www.vergadering.nu  Recensie-index  www.vergadering.nu

2 RECENSIES


Jesus Multinational
De groeiexplosie van de kerk
Bram Krol
Uitg. Ark Media i.s.m. Agapè
246 pag., 15,95 euro. 
Dit boek bestellen...

Jesus Multinational
 - Het inspirerende voorbeeld van de vroege christelijke kerk
 - Sleutels tot het verstaan van de kracht van de kerk, vroeger en nu
 - De hele wereld winnen door een hernieuwde bijbelse visie
Dit boek brengt verrassende ontdekkingen vanuit intensieve studie van de Bijbel en de vroege kerkgeschiedenis. De snelgroeiende Jezus-beweging blijkt in de eerste eeuw ongekende kracht en diepe wijsheid te hebben gehad. Haar strategie en visie kunnen bij ons een kentering teweegbrengen in geestelijk werk in het algemeen en de verbreiding van het geloof in het bijzonder. De Jesus Multinational heeft nog ongekende mogelijkheden!

Bram Krol is predikant, auteur en theologisch docent in binnen- en buitenland. Hij heeft veel gepubliceerd over gemeentegroei en zijn zendingservaringen.

De kerk lijdt een kwijnend bestaan, zegt Bram Krol in de inleiding; op elke groeiende gemeente zijn er tien die het hoofd nauwelijks boven water houden. Een beeld dat ook in Nederland herkenbaar is en dat velen bezighoudt. Een beeld ook dat in schril contrast staat met de bijbelse geschiedschrijving over de eerste gemeenten.
En misschien dat wij die bijbelse geschiedenis zelfs nog onderschatten en teveel door de bril van onze realiteit bekijken. Bram voert – hoewel er weinig feitelijke bewijzen zijn – heldere argumenten aan voor de stelling dat de Kerk al vanaf het allereerste begin een beweging van wereldformaat is geweest; een beweging die veel groter was en sneller groeide dan tot nu toe wordt aangenomen. Zijn pleidooi voor discipelschap, toewijding en visie is mij uit het hart gegrepen. Het Evangelie is te mooi, de gemeenschap van gelovigen te kostbaar, en de opdracht van Jezus Christus te uitdagend om stil te blijven zitten. Laat dit boek je inspireren om te gaan, de wereld in – voor Jesus Multinational.
Mark de Boer, directeur Agapè


2. Bram Krol - 11 mei 2010 - Uitdaging en www.bramkrol.com

Antwoord op een venijnige kritiek in Uitdaging

Door Bram Krol

“De mogelijkheden van de kerk” luidt de titel van een commentaar op Jesus Multinational in Uitdaging. Dat is een aardige typering, en meteen het enige aardige wat de heer Nentjes te vertellen had. In zijn eerste regel heeft hij het al over een goochelshow, om te eindigen met “miscalculaties” en “als hij meent wat hij schrijft…” 

Natuurlijk was ik woest. Eerst op de Uitdagingredactie, die hiermee een seniel beeld van mij laat schetsen. Dat wordt niet goedgemaakt door een grote afbeelding van het boek naast de recensie, die je kunt samenvatten als: “Wie dit leest is gek.”

De tweede op wie ik boos ben, is de recensent. Mijn vermoeden is dat hij mijn boek niet heeft gelezen, maar slechts doorgebladerd. Daarmee bouwt hij zijn kritiek op onjuiste gronden. De getallen en gegevens over invloed, grootte en verspreiding van het vroege Christendom uit de hoofdstukken 1 en 2, lijkt Nentjes te beschouwen als de basis voor mijn uiteindelijke conclusies. Mis gegokt! Die zijn gebaseerd op exegese. De eerste hoofdstukken zijn niet grondleggend, maar voegen alleen extra verbazing toe over wat er in de eerste eeuw gebeurde.

Nu beschuldigt Nentjes me van trucs bij het interpreteren van getallen. Het lijkt erop dat de man zich vergaloppeert in een redeloze boosaardigheid. Maar wie weet. Misschien kan hij iets doordachts aanreiken? Voor een serieuze uitwisseling van gedachten sta ik open.

Maar dan de slotsom van de recensent. Krol moet zich bescheidener opstellen. Hoe moet dat, met conclusies die zo uit de Bijbel zijn op te lepelen? Hoe klinkt: “Een half evangelie voor een halve wereld?” Zou dat Nentjes bevallen? Of is dat nog niet bescheiden genoeg? Uiteindelijk neemt Nentjes me kwalijk, dat ik naar de Bijbel luister.

Wat voor recensenten kiest het maandblad Uitdaging tegenwoordig? Hoort Nentjes ook bij de ‘nieuwe lijn’?


Jesus Multinational
de imposante kerk van de eerste eeuw als voorbeeld voor ons

Door Bram Krol

Hoeveel Joden waren er in de tijd van Jezus? Dat is belangrijk voor ons begrip van de groei van de vroege kerk, die in het begin hoofdzakelijk uit bekeerde Joden bestond. Maar het is niet gemakkelijk het verleden te reconstrueren. Waren het er één of drie miljoen in Israël? Dat is in discussie onder deskundigen. En hoe groot was Jeruzalem, de wereldhoofdstad van het Jodendom? De schattingen lopen uiteen van 20.000 tot 300.000 inwoners. Al naar gelang van de logica die je hanteert, zijn de uitkomsten heel verschillend. Maar wanneer de Bijbel spreekt over ‘myriaden’ (d.i. tienduizenden, en niet ‘duizenden’ zoals vertaald, zie Handelingen 21:20) Christenen halverwege de eerste eeuw, wekt dat de indruk van een stad met honderdduizenden inwoners.

Al studerende kwam ik steeds meer tot de conclusie dat het Jodendom veel groter in omvang was dan tot voor kort werd aangenomen, daarbij geholpen door een enorm aantal nieuwe onderzoeken vanuit het Jodendom. Er zijn stammen met Joodse wortels ontdekt in zwart-Afrika en tot diep in Azië. Daaronder vind je de Lemba’s uit Zuid-Afrika, Zimbabwe en Moçambique. Dat geldt ook voor delen van de Peul- en Touaregstammen, zwervend door West-Afrika en de Yibirs in Somalië. De Kashmiri in India en Pakistan, delen van de Mizostam in India en verschillende stammen in China, Burma, Bangla Desh en Afghanistan hebben een Joodse achtergrond.

Eén à twee miljoen Joden in Egypte, 8 – 10% van de bevolking van toen. Zuidelijk Syrië was voor een groot deel verjoodst. In Damascus woonden tienduizenden Joden, op Cyprus mogelijk 300.000, net als in Lybië. Grote delen van het huidige Soedan en de Hoorn van Afrika waren Joods. In die gebieden waren later grote Joodse koninkrijken, tot ongeveer 1600.

Er waren in de eerste eeuw ongeveer 12 miljoen Joden, misschien zelfs het dubbele. In Israël, Egypte en Babylonië woonden er globaal elk tegen de twee miljoen. Elders in het Romeinse Rijk woonden er nog ongeveer zes miljoen (vooral in Syrië, het huidige Turkije en op de Griekse eilanden). Daarbuiten woonden veel Joden rond de Zwarte Zee, ten zuiden van Egypte, in Georgië, Armenië, Iran, Toerkmenistan en Afghanistan. Aan de zijderoute woonden grote concentraties Joden, en ook in Bombay en Zuid-India (100.000). Maar de juiste aantallen blijven onduidelijk, ook al waren ze aanzienlijk.

Interessant is dat het Jodendom buiten Israël veel meer uitzag naar de komst van de Messias dan in het heilige land. Die verwachting was overgeslagen op de heidenen. De mensen in het Romeinse Rijk verwachtten algemeen de komst van een rechtvaardige wereldvorst, die in Israël geboren zou worden. Die verwachting leefde ook breed in Babylonië, waarvan de Bijbel een aanwijzing geeft in het verhaal van de komst van de magiërs naar Betlehem. Toen Jezus verscheen was de tijd daar ook echt rijp voor.

En dan Johannes de Doper! We kunnen ons geen voorstelling maken van diens invloed. Zelfs na zijn dood durfden de Joodse leiders niets tegen hem in te brengen, omdat het hele volk hem als de eerste profeet sinds honderden jaren zag. Dat komt dramatisch naar voren in de geschriften van de geschiedsschrijver Josephus, die in zijn ‘Joodse oudheden’ vertelt van een oorlog tussen Herodus en koning Aretas van Nabatea, gelegen in het zuiden van het huidige Jordanië. De aanleiding hiertoe lag in het feit dat Herodus zijn eerste vrouw had weggestuurd, een dochter van Aretas. Israël werd verslagen. Dat was in 37, ongeveer 9 jaar na de dood van Johannes. De grote massa beschouwde dat als Gods straf voor de moord op Johannes. Zo waren ze met deze zaak bezig! Johannes moet wel invloed hebben gehad buiten zijn land, vooral in Syrië en Alexandrië, de tweede stad van het romeinse Rijk, met honderdduizenden Joden. (Daar kwam Apollos vandaan, een volgeling van Johannes, zie Handelingen 18:24.)

Door de grote verspreiding van het Jodendom (1), de messiasverwachting in veel Joodse kringen (2) en daarbuiten (3) en de enorme invloed van Johannes de Doper (4) was de wereld klaar voor een snelle verspreiding van het Christendom. En zo is dat dan ook gebeurd, al vinden we daar maar weinig van terug in de kerkgeschiedenis. Er is ooit, begin negentiende eeuw, een minimaliserende kijk op de vroege kerkgeschiedenis opgekomen. Men geloofde alleen wat absoluut bewijsbaar was. Dat is niet veel. Maar is het reëel om uit te gaan van maximaal 20.000 Christenen in het jaar 100, wat velen beweren in navolging van Von Harnack (1901)? Ik meen dat de vele aanwijzingen uit oude christelijke geschriften ons ertoe dwingen aan te nemen dat er miljoenen gelovigen waren, en dat de kerk toen ook was doorgedrongen in gebieden die veelal niet gerekend worden tot het verspreidingsgebied van de vroege kerk, zoals Armenië, Engeland en India.

Willen we de kerk doen herleven? Dan zal een andere kijk op de kerkgeschiedenis ons enorm helpen!


1. Nederlands Dagblad - 29 maart 2010 - www.nd.nl

‘Vroege kerk tot in China en Engeland’

De kerk van de eerste eeuwen was een stuk groter dan gedacht. Als christenen vandaag van het vroege christendom leren, kunnen ze opnieuw een wereldveroverende beweging worden, stelt Bram Krol in zijn boek Jesus Multinational.

door onze redacteur Dick Schinkelshoek

GORINCHEM – De wereldkerk strekte zich al heel vroeg uit van China tot Engeland. Jezus had duizenden volgelingen en droeg een beweging die vanaf het begin was ingesteld op snelle uitbreiding over de grenzen van Israël heen. Aan het einde van de eerste eeuw waren er ,,minimaal 2,5 miljoen christenen’’. In zijn boek Jesus Multinational breekt Bram Krol met de wetenschappelijke consensus dat de eerste gemeenten slechts enkele tientallen leden groot zouden zijn.



Lekker winkelen zonder zorgen - Gratis verzending en retour

Het boek van Krol, predikant en docent aan verschillende hbo-theologieopleidingen, wordt vandaag gepresenteerd in De Wittenberg in Zeist.

Waarom was christen worden in de eerste eeuw volgens u zo aantrekkelijk?

,,Veel geleerden zeggen: de tijd was er rijp voor. Er was onder Joden – en door hun invloed ook onder veel heidenen – een breed levende Messiasverwachting. Maar je kunt niet alles aan het geschikte tijdstip ophangen. Er waren ook gruwelijke vervolgingen. Nog belangrijker was het discipelschap van de eerste christenen, een laagkerkelijke structuur waarin geen verschil tussen leden en ambtsdragers bestond. De eerste gemeenten kenden natuurlijk leiders, maar die legden zich vooral toe op training en het zuiver houden van de leer.’’

Alle wetenschappelijke handboeken schrijven over een heel kleine eerste gemeente. Waarom wijkt u daarvan af?

,,Dat komt voor een deel omdat we meer weten dan vroeger. Het Jodendom was bijvoorbeeld veel verder verbreid dan mensen denken. We vinden Joodse invloeden in de Hoorn van Afrika, zelfs in Zuid-Afrika, en langs de Zijderoute tot ver in China toe. In Babylonië woonden twee miljoen Joden. Dat zijn groepen geweest, waaronder het evangelie zich gemakkelijk kon verspreiden. Daarnaast blijkt uit oude bronnen dat al in de eerste eeuw in Engeland een gemeente bestond. Als je al die gegevens serieus neemt, kom je bij honderdduizenden christenen in de eerste eeuw.’’

Hoe komt het dat er nauwelijks archeologische sporen zijn, als er vroeg al zo veel christenen waren?

,,Christenen die leefden voor de periode van keizer Constantijn hadden geen eigen gebouwen, vooral door de vervolgingen. Dus vind je weinig terug. Er zijn wel huizen gevonden met een baptisterium, een groot doopvont.

Geleerden menen snel dat het gewone baden zijn. Zelfs al vindt men de afbeelding van een anker of een vis, dan is het nog niet zeker dat het om een christelijk huis gaat. Misschien werkte de eigenaar van het huis wel in de scheepvaart. Wie zal het zeggen? Archeologische vondsten zijn heel moeilijk te interpreteren.’’

U spreekt over Jezus’ succesmethode. En de ergernis van het kruis?

,,Het kruis is een dwaasheid voor mensen die nog vast zitten in het Joodse of het Griekse denken: hoe kan het dat iemand voor jouw zonden sterft? Voor christenen is het kruis geen dwaasheid meer. Allicht bestaat er interne geestelijke strijd, maar met dat soort dieptepsychologie houdt de Bijbel zich nauwelijks bezig.’’

Jezus had weliswaar duizenden volgelingen, maar aan het einde van Johannes 6 zijn ze op twaalf na weggelopen.

,,Ze zijn niet allemaal weggelopen. Een paar hoofdstukken verder blijkt Jezus nog steeds populair. Het was rondom Jezus een echte volksbeweging. Vandaag heb je mensen, morgen zijn ze weg, de dag erna zie je ze weer. Negentig procent had nog niet zijn definitieve keuze gemaakt.’’ 

Kun je die negentig procent wel aanhangers, gelovigen, noemen?

,,Jazeker, ze kwamen tot geloof, ze zochten hun behoud bij Jezus. Dat is genoeg.’’

Wat betekenen uw conclusies voor gemeenten vandaag?

,,De kenmerken van een gezonde gemeente volgens de gemeentegroeibeweging zijn dezelfde die de groei in de eerste eeuwen veroorzaakten: een laagkerkelijke structuur, discipelschap, een heldere boodschap. Iedere gelovige kan dopen, kan het avondmaal bedienen, kan evangeliseren. Een dergelijke beweging kan ook vandaag weer de wereld veroveren. Vanaf de tweede eeuw trekken de geestelijke leiders in de strijd tegen dwalingen steeds meer macht naar zich toe. Hoewel begrijpelijk, is het een teken van geestelijk verval.’’

Kun je achter die ambtstheologie terug naar de eerste eeuwen?

,,Waarom niet? Je kunt altijd terug. De vraag is of je het wilt proberen. Je ziet veel christenen die het op een akkoordje gooien met de moderniteit. De ontwikkeling naar ambten die in plaats van de gelovigen de kerk dragen en overal in de kerk noodzakelijk aanwezig moeten zijn, was niet noodzakelijk. Je kunt zonder, zo lang je maar zicht houdt op de leer van de apostelen.’’

Wie de kerkgeschiedenis bestudeert, moet oppassen zijn geloof niet te verliezen. Wat herkent u van deze uitspraak?

,,Je ziet in de geschiedenis, ook van de kerk, de mens in al zijn kleinzieligheid. Maar je komt ook geloofshelden tegen. Het probleem is dat het voortdurende gevecht wie in de kerk de baas is de geschiedenisboekjes haalt. De vele christenen die tientallen jaren vreugdevol hun geloof beleven, blijven onzichtbaar.’’

www.vergadering.nu