www.vergadering.nu De Leesmap www.vergadering.nu

Friesch Dagblad - 1 mei 2007 - www.frieschdagblad.nl

God in Nederland

Willem Ouweneel

Ik moet eerlijk zeggen dat ik altijd een wat kriebelig gevoel krijg als het zoveelste onderzoek naar het wel en wee van de christelijke religie in Nederland gepubliceerd wordt.

Half december 2006 kregen we het rapport Geloven in het publieke domein van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Half april hoorden we over God in Nederland, een tienjarig onderzoek naar kerk, religie en nieuwe spiritualiteit. En ter gelegenheid van het veertigjarig bestaan van de Evangelische Omroep kregen we ook van die kant een onderzoek voorgeschoteld, en wel omtrent het geloof van de eigen achterban. In alle gevallen worden de onderzoeken met veel bombarie aangeprezen en de uitkomsten ervan ‘opmerkelijk’ of ‘verrassend’ genoemd.




Lekker winkelen zonder zorgen - Gratis verzending en retour

Vanwaar dan dat kriebelige gevoel bij mij? Ten eerste omdat iedereen met zulke onderzoeken aan de haal gaat en er uithaalt wat hem/haar in de kraam te pas komt. Kijk alleen al naar de koppen waarmee de verschillende media het onderzoek God in Nederland aankondigden: enerzijds ‘Opleving onder gelovigen’ (Friesch Dagblad), ‘Nederland bidt ondanks geloof’ (Trouw), maar ook: ‘Ontkerkelijkelijking zet stevig door’ (NOS), ‘Geen sprake van herleving religie’ (Reformatorisch Dagblad), ‘Geloof op retour in Nederland’ (Nederlands Dagblad) en ‘Nederland haalt God er alleen bij voor rituelen’ (de Volkskrant). Blijkbaar kun je vanuit hetzelfde onderzoek tot heel verschillende conclusies komen.

De tweede kriebel is bij mij gebaseerd op de godsdienstpsychologie. Decennia lang is op grond van allerlei onderzoeken beweerd dat religieuze mensen over een slechtere psychische gezondheid beschikken dan niet-religieuze mensen. Dat veranderde pas rond 1950, toen Gordon Allport twee heel verschillende religieuze typen ging onderscheiden: de extrinsiek-religieuze mensen, bij wie de godsdienst aan de buitenkant zit en voornamelijk een zaak van sociale status en eigenbelang is, en de intrinsiek-religieuze mensen, bij wie de godsdienst aan de binnenkant zit, een zaak van het hart is (ongeacht of het nu bijvoorbeeld om christenen of moslims gaat).

Nu bleek dat extrinsiek-religieuze mensen inderdaad psychisch minder gezond, maar intrinsiek-religieuze mensen juist psychisch gezonder zijn dan niet-religieuze mensen! Door deze twee typen niet te onderscheiden had men decennia lang een verkeerde en misleidende conclusie getrokken.

Ik ben bang dat we ook vandaag ons blind staren op bepaalde factoren waar we veel waarde aan hechten, maar die wel eens heel wat minder belangrijk zouden kunnen zijn dan we denken. Neem nu de kwestie van de almaar doorgaande ‘kerkverlating’. Natuurlijk is dat op zichzelf een schokkende zaak. Toch zegt het minder dan velen denken: enerzijds omdat niet alle mensen in de kerk zo christelijk, anderzijds omdat niet alle mensen buiten de kerk zo ónchristelijk zijn.

Vroeger was praktisch iedereen bijna automatisch lid van een kerk. Dat automatisme is allang verdwenen; de kerken zijn eenvoudig bezig terug te vallen op hun échte aanhang, en dat louteringsproces is nog niet voorbij. Vooral in plattelandsgemeenschappen zijn, zo is mijn indruk, nog steeds veel mensen lid van een kerk vanwege de ermee verbonden sociale status, dus uit eigenbelang, en/of eenvoudig uit traditie en gemakzucht. Onderzoek dáárnaar te doen is véél ingewikkelder dan mensen te vragen hoe vaak ze naar de kerk gaan; ik weet niet of zulk onderzoek wel eens gedaan is. Ik zou dolgraag willen weten hoeveel extrinsiek- en intrinsiek-religieuze mensen onze kerken en gemeenten bevatten.

Het omgekeerde is ook waar: veel mensen lijken de kerken te verlaten omdat zij de diensten als saai en niet-inspirerend ervaren, maar niet zozeer omdat zij het christelijk geloof kwijt zijn. De stap naar evangelische gemeenten is voor zulke mensen vaak te groot, of ze voelen zich er na kortere of langere tijd evenmin thuis. En dus komen ze nergens meer. In veel gevallen zal hun geloof daarbij natuurlijk wel verwateren.
Tussen christenen enerzijds en vaag-gelovige religieuze mensen anderzijds zal dan ook wel een groot grijs overgangsgebied bestaan. En opnieuw zou ik erg graag willen weten hoeveel extrinsiek- en intrinsiek-religieuze mensen onder die buitenkerkelijke christenen, én onder die vage religieuzen, én onder de grijze tussengroep voorkomen. Wie helpt?

Prof. dr. Willem J. Ouweneel doceert aan de Evangelische Hogeschool in Amersfoort, de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven en de Evangelische Theologische Academie in Zwijndrecht en is auteur van vele boeken op het terrein van theologie en filosofie.


Reactie: www.frieschdagblad.nl/artikel.asp?artID=33962

De Leesmap-index


 

www.vergadering.nu