www.vergadering.nu De Leermap www.vergadering.nu

Het Profetisch Woord

Van een broeder uit Waddinxveen ontving ik kort geleden een prachtige samenvatting over de bijbelse profetieŽn, die hij gebruikt voor bijbelstudies in een blad van zijn kerk.
Deze samenvatting is m.i. ook heel goed te gebruiken door anderen die in hun vriendenkring eens samen willen nadenken over dit onderwerp (H.S., 3 mei 2003).

De toekomst van onze Heere Jezus Christus

Europa groeit op lemen voeten
ďEuropa groeit op lemen voetenĒ, stond er met vette letters in de Goudsche Courant van een aantal jaren geleden. Het was de kop van een artikel n.a.v. een Europese topontmoeting in Nice. Was het toeval, of was de correspondent op de hoogte van het bekende beeld (van goud, zilver, koper, ijzer en leem) uit DaniŽl 2? Ik weet het niet, maar dat artikel heb ik nog steeds. Het ligt als een soort bladwijzer in een Bijbelstudieboek over DaniŽl, precies bij de uitleg van Dan. 2:43! 

De opkomst van een verenigd Europa, de ontwikkelingen in het Midden-Oosten, 11 september, de mogelijkheden in de bio-industrie en de toepassingen van de chip zorgen er voor dat steeds meer christenen belangstelling hebben voor profetische Bijbelboeken als Zacharia, DaniŽl en Openbaring. Deze belangstelling vinden we ook terug als we de boekenkast van onze gemeenteleden nader bekijken: niet zelden vinden we daar enkele of alle boeken uit de serie ďde Laatste BazuinĒ van Tim Lahaye.
Verschillende geloofsgemeenschappen hebben een zeer duidelijke en uitgesproken visie op de toekomst. Je hoort bij hen over ďeen hersteld Romeins rijkĒ, ďde opname van de GemeenteĒ en ďeen duizendjarig vrederijkĒ. Waar in het verleden dit soort zaken in onze kringen als onorthodox en sektarisch werden afgedaan, is het opmerkelijk te noemen dat steeds meer reformatorische christenen in ons land hier meer over willen weten. Voor een belangrijk deel gebeurt dit ďonder druk van de feitenĒ, met name door de ontwikkelingen in IsraŽl en het zich verenigende Europa. 

Redenen genoeg om hier in de 2g@ther uitgebreid op in te gaan. Pak je Bijbel er maar bij, want het is niet de bedoeling dat je alles wat je in dit artikel leest zomaar klakkeloos aanneemt. Ik hoop dat je de tekstverwijzingen gebruikt om individueel of in groepsverband te lezen wat de Bijbel over dit alles zegt. 

Christenen en hun Bijbel
Er zijn christenen die de hele Bijbel lezen, maar die aan een boek als Openbaring niet of nauwelijks toekomen. Voor hen is de Openbaring van Johannes een gesloten en geheimzinnig Boek. Ook aan andere profetische Boeken uit het O.T. komen ze niet of nauwelijks toe. Ze vinden het van die lastige Boeken waar je alle kanten mee op kunt. Bovendien hebben deze christenen het niet zo op die Bijbeluitleggers van buiten de gevestigde kerken, die het steeds maar over de komst van Christus hebben en die de Bijbel als een soort puzzelboek schijnen te lezen. 

Er zijn andere christenen, die een Bijbel van heel geringe omvang bezitten. Het O.T. bevat bij hen alleen het Boek DaniŽl, en het N.T. wordt volledig gevormd door de Openbaring van Johannes. Deze christenen hebben meestal veel kritiek op ďdeĒ kerk, omdat die hun toekomstvisie niet deelt. Ze bezoeken vrijwel alleen samenkomsten waar over de toekomst gesproken wordt. Dat er Bijbelboeken zijn die handelen over orde en tucht in de Gemeente laat hen vrij koud en van wat diepergaande leer in de Schrift moeten ze ook niets hebben, want leer vinden ze maar droog.

Visie op de Schrift
Ik denk dat wij, door de bank genomen, tot die eerste groep christenen behoren: we weten niet zo goed wat we met een Boek als Openbaring aan moeten. De leer over de laatste dingen (de eschatologie) is bij ons ondergesneeuwd en dat heeft wellicht alles te maken met de Schriftvisie die wij als reformatorische kerken traditioneel aanhangen. Waar ik op doel is het volgende. In het O.T. vinden we heel veel profetieŽn die betrekking hebben op het volk IsraŽl. De vraag is nu of je deze profetieŽn letterlijk moet toepassen op het volk IsraŽl of dat je ze geestelijk moet toepassen op de Kerk?
De zogenaamde ďvergeestelijkingstheologieĒ die wij hebben meegekregen van Augustinus, de grootste kerkvader tussen Paulus en Luther, gaat er van uit dat we al die profetieŽn geestelijk moeten toepassen op de Kerk. In deze Schriftvisie heeft IsraŽl als volk van God afgedaan, en is zij vervangen door de Kerk. Je zult begrijpen dat de oprichting van de staat IsraŽl in 1948 menig theoloog (ook binnen onze kring) aan het denken heeft gezet: zouden we die profetieŽn dan toch letterlijk moeten nemen? Onder druk van de feiten is onze Schriftvisie een beetje op lossen schroeven komen te staan.
Het is op zijn minst interessant te noemen dat er verschillende negentiende-eeuwse uitleggers zijn geweest die de stichting van de staat IsraŽl vanuit de profetieŽn gezien hebben, hoewel niets in hun tijd in die richting wees. Vandaag de dag, na het ontstaan van IsraŽl, zijn er duizenden christenen die ook tot het inzicht zijn gekomen dat God nog een toekomst heeft voor het aardse volk IsraŽl, en dat de profetieŽn niet (alleen) geestelijk op de Kerk overgedragen mogen worden, maar ook letterlijk op dat kleine volkje in het Midden Oosten. En om nu maar meteen kleur te bekennen, na een aantal jaren studie te hebben gemaakt van de profetieŽn, behoor ik ook tot die christenen.
In het vervolg van dit artikel ga ik dus niet uit van de ďvergeestelijkingstheologieĒ, maar van de gedachte dat er nog een glanstijd voor IsraŽl (op aarde) zal aanbreken met Christus die regeert vanuit Jeruzalem. Dat we hier allemaal hetzelfde over denken is voor mij geen halszaak. Het belangrijkste is en blijft dat we Christus kennen als onze persoonlijke Verlosser. Aan de andere kant vind ik wel dat we studie moeten maken van de Bijbel in het algemeen en de toekomst van onze Heere Jezus Christus in het bijzonder. We zijn toch een Maranatha-gemeente?

Vooraf
Het zou wel een hele dikke 2g@ther worden als ik nu in zou gaan op alle ins en outs van het boek Openbaring. Toch wil ik een poging wagen er in hoofdlijnen iets over te schrijven en nog concreet te worden ook. Wellicht dat het je prikkelt en als opstapje kan dienen voor een diepgravender vervolg. We zullen voor een goed begrip van het boek Openbaring allereerst ingaan op de profetie van de zeventig weken uit Dan. 9:24-27. Vervolgens staan we o.a. stil bij de twee beesten uit Op. 13 en 17, en we eindigen met het duizend jarig vrederijk uit Op. 20. Maar nu eerst nog wat inleidende opmerkingen vooraf. 

We hebben het vaak over de Openbaring van Johannes. Beter is het om te spreken over de Openbaring van Jezus Christus, zo begint dit Bijbelboek ook (Op. 1:1). Om Hem gaat het. Hij staat centraal. Hij is het doel van alle profetie. Het gaat om Zijn toekomst. Hoewel het woord al aangeeft dat het om een ďopenbaringĒ gaat, ligt er voor veel christenen een sluier over dit Bijbelboek. Dat is jammer, vooral als je leest wat er in het derde vers ons verteld wordt: ďZalig is hij die leest, en zijn zij die horen de woorden dezer profetieĒ.
Profetische Bijbelboeken zoals Openbaring vinden we vaak moeilijk. Heel verrassend vinden we echter in Dan. 12:4 het volgende: ďvelen zullen het naspeuren, en de wetenschap zal vermenigvuldigd wordenĒ! Het woord naspeuren geeft al aan dat het geen ďhap klare brokkenĒ zijn. Het vervolg van dit artikel is dan ook best wel pittig.

De zeventig weken (Dan. 9:24-27)
Voor een goed begrip van het boek Openbaring is de profetie over de zeventig weken uit DaniŽl 9 van het grootste belang. Dit gedeelte wordt wel de ruggengraat van de profetie genoemd. Het is schitterend om te zien hoe deze profetie voor een gedeelte inmiddels tot in detail in vervulling is gegaan en we mogen er zeker van zijn, dat ook het onvervulde gedeelte precies volgens het plan van God werkelijkheid zal worden (en wie weet hoe snel al).

Het volk IsraŽl is weggevoerd naar Babel. Jeruzalem en de tempel zijn verwoest. De toekomst ziet er niet rooskleurig uit, maar God laat aan DaniŽl zien welke plannen Hij heeft met Zijn volk. DaniŽl krijgt er zelfs de tijdsduur bij: ďzeventig weken zijn bestemd over uw volk en uw heilige stadĒ. Eigenlijk gaat het hier om zeventig zevens. Nog concreter: het gaat hier om 70 maal 7, dat is 490 jaar. Als iets precies 490 jaar gaat duren, is het natuurlijk wel handig als je weet vanaf wanneer je moet gaan tellen. Wel, dit wordt heel duidelijk aangegeven in vers 25. We moeten rekenen vanaf het moment dat het volk IsraŽl te horen kreeg dat ze terug mochten keren naar hun land om Jeruzalem te herbouwen. De profetie geeft vervolgens aan dat de herbouw van Jeruzalem na zeven weken (49 jaar) voltooid zal zijn en dat de stad vervolgens 62 weken (434 jaar) in tact zal blijven. In totaal zijn er dan 69 weken (7 plus 62: 483 jaar) voorbij en op dat moment (vers 27) zal de Messias uitgeroeid worden, maar dat zal niet voor Hem Zelf zijn. Er zal een volk (de Romeinen) komen die de stad en de tempel zullen verwoesten. Dit gedeelte is letterlijk in vervulling gegaan: vanaf 444 v.C. (het jaar waarin Arthasasta (Neh. 2) bevel gaf om Jeruzalem te herbouwen) brengen 69 weken (483 jaar) ons precies op de kruisiging van Christus, de Messias. En uit de geschiedenisboekjes weten we ook dat de Romeinen Jeruzalem en de tempel verwoest hebben! 

Tot zover een beetje kunnen volgen? We gaan het nu nog wat ingewikkelder maken. De profetie betrof een periode van 70 weken (490 jaar). Tot op de kruisiging van Christus is precies 69 weken (483 jaar). Hoe zit dat met die laatste week (7 jaar)? In vers 24 lezen we dat na die 70 weken (490 jaar) er sprake zou zijn van eeuwige gerechtigheid. Maar zeven jaar na de kruisiging van Christus is dit geen realiteit geworden. Hoe zit dat nu precies? 

Dat zit zo. Die zeventigste week moet nog aanbreken. De profetie had, zoals we in vers 24 zagen, betrekking op het volk IsraŽl. Na de kruisiging van Christus heeft God de draad met IsraŽl voor een onbepaalde periode losgelaten (lees Rom. 11:22-32). Tussen de 69e en de 70e week zit een ďtussenperiodeĒ. Dit is de periode van de Gemeente. Dit is de periode waarin God een God wil zijn voor heidenen. Het is de periode van de Kerk.. Deze periode wordt door Paulus de ďverborgenheidĒ van de Gemeente genoemd (Ef. 3:1-10; Kol. 1:24-27; Rom. 16-25-26). In het O.T. was het plan van God met ons (gelovige heidenen) nog geheim (verborgen), maar het is geopenbaard aan Paulus. Wat we dus gevonden hebben is het volgende:
1. 7 weken voor de bouw van de tempel en Jeruzalem;
2. 62 weken blijft stad en tempel intact;
3. de Messias wordt gekruisigd, de draad met IsraŽl wordt losgelaten;
4. de tussenperiode begint: de ďverborgenheidĒ van de Gemeente, de periode voor de heidenen;
5. de periode van de Gemeente wordt afgesloten en de draad met IsraŽl wordt weer opgepikt: de 70e week begint;
6. de 70e week wordt afgesloten met de komst van Christus.

In het tweede en derde hoofdstuk van Openbaring vind je zeven brieven aan zeven gemeenten in Klein AziŽ. Naast het feit dat deze brieven een concrete boodschap bevatten voor de christenen van toen, zijn er uitleggers die in deze zeven gemeenten, zeven fasen uit de (nog steeds voort durende) Kerkgeschiedenis herkennen (dit spreekt mij erg aan). M.a.w. hoofdstuk 2 en 3 van Openbaring geven een beschrijving van de periode van de Gemeente. Het is een beschrijving van de periode tussen de 69e en de 70e week uit DaniŽl 9. Hoofdstuk 4 van Openbaring begint met ďNa dezenĒ. Dit betekent: na de periode van de Gemeente. In hoofdstuk 4 begint dus de 70e week uit DaniŽl. De beschrijving van de 70e week vinden we in Openbaring 4 tot en met 19. De zeventigste week is een periode van grote verdrukking. De zeven jaar worden in twee perioden van 3,5 jaar gedeeld. De laatste 3,5 jaar zullen het meest verschrikkelijk zijn. In die periode zal er weer een Tempel zijn en daarin zal iemand (de antichrist) een gruwel plaatsen (Dan. 9:27). Dat dit van groot belang is, blijkt wel uit het feit dat de Heere Jezus deze profetie uit Dan. 9:27 letterlijk citeert in Matt. 24:15!! Wellicht begint het je een beetje te duizelen. Het is inderdaad net een puzzelboekje, maar de stukjes passen wel precies in elkaar! Bedenk echter wel dat de Schrift ontworpen is door de Heilige Geest. Het is niet zomaar een boek! 

De indeling van het boek Openbaring ziet er dus (in grote lijnen) als volgt uit:
1. Hoofdstuk 1: de Inleiding;
2. Hoofdstuk 2-3: de periode van de Gemeente (de Kerkgeschiedenis), de periode tussen week 69 en week 70;
3. Hoofdstuk 4-19: de 70e week, de periode van grote verdrukking;
4. Hoofdstuk 20-22: (o.a.) het duizendjarig vrederijk.

Het profetische scenario voor de toekomst
Toetsen aan Gods Woord
Wat staat ons als Gemeente en IsraŽl, Gods oogappel, in de (nabije) toekomst te wachten? Dat is natuurlijk de vraag waar we graag een antwoord op willen hebben. Je begeeft je echter op glad ijs wanneer je profetieŽn heel concreet gaat invullen en benoemen. Desalniettemin doe ik het toch, en wel om je te prikkelen het geschrevene te toetsen aan Gods Woord (vandaar de tekstverwijzingen). Ik hoop dat je deze uitdaging aangaat. Het boek Openbaring mag in onze kringen geen ďverhullingĒ zijn. Dit Boek (en alle andere profetieŽn) moet open. Als je er studie van maakt zul je ervaren dat het werkelijk een ďopenbaringĒ is: een openbaring van onze Heere Jezus Christus. Hij is het doel en centrum van alle profetie. De bekende woorden ďonderzoekt alle dingen en behoudt het goedeĒ zou ik op het hiernavolgende van toepassing willen laten zijn. 

Het herstelde Romeinse rijk: het beest uit de zee (Dan.2; Op.13 en 17)
In DaniŽl 2 treffen we het beeld van goud, zilver, koper, ijzer en leem. Het is een beschrijving van vier opeenvolgende wereldrijken, die een nauwe relatie hebben gehad met het uitverkoren volk van God, IsraŽl. Het beeld zal verpletterd worden door een steen welke zonder handen is afgehouwen (Dan.2:34). Deze steen zal het beeld treffen aan de voeten van ijzer en leem. De uitleggers zijn het er over eens dat de voeten van ijzer en leem het Romeinse rijk voorstellen. De steen, zonder handen afgehouwen, is een beeld van Christus. Christus heeft de dood overwonnen, maar van een verplettering van het Romeinse rijk is geen sprake geweest. Dit moet dus nog geschieden. Als dit nog toekomstmuziek is, dan zal duidelijk zijn dat het Romeinse rijk uit DaniŽl 2 er in de toekomst (weer) moet zijn. Deze gedachte wordt onderstreept door Op.13:2-3, waar we lezen dat een beest (het Romeinse rijk) van zijn dodelijke wond geneest. Iets dergelijks lezen we ook in Op.17:8 en 11: ďHet beest dat gij gezien hebt, was en is niet, en het zal opkomen uit de afgrondĒ.

Het Romeinse rijk heeft en had iets magisch. Verschillende grootheden (bijv. Napoleon en Hitler) hebben geprobeerd dit rijk in ere te herstellen. In Op.17:10 lezen we over zoín tijdelijk herstel van het Romeinse rijk, er staat: ďen de ander is nog niet gekomen, en wanneer het zal gekomen zijn, moet hij een weinig tijds blijvenĒ. Dit gedeelte wordt door verschillende uitleggers toegepast op het (weinig tijds durende) ďDritte ReichĒ van Hitler. In de eenwording van Europa zien we Op.13:2-3 in vervulling gaan: het Romeinse rijk herstelt van zijn dodelijke wond. Het is echter wel een rijk van ijzer en leem: het kent geen echte eenheid. Wellicht moeten we in dit verband niet alleen denken aan Europa, maar aan de gehele westerse wereld (dus inclusief de VS). Hoe het ook zij, het vierde rijk uit DaniŽl heeft een belangrijke rol gespeeld tijdens de eerste komst van Christus, en zal dat ook weer doen tijdens Zijn tweede komst. Het beest uit de zee is niet alleen een type van het Romeinse rijk, maar ook van haar leider. Deze alleenheerser zal God beledigen (Op.13:5) en het zal een bijzonder moeilijke tijd worden voor hen die geschreven staan in het boek des Levens, des Lams (Op.13:8). Zonder teken van het beest zal kopen en verkopen niet meer mogelijk zijn (Op.13:17). Deze verschrikkelijke periode zal 42 maanden (Op.13:5) duren (de laatste 3 Ĺ jaar van de 70e week).

De komst van de antichrist: het beest uit de aarde
   (Op.13:11v; 1 Joh.2:18-22; 2 Thess.2:1-12; Dan.9:27)
Naast het beest uit de zee, stijgt er ook een beest op uit de aarde (Op.13:11). De zee staat symbool voor de volkeren. De aarde staat voor IsraŽl. Dit beest uit de aarde is dus de leider van IsraŽl. Het is de valse Messias: de valse profeet (Op.16:13; 19:20; 20:10). Hij lijkt op het Lam, maar spreekt als de draak (de satan). Hij zal zich voordoen als de ware Messias, maar hij is in werkelijkheid de antichrist, d.i. de valse Messias. Hij zal de krachtfiguur zijn die de Joden nodig zullen hebben. Ze zullen hem aannemen als hun Messias. Dit blijkt uit de woorden van Jezus in Joh.5:43: ďIk ben gekomen in de naam van Mijn Vader en u neemt Mij niet aan; als een ander komt in zijn eigen naam, die zult u aannemenĒ. Deze antichrist zal zijn ware karakter tonen tijdens de laatste 3Ĺ jaar voor de komst van Christus. In Dan. 9:27 lezen we namelijk dat hij in de tweede helft van de 70e week slachtoffer en spijsoffer zal doen ophouden. Dit betekent dat de offerdienst in de tempel wordt stopgezet. Bovendien zal er sprake zijn van een ďgruwel der verwoestingĒ. Zoals gezegd citeert de Heere Jezus deze woorden uit DaniŽl letterlijk in Matt.24: 15-16: ďWanneer gij dan zult zien den gruwel der verwoesting, waarvan gesproken is door DaniŽl den profeet, staande in de heilige plaats (die het leest die merke daarop). Dat als dan, die in Judea zijn, vlieden op de bergen.Ē Jezus waarschuwt met klem voor deze periode! In de tempel te Jeruzalem zal een afgodsbeeld (een gruwel der verwoesting) staan tot eer van Satan: erger kan niet (Op.13:15; Dan.9:27)! Momenteel is er nog geen tempel in Jeruzalem te vinden. Er zal dus weer een tempel gebouwd moeten worden. Dit wordt dan na de tempel van Salomo en de tempel van Zerubbabel de derde tempel die er in Jeruzalem zal staan. De plannen hiervoor zijn bekend: de Joden kijken er vol verwachting naar uit (bezoek www.thirdtemple.com , we leven in boeiende tijden). 

We hebben het beest uit de zee gezien: de leider van het herstelde Romeinse rijk. Daarnaast vinden we in Op.13 het beest uit de aarde: de antichrist. Deze twee zijn vriendjes van elkaar (Op.13:12) en ontvangen hun macht van satan, de draak (Op.13:4). Deze drie (het beest uit de zee, het beest uit de aarde en de draak) worden wel de onheilige drie-eenheid genoemd. 

De komst en de toekomst van Christus (Zach.14; Op.20v.; 1 Kor.15: 24-28)
Gelukkig blijft het hier niet bij. Het zijn de weeŽn die voorafgaan aan de geboorte van iets moois: Hťt Leven. Christus zal openbaar worden. Zijn voeten zullen staan op de Olijfberg (Zach.14:4) op het moment dat alle volken bij elkaar komen om te vechten tegen Jeruzalem (Zach.14:2; Op.16:13-16) in de plaats Armageddon. Zij zullen oorlog voeren tegen het Lam, maar het Lam zal hen overwinnen (Op.17:14). Het beest uit de aarde en uit de zee zullen geworpen worden in de poel des vuurs (Op.18:20). Dan begint de toekomst van onze Heere Jezus Christus. De satan wordt allereerst voor duizend jaar gebonden. Christus zal vervolgens letterlijk op aarde gaan regeren: duizend jaar (Op.20)! Dit zal een periode van geweldige zegen zijn (we vinden in Jesaja en in Jeremia hier heel veel teksten over). In Zach.14 wordt e.e.a. duidelijk uiteengezet. In dit gedeelte lees je dat Christus terugkomt om te strijden voor Zijn volk.
Na de overwinning zal Hij gaan regeren (Zach.14:9) vanuit Jeruzalem. De volkeren zullen jaarlijks optrekken naar Jeruzalem om de Koning te aanbidden (Zach.14:16). Het kan hier niet over de eeuwigheid gaan, want we vinden er volkeren die ongehoorzaam zijn en niet optrekken (Zach.14:17-18). Zij zullen gestraft worden (ongehoorzaamheid is iets wat niet in de eeuwigheid thuishoort). Na dit duizendjarig rijk waarin Christus regeert, wordt satan voor een kleine tijd ontbonden (Op.20:7). Dan zal hij nog eenmaal de volken verleiden om te strijden tegen het Lam. Het zal een laatste stuiptrekking zijn. Satan zal geworpen worden in de poel van vuur: waar het beest (uit de zee) en de valse profeet (het beest uit de aarde) al waren (Op.20:10). Hiermee komt de aardse regering van Christus tot een einde. Hij zal het Koninkrijk overdragen aan God de Vader: dan begint de eeuwigheid (1 Kor.15:24). Wanneer alle dingen aan Christus onderworpen zullen zijn, dan zal Hij Zelf onderworpen worden Dien, Die Hem alle dingen onderworpen heeft, opdat God zij alles en in allen (1 Kor.15:28). En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, den enigen waarachtige God en Jezus Christus, Dien Gij gezonden hebt (Joh.17:3). Wat een perspectief!

Vragen of vraagtekens bij dit artikel? Neem gerust contact met me op:
keesslootweg@hotmail.com 

De Leermap-index


 

www.vergadering.nu