich gemakkelijk op een achternamiddag laat lezen.

Een bont palet (onbekende) mensen passeert de revue, van wie de meesten zeggen atheïstisch te zijn opgevoed of hoogstens in hun kinderjaren iets van het christelijk geloof te hebben vernomen. Toch kwam er een moment dat ze God gingen zoeken of God toelieten in hun leven, liever: door God werden gevonden. Vaak hadden de ondervraagden een verwrongen beeld van christenen: ze waren dom, schijnheilig, het waren mensen die hun verstand niet gebruiken, bang om de werkelijkheid onder ogen te zien. Knevel confronteert hen openhartig met zulke vooroordelen.


Lekker winkelen zonder zorgen - Gratis verzending en retour
Onder invloed van heel verschillende gebeurtenissen vielen de geïnterviewden de schellen van de ogen: tijdens een ziekte of na een ernstig verlies, gewoon door een studie waarbij niet alles verklaarbaar bleek, door de levenshouding c.q. liefde of hulpvaardigheid van christenen in hun omgeving of eenvoudigweg door zich, op zoek naar zingeving, te gaan verdiepen in de Bijbel.

Waar al deze mensen na hun levensverandering uiteindelijk terechtkwamen, is in dit boek geen dominante kwestie. De een sloot zich aan bij een evangelische gemeenschap, de ander bij een vrijgemaakt gereformeerde gemeente, weer een ander (als ouderling) bij een christelijke gereformeerde gemeente of bij een protestantse gemeente in een stad. Soms is iemand nog zoekende.

De Rooms-Katholieke Kerk komt in beeld dankzij een bekende Nederlander: de schrijver, dichter en essayist Willem Jan Otten. Hij was „overtuigd atheïst”, hoewel geen fundamentalist die anderen tot het atheïsme wilde bekeren. „Zwakke momenten” bereidden hem intussen voor op zijn kerstening. Elf jaar geleden ging hij „door de bocht”, anders gezegd: ging hij op de knieën. Het gebeurde op Goede Vrijdag 1999, toen hij geconfronteerd werd met de lijdensweg van Christus. Dat Christus zijn zonden wegdroeg aan het kruis werd de kern van zijn geloof. Hij noemt het onbegrijpelijke van de verzoening „ontzagwekkend.” Otten legde intussen zijn intellectuele bagage niet af: „Mensen denken dat je niet meer zoekt als je het gevonden hebt, dat je dan achterover kunt leunen. Dat is niet zo. Ik heb het gevoel dat ik intellectueel meer bezig ben dan voor m’n bekering. Ik heb nu moeilijker dingen om over door te denken.” Opvallend is overigens dat Otten in zijn intellectuele omgeving niet zo veel ”afrekenaars met het geloof”, zoals Maarten ’t Hart en Richard Dawkins, meer aantreft. Wel ”terugdeinzers”. Hij begrijpt echter niet waarom heel veel mensen het christelijk geloof betwijfelen.

De lezer zal wel begrijpen dat dit boek een ander genre bekeringsgeschiedenissen bevat dan in bevindelijk gereformeerde kring gebruikelijk is. De levensveranderingen zijn ook niet in bevindelijke terminologie beschreven. Wanneer bekering echter, naar de Heidelbergse Catechismus, is „afsterving van de oude mens” en „opstanding van de nieuwe mens”, dan treft men die wezenlijke momenten wel aan. In de verwoording van de godsontmoeting en de verlossing door Christus laten mensen hun oude leven, waarin alles verklaarbaar is, achter zich en richten zich op een nieuwe weg, waarop alles nieuw is geworden.

Soms zou men het christologische element sterker wensen. Soms raakt mijn dogmatische bril wat beslagen. En soms denk je: Er valt nog veel bij te leren. Veel is nog „een klein beginsel.” Ik besef overigens dat een interview zijn eigen beperkingen kent.

De rode draad in het boek is echter dat zelfs moderne intellectuelen tot bekering kunnen komen. Ik denk dan maar aan wat ds. L. Vroeindeweij eens in een preek zei: „Zelfs hervormd-gereformeerden, oud gereformeerden en mensen van de Gereformeerde Gemeenten kunnen nog zalig worden.”

Het mag een wonder heten dat in een tijd van diepe secularisatie zelfs atheïsten godzoekers en godvinders worden. Men lette op het uitroepteken in de titel: N!ets. De wind blaast waarheen hij wil (Joh. 3:8). Dan zwijg ik eerbiedig.


1 . Nederlands Dagblad - 4 januari 2011 - www.frieschdagblad.nl

‘Ik kwam thuis in het huis van God’
Andries Knevel beschrijft de reis naar het geloof van vijftien atheïsten en agnosten

Waarom gaan mensen geloven? Waarom wordt iemand christen? Die vragen intrigeren radio- en tv-presentator Andries Knevel. Hij interviewde vijftien mensen die tot geloof zijn gekomen. Het boek Niets is onmogelijk is het resultaat. Het toont vijftien boeiende geloofsreizen.

Recensie door Hanneke Goudappel

In Niets is onmogelijk. In gesprek met mensen die niet konden geloven staan vijftien verhalen van atheïsten en agnosten die tot geloof zijn gekomen. Het boek is een weerslag van de gesprekken die Knevel deze zomer met hen voerde voor de EO-radio. Knevel sprak vooral met hoger opgeleide mensen die vanuit hun jeugd en vanuit rationele argumenten het geloof geen plaats (meer) in hun leven gaven.

De presentator koos bewust voor deze insteek, omdat hij in de media geregeld aanloopt tegen de suggestie dat geloof, ‘of het nu christelijk is of iets anders, iets voor domme mensen is’. ‘Gelovigen zijn hypocriete mensen, die hun verstand niet gebruiken en ook nog bang zijn om de werkelijkheid onder ogen te zien’, vat Knevel het beeld samen dat in veel media heerst volgens hem.

Adrienne Huijzer, 24 en afgestudeerd aan de VU in de niet-westerse geschiedenis, zag christenen als mensen die nog een beetje achterliepen, vertelt ze in het boek. ‘Ze hadden nog niet het licht van de wetenschap gezien. (.) Ik zou ze niet hardop voor domme mensen hebben uitgemaakt, maar onbewust dacht ik dat toch eigenlijk wel.’

Uit ‘pure interesse’ in het christendom vanuit haar studie, ging ze een Alpha-cursus volgen. Ze vond er de antwoorden die ze zoekt. ‘Het begon allemaal met het inzicht dat geloof - het bestaan van God - net zo rationeel is als atheïsme.’

Net als een aantal andere geïnterviewden vertelt ze dat bij haar ratio aan de beleving van het geloof vooraf ging. ‘Ik zag allerlei mensen om me heen die heel emotioneel waren in hun overtuiging en ik dacht: ik wil niet geloven omdat ik het misschien emotioneel nodig heb, ik wil geloven omdat ik denk dat het waar kan zijn.’

Zingeving
In veel van de interviews komt het zoeken naar zingeving aan de orde. De meeste geïnterviewden vroegen zich op een bepaald moment af wat voor zin het leven heeft. Bij de een duurde de zoektocht een jaar, bij een ander 29 jaar. Peter Roelofsma (1962), psycholoog, sociaal wetenschapper en docent aan de VU, moest veel geduld hebben. De geboren Leeuwarder voerde ‘een intense en diepgaande worsteling met het geloof in God of een god’. ‘Hoe kon ik het bestaan van een goddelijke werkelijkheid accepteren? En sterker nog: de opstanding van Jezus Christus? Om die een plaats te geven in de werkelijkheid heeft me 29 jaar gekost.’

Als kind raakte hij diep onder de indruk van de verhalen uit de Bijbel die hij op school hoorde. ‘Diep vanbinnen wilde ik ook zo’n ontmoeting met God hebben.’ Hij ging op zoek. Want ook als het niet waar was dat God bestond, wilde hij dat zeker weten. Na de lange, verstandelijke zoektocht had hij dertien jaar geleden een bijzondere ontmoeting met God. ‘Ik vind het zo mooi dat ik in de Bijbel lees, dat God kennen hetzelfde is als heel intiem iets beleven. Het gaat ook niet alleen maar om verstandelijke kennis.’

Voor Martha Osborn (1974), communicatiedeskundige in Utrecht, ging ervaring voorop tijdens haar geloofsreis. Ze ging een keer mee naar de kerk met een collega. ‘Deze collega had het nodige meegemaakt in zijn leven en hij was toch gelovig. Dat vond ik heel raar. Ik vroeg me af hoe iemand in deze moderne tijd nog kon geloven, terwijl hij zulke nare dingen had meegemaakt.’

Thuiskomen
Ze was nieuwsgierig naar wat de kerk voor hem betekende. Zodra ze in de kerk was gaan zitten - de Jacobikerk in Utrecht - was het ‘alsof ze thuiskwam’. ‘Het was net zo’n gevoel als wat je kunt hebben wanneer je thuiskomt van vakantie. Dan ben je op de plek waar je gewoon weer jezelf kunt zijn en tot rust kunt komen. Ik kwam toen thuis in het huis van God, zou je kunnen zeggen.’

Ook bij Arjen (39) en Linda (34) van Marion ontstond interesse in het geloof door ontmoeting met christenen. ‘Het begon met een zware operatie aan mijn rug. Toen kwamen er christenen langs om te helpen.’ De Van Marions beleefden daarna een zware tijd toen hun dochter geboren werd, en zij niet gezond was. Weer stonden er christenen om hen heen. ‘Zij kookten bijvoorbeeld voor ons, zodat we in die moeilijke dagen toch gezond konden eten. Dat voelde heel warm en daar gingen we over nadenken. Ze stonden gewoon klaar om te helpen. Dat vonden we zo verwonderlijk. Het is niet zo dat we op dat moment al dachten dat God bestond, maar we kregen er wel meer feeling mee (...) Ze bleven als het ware op de deur kloppen, maar ze lieten ons verder vrij om onszelf te zijn.’

Opvallend is dat veel van de geïnterviewden aangeven dat zij niet in de eerste plaats voor God kozen, maar dat God hén vond. Psycholoog Anouk van Tooren (36): ‘Ik zie mijn bekering niet zozeer als een echte keus van mezelf, maar als geraakt worden door God en dat durven toelaten.’

Toen ze voor de derde keer naar de kerk was geweest, schreef ze zich in voor een Alpha-cursus. ‘Ik had al drie keer nee gezegd toen mensen me ervoor uitnodigden, maar toch heb ik me opgegeven op het moment dat ik de kerk al uitliep. Dat heeft ermee te maken dat je weet dat het goed is, ook al wil of kun je uit jezelf niet. Je wordt vanbinnen geraakt.’
Als wetenschapper vond ze juist het beroep dat christenen op het hart doen altijd ‘heel vaag, want wat is dan je hart?’ ‘Maar je hart is in feite wie je ten diepste bent. En als iemand daar komt, als je Jezus daar toelaat, dan leef je met die Persoon, dan leef je met die God. En dat doe ik nu volop iedere dag. Dat is heerlijk en bevrijdend.’

De Alpha-cursus, een kennismakingscursus met het christelijk geloof, is voor veel van de vijftien mensen belangrijk geweest om ‘tot geloof te komen’, en handen en voeten te geven het geloof, vertellen ze.

Fellowship
Ook Wouter Kok (32) merkte in discussies met familie of vrienden dat mensen snel geneigd zijn om te denken dat je kiest voor het hebben van een godsbesef. Zo heeft hij dat echter nooit ervaren. ‘Het is veel meer dat je beseft dat God bestaat. Daarmee bedoel ik niet dat het dom is wanneer een ander dat niet ziet. Maar ik wil ermee zeggen dat het niet een keuze is tussen links of rechts, en je kiest rechts. Zo is het niet. Je hebt als mens niet te kiezen of er een God is of niet. Hij is er.’

Hoe hij is gegroeid in zijn geloof in de afgelopen jaren? ‘Vooral door de ‘fellowship’ zoals de Engelsen dat zo mooi noemen, de gemeenschap. Dat bouwt echt op. We zitten nu in een gemeente in Amersfoort en ik vind het heerlijk om op zondagochtend met een grote groep mensen samen te komen. Maar ik merk dat je vooral wordt opgebouwd in de kringen. Of door in de wijk de goede dingen met elkaar te doen. En door er in de wijk voor andere mensen en elkaar te zijn.’

www.vergadering.nu