www.vergadering.nu  Recensie-index  www.vergadering.nu

10 RECENSIES


En de aarde bracht voort
Christelijk geloof en evolutie
Gijsbert van den Brink
9789023971535
Uitgeverij Mozaïek
Aantal pagina's: 364
Paperback
Dit boek bestellen...

Stel dat de standaard-evolutietheorie klopt. Wat betekent dat dan voor het christelijk geloof? Voor mijn geloof? 
In dit boek onderzoekt dr. Gijsbert van den Brink de mogelijke gevolgen van acceptatie van de evolutietheorie voor vragen als: Hoe kijken we naar de Bijbel? Hoe zit het met lijden en dood, met Adam en Eva, met de zondeval - en hoe is de mens dan beeld van God? Sluiten bovendien toevallige mutaties de voorzienigheid van God niet uit? 
Van den Brink wil christenen met dit boek helpen ontdekken of en hoe orthodox geloven en evolutie kunnen samengaan.

Recente artikelen over dit boek:

 30-4-2018 Recensies over Willem Ouweneels eigen boek dat nu verscheen: Adam, waar ben je?
   5-1-2018 CIP/Willem J. Ouweneel: Stamt Adam af van een aap? 14 uitdagingen...
15-12-2017 CIP/Willem J. Ouweneel: 10 stellingen over schepping, evolutie, Adam en zondeval...
21-10-2017 RD/L. van der Tang: Evolutie en godonterend ongeloof...
  3-10-2017 Logos-verslag van Evolutiecongres, stel...
23-9-2017 WS-verslag: Evolutie, stel dat het waar is
28-8-2017 RD/AATeeuw: Wetenschap loopt vast
29-7-2017 JvMeerten/JRdWit: Adam, wie ben je?

..


10. Focus op de bijbel -- 6 mei 2018 - www.focusopdebijbel.org 

Boeken over oorsprong

Boekrecensie door Kees Fieggen

Vorig jaar verschenen in Nederland twee belangrijke boeken van theologen over schepping-evolutie. Met name het boek van Gijsbert van den Brink ("En de Aarde bracht voort") heeft heel wat discussie teweeg gebracht, o.a. in het ND en het RD. Er werden ook goed bezochte studie-/discussieavonden belegd, o.a. met Van den Brink en Mart Jan Paul (die "Oorspronkelijk" schreef). Beide auteurs verwijzen naar een ander belangwekkend (studie-)boek dat in 2015 verscheen: "The quest for the historical Adam" van William VanDoodewaard, al maakt v.d. Brink er geen zichtbaar gebruik van...

In dit artikel bespreek ik alleen de boeken van v.d.Brink en VanDoodewaard, in een volgend nummer van Focus wil ik graag ingaan op het (mijns inziens veel betere en grondiger) boek van Paul. Noodzakelijkerwijs moet ik me beperken in deze bespreking.

En de aarde bracht voort
Hoewel prof. v.d. Brink keer op keer stelt dat hij in zijn boek verkent wat de gevolgen zouden zijn voor ons geloof van het accepteren van de evolutietheorie ('stel dat het waar zou zijn'), lijkt zijn hele boek toch gericht te zijn óp die acceptatie. Volgens prof. v.d. Brink kunnen (orthodox) geloof en evolutie best samengaan en hij verdedigt de mogelijkheid dat God Adam en Eva zo'n 45.000 jaar geleden uit een hele groep van mensen heeft uitgekozen. Hij stelt dat de evolutietheorie veel sterkere papieren heeft dan welk alternatief ook. Dit is ook het uitgangspunt van de mensen achter 'Biologos', zoals Denis Alexander (die hij menigmaal citeert), maar daar valt nogal wat op af te dingen. Wie het register van namen doorbladert, ziet al snel welke auteurs hij vooral heeft geraadpleegd: daar horen moderne creationisten niet bij.

Conflict wetenschap en geloof?
Volgens v.d.Brink schreef hij dit boek ook om mensen voor wie de evolutietheorie boven iedere vorm van twijfel verheven is, de gelegenheid te bieden om christen te worden zonder 'flagrante onwaarheden te hoeven omarmen'. Christen worden is echter niet een intellectuele exercitie: het is een bekering van het hart. Zo heb ik het (als overtuigd evolutionist) ook ervaren: het is een ontmoeting met de Levende Heer en Hij kan ervoor zorgen dat ons hart rust vindt te midden van wetenschappelijke onzekerheden. Volgens prof. v.d. Ent (kinderarts-pulmonoloog) wordt enerzijds wat 'wetenschap' heet enorm overschat en anderzijds Wie God is enorm onderschat.

Het is van groot belang te zien welke beperkingen de natuurwetenschap juist met betrekking tot de oorsprongsvraag heeft. Darwin had voor zijn evolutietheorie wel aanwijzingen, maar die betroffen verwantschap binnen de familie (van zoiets was Linnaeus al overtuigd, net als Von Baer, de Duitse opponent van Darwin). Alle bewijs dat sindsdien voor afstamming door verwantschap is geleverd, gaat precies daarover — maar ontbreekt voor verwantschap tussen families: Panter en Huiskat zijn onderling verwant, maar niet met Wolf en Kameel. Verdergaan dan verwantschap binnen een familie is biologisch gezien nogal gewaagd. Er is geen experimenteel bewijs voor, en aannemelijk mechanisme ontbreekt. Overeenkomsten in het DNA kunnen net zo goed naar een Schepper verwijzen...
De fundamentelere vraag is: kan de wetenschap uitspraken doen over het verleden? Herhaalbare experimenten zijn niet mogelijk en een Schepping door het Woord is bijna per definitie niet te onderzoeken: we kunnen alleen onderzoeken wat we 'in handen hebben'. En we moeten rekenen met de eindigheid en het verduisterde verstand van de mens als we nadenken over wat de wetenschap vermag: alleen daardoor al staat Gods Woord als openbaring boven wat wij uit de natuur van Hem kunnen ontdekken — en dan nog kunnen we Zijn eeuwige kracht en Goddelijkheid met het verstand doorzien (Rom.1:20)!

Een grondig werk
Het boek lijkt een grondig werk - en in zekere zin is dat ook zo: v.d.Brink verkent een heel scala aan gevolgen van de acceptatie van de evolutietheorie. Maar nergens wordt een grondige exegese gegeven van cruciale Schriftplaatsen: hij bespreekt vooral visies van andere theologen. Als hij zegt dat de schrijver van Genesis 1 een "soort opklimmende lijn van planten via kleine en grote dieren naar de mens" lijkt te ontwaren, frons ik mijn exegetische wenkbrauwen: dit is echt inlegkunde. En als hij meldt dat "in Genesis 2 de dieren zelfs ná de mens worden geschapen", dan denk ik: doe je huiswerk beter!

Op meer dan 170 plaatsen heb ik aantekeningen gemaakt of stukken onderstreept, en op een gegeven moment werd ik moe van de tunnelvisie en het selectief winkelen bij theologen als Augustinus en Calvijn. Waar kerkvaders als Augustinus pleiten voor een niet-letterlijke lezing, bedoelen ze iets heel anders dan v.d.Brink: God heeft mogelijk alles in één keer geschapen en past zich aan ons voorstellingsvermogen aan als Hij dat over zes dagen 'uitsmeert'. Calvijn zou steigeren bij het lezen van deze toepassing van zijn accommodatietheorie.

Volgens v.d. Brink ging Darwin nog uit van een Schepper (van het eerste leven) en moeten we het ontstaan van het leven los zien van de 'eigenlijke' evolutietheorie. Verreweg de meeste biologen zijn dat niet met hem eens. Darwin vermeed dit onderwerp, in het openbaar, maar uit persoonlijke brieven en aantekeningen blijkt dat hij een 'moderne', materialistische visie op het ontstaan van het eerste leven uit anorganische materie had, hoewel hij wist van de experimenten van Pasteur (die spontane generatie uitsloten). Darwin sprak in 1871 over een 'warm little pond' waar eiwitten en uiteindelijk levende cellen zouden kunnen worden gevormd. Bij Darwin (en vele 'vaders' van de evolutie-theorie) was er wel degelijk sprake van een in de grond atheïstische levensvisie.

God schiep of ...?
Genesis 1 en 2 spreken van een 'momentane' schepping. Zo spreekt de hele Bijbel: God sprak en het was er (Ps.33:9 en Joh.1:3; vergelijk Mat.8:8 en Mark.4:39). Door het geloof verstaan we dat... (Hebr.11:3). Nergens lijkt in de Schrift de schepping een proces te zijn. Typerend voor de teneur van het boek vind ik het volgende citaat: "Zonder God blijft het evolutionaire proces een ongelooflijk verspillend en doelloos gebeuren. Wil er enige hoop in te ontwaren zijn, dan zal die moeten ontspringen aan het geloof dat de God en Vader van Jezus Christus op de een of andere manier met deze wereld op weg is naar zijn Koninktijk." Krampachtig probeert v.d.Brink in de chaos van evolutie leiding van God te zoeken. Hier vinden we een belangrijk bezwaar tegen theïstische evolutie. Een momentane schepping wordt vervangen door een handelen van God in voorzienigheid - dat wringt met het Bijbelse spreken. Het plaatst God op afstand van zijn scheppingswerk — alsof Hij het proces in gang heeft gezet en later weer eens komt kijken of er mensen zijn met wie Hij een relatie aan kan gaan.

Ons beeld van Gods almacht komt ook onder druk te staan — juist daarover spreekt God in Job 38-42 (tegenover de kleinheid van de mens) en Jesaja 40-48 (tegenover de afgoden). In het NT vinden we de Heer Jezus als degene door Wie alle dingen geschapen zijn (o.a. in Joh.1 en Hebr.1): waar blijft dat getuigenis met deze andere lezing?

Een letterlijke lezing van Genesis 1 en 2 is meer in harmonie met wat de Bijbel ons verder vertelt over Gods bovennatuurlijk handelen: Hij handelt soeverein, o.a. door mensen uit de dood op te wekken. Dat culmineert in de opstanding van Christus en de profetieen over Zijn wederkomst en gezegende regering (waar de wolf met het lam verkeert) en het komende oordeel. Daarbij komt de vraag naar het gezag en de helderheid van de Schrift: die komen bij een alternatieve interpretatie zeker onder druk te staan.

De 'schepping' van de mens
Als het gaat om de mens, hinkt v.d.Brink op twee gedachten. Enerzijds accepteert hij een evolutionaire afstamming, anderzijds moet de mens toch apart en bijzonder blijven. Het bewijs voor verwantschap met de mensapen is flinterdun. In veel boeken lees je nog, dat ons DNA voor (ruim) 98% overeenstemt met dat van de chimpansee, maar dat is allang achterhaald: het is gebaseerd op een heel grove methode (waarbij unieke DNA-sequenties als lussen onzichtbaar blijven). Grondiger onderzoek laat zien dat het verschil minstens 8% is en waarschijnlijk meer. Daarbij heeft de mens zo'n 1400 unieke genen, tientallen unieke regelgenen en staan de verschillen vooral in verband met de hersenen. De verschillen tussen alle mensen onderling beslaan maar 0,2% van ons DNA (waarbij verschillen russen rassen niet meer dan 6% van die 0,2% bedragen).

Ook de verschillen in bouw en gedrag zijn veel groter dan vaak gesteld, terwijl onze taal en cultuur echt uniek zijn. Aan de andere kant vinden we het gebruik van gereedschap niet alleen bij Chimpansees (daar wordt vaak op gewezen), maar o.a. ook bij de zeeotter en de spechtvink. Hier zou veel meer over te zeggen zijn...

Theologisch zijn de problemen levensgroot. Denk aan de uitleg van 1 Kor. 15 (over de eerste en de tweede mens) en Rom.5 (over Adam en Christus) — de ruimte ontbreekt helaas om een en ander uit te spitten. En dan komen nog de vragen rond het spreken van onze Heere Jezus over Adam en het huwelijk, gebaseerd op Genesis 2, en de toepassing daarvan op Christus en zijn bruid. In OT en NT vinden we toch duidelijk dat God de hele mensheid uit één mens heeft gemaakt (zie o.a. Gen.3:20, Hand.17:26 en de geslachtsregisters). Zie verder de bespreking van het boek van VanDoodewaard.

De zondeval en natuurlijke selectie
Door de zondeval doet de dood zijn intrede — in elk geval voor de mens. Maar als de mens 'menselijke' voorouders heeft, stammen Adam en Eva af van mensen waar de dood allang gemeengoed was. Toen Adam en Eva als 'uitverkorenen' van een groep mensen in de zonde vielen, deed de dood 'opnieuw' zijn intrede: ze vielen als het ware terug — volgens v.d. Brink werden ze naar beneden getrokken door de oerdriften die hen aan de dieren gelijk maakten. Wat is het kwaad van de zonde dan anders dan wat van nature al in dieren aanwezig is? Wat is dan de verschrikking van de dood: die was er toch al?

Deze interpretatie Iijkt vooral een poging om wetenschappelijke inzichten in te passen in de Bijbel: de (feilbare) wetenschap wordt op die manier boven de Bijbel gesteld. Het overtuigt Bijbels niet, maar wringt ook wetenschappelijk gezien.

V.d.Brink realiseert zich terdege dat 'survival of the fittest' een theologisch probleem oplevert: "Heeft God niet gezegd dat de hele schepping 'zeer goed' is? En heeft Hij geen speciale zorg voor het zwakke?". Hij besteedt er een heel hoofdstuk aan, maar heeft geen bevredigende oplossing. Het is zoals Kuiper formuleert: 'geen selectie, maar electie'. Het kwaad dat we heden ten dage in de schepping zien, is veroorzaakt door de zonde: hierdoor zucht de hele schepping en ziet reikhalzend uit naar de Grote Verlossing uit de vergankelijkheid (Rom.8:20-22).

Juist de zondeval zoals de Bijbel die leert, geeft ons een goede verklaring voor alles wat we nu in de schepping zien. Oorspronkelijk was alles zeer goed, maar door de zonde kwam de dood binnen en werd het een strijd om het bestaan - bij mens en dier (en andere schepselen). De grote belofte van het Koninkrijk en de Nieuwe Schepping houdt dan ook in dat al deze frustratie voorbij zal zijn. Dat gebeurt niet door een 'geleidelijk steeds beter' (de kerngedachte van de evolutietheorie), maar door een ingrijpen van God - gebaseerd op die Ene Daad van Gerechtigheid op het Kruis!

De zondvloed
Vroeger werden de aardlagen veelal als een getuigenis van de zondvloed gezien. Volgens het evolutiemodel tonen de aardlagen echter evolutiegeschiedenis — inclusief hoge leeftijden. Maar op deze manier ontkennen of bagatelliseren we Gods oordeel over de zonde. Als de toenmalige wereld niet is verzwolgen door water (2 Pettus 3:6), waarom zouden we Petrus geloven als hij spreekt over Gods oordeel in de toekomst? En is dat niet wat de slang ons wil doen geloven (u zult geenszins sterven...)? De ontzagwekkende realiteit van Gods oordeel en de nieuwe schepping zijn beter in harmonie met een letterlijke lezing van de eerste schepping en de zondvloed. Een plaatselijke vloed inlezen in Genesis is daarbij geen oplossing: God wordt dan zeer onbetrouwbaar, omdat Hij duidelijk zegt dat zo'n vloed nooit meer zal plaatsvinden (Gen.9:11) - de regenboog is het teken van het verbond dat God daarover sluit.

V.d.Brink stelt dat een enkele, eenjarige vloed nooit voldoende geërodeerd materiaal kan hebben afgezet om soms kilometers dikke lagen sediment te verklaren. Ook noemt hij de vulkanische afzettingen. Die gedachte miskent de dynamiek van een wereldwijde vloed, die ongetwijfeld samenging met grote vulkanische activiteit (die mogelijk ook mede oorzaak was van een snelle continenten-verschuiving). Wie ziet wat lokale gebeurtenissen als een plaatselijke overstroming en vulkaanuitbarsting al kunnen aanrichten, kan bevroeden wat een wereldwijde gebeurtenis kan aanrichten. Voor de opvatting van geologen als Hutton en Lyell (dat de aardlagen niet het gevolg zijn van catastrofes maar van langzame processes) is juist verrassend weinig bewijs. Nogal wat lagenpakketten moeten juist wel snel zijn gevormd en de laatste decennia zijn catastrofes juist weer populairder geworden in de geologie.

Niet dat we alle natuurwetenschappelijke vragen rond de zondvloed en de (schijnbaar) hoge ouderdom van aardlagen al hebben opgelost! Het siert wetenschappers (en zeker christenen) als ze bescheiden zijn: alle vragen rond oorsprong zijn per definitie niet makkelijk wetenschappelijk te beantwoorden.

Conclusie
V.d.Brink kiest voor verschillende perspectieven: geloof en wetenschap zijn twee perspectieven op dezelfde wereld. De feiten worden geleverd door de wetenschap, het geloof levert de levensbeschouwelijke interpretatie. Weliswaar houdt v.d.Brink nog deels vast aan de historische waarde van het Bijbelse getuigenis, maar in principe zet hij Gods Woord op de tweede plaats: de interpretatie daarvan wordt ondergeschikt gemaakt aan wat de wetenschap ons vertelt.
Gods Woord heeft voor mij echter het primaat boven de wetenschap, die principieel over vragen naar de oorsprong veel minder kan zeggen. "Waar was u toen ik de aarde grondvestte?", zegt Hij tot Job en tot ons. Ik moet teveel van de Bijbel prijsgeven als ik wil lezen zoals Van den Brink. Als bioloog vind ik het ook volstrekt onnodig om de Bijbel anders te lezen dan door christenen de eeuwen door is gedaan. Guido Gezelle zegt het dichterlijk: "mij spreekt de blomme een tale". Als bioloog 'weet' ik meer, maar zeg ik hetzelfde en buig mij neer.

Aanvullende recensie over het boek "The quest for the historical Adam"
door William VanDoodewaard

De ondertitel van deze zeer grondige studie is: "Genesis, Hermeneutics and Human Origins". VanDoodewaard bespreekt vanaf de vroegste kerkvaders hoe de visie op de oorsprong van de mens is geweest en is veranderd. Tenslotte geeft hij in "What difference does it make" zijn eigen visie op dit vraagstuk, en zijn epiloog geeft hij als titel "Literal Genesis and Science?" mee.

De ontwikkeling van het denken over Adam
Uit dit boek wordt heel helder dat in de eerste 18 eeuwen er nauwelijks verschil van mening was over de oorsprong van Adam: vrijwel iedereen ging er van uit dat de mens door God speciaal geschapen is en wel zo'n zesduizend jaar geleden. Adam en Eva waren het eerste mensenpaar en stamden niet van andere mensen af. Waar uitleggers als Augustinus soms pleiten voor een niet-letterlijke lezing, denken ze helemaal niet aan meer tijd dan de zes dagen, maar aan minder: de schepping kan heel goed in één moment zijn gedaan. De accommodatie aan het beperkte begrip van de mens (die Augustinus en anderen voorstellen) is dus andersom dan velen nu bepleiten. Ook een allegorische uitleg komt niet in mindering op de belijdenis dat God de mens apart geschapen heeft.

In de 19e eeuw verandert het speelveld door de opkomst van de evolutietheorie. Nogal wat uitleggers blijven desondanks vasthouden aan een letterlijke interpretatie van Genesis 1 en 2. Tegen het einde van de 20e eeuw zien we dat aan de ene kant onder orthodoxe en evangelische christenen de acceptatie van de evolutietheorie groeit, maar aan de andere kant dat in sommige van die kringen men teruggaat naar een meer letterlijke uitleg.

Als het gaat om een alternatieve lezing van de schepping van de mens, onderscheidt VanDoodewaard onder uitleggers drie varianten. Bij één variant ontvangt één paar hominiden (Adam en Eva) het beeld van God (en de menselijke ziel) door ingrijpen van God. De tweede variant is die van Gijsbert van den Brink: te midden van een grotere groep mensen worden een Adam en Eva als verbondshoofd door God 'geadopteerd'. Bij de derde variant worden Adam en Eva als literaire figuren gezien.

Alternatieven gewogen
VanDoodewaard kiest in de laatste hoofdstukken duidelijk positie. Kritisch bespreekt hij de drie modellen voor theïstische evolutie. Daarbij laat hij eerst zien dat er interne tegenstrijdigheden in zitten. Zo zijn Neanderthalers er volgens de gangbare tijdrekening al zo'n 350.000 jaar, maar hun graven vertonen religiositeit - ver vóórdat, volgens v.d. Brink zo'n 45.000 jaar geleden, God Adam en Eva uitkoos. Genesis 1-4 plaatsen Adam en Eva in een maatschappij van landbouwers en veetelers, maar dat gebeurt volgens de dominante tijdrekening pas in het Neolithicum - hooguit 15.000 jaar geleden.

Vervolgens laat hij zien hoe een letterlijke lezing het beste overeenstemt met het hele getuigenis van de Bijbel - waar Adam en Eva toch duidelijk als historische figuren worden gezien en als het eerste mensenpaar. Veel uitleggers hebben in alle eeuwen sterke exegetische argumenten voor een letterlijke lezing aangedragen. Te denken valt aan zondeval en verlossing (zie o.a. Rom.5:12-21), het huwelijk (Gen.2:24 wordt driemaal geciteerd in het NT), Gods bovennatuurlijk handelen in heel de Bijbelse geschiedenis, de vergelijking tussen eerste en de tweede mens (1Kor.15:42-49), het Bijbelse getuigenis dat door de zonde de dood in de wereld gekomen is, het probleem van strijd en lijden al die miljoenen jaren van 'survival of the fittest' (terwijl in het NT juist de zwakke wordt uitgekozen), de goedheid van de schepping, de visie op Wie God eigenlijk is en ook de toekomst (waarom zou die wel letterlijk genomen moeten worden?). Verder valt op hoe divers de meningen zijn bij hen die een niet letterlijke lezing van Genesis 1 en 2 voorstaan. Ze worden het nergens eens over waar ze de lijn moeten trekken. Ook valt de magere exegese van de cruciale hoodstukken op.

Tot slot
Volgens VanDoodewaard is de logische consequentie van een volwassen geschapen Adam dat dat ook voor de rest van de schepping geldt. Verder moet de zondeval grote gevolgen hebben gehad - hierdoor zucht de hele schepping. Deze gegevens bieden volgens hem tezamen met de grote impact van de wereldwijde zondvloed voldoende basis voor een goede verklaring van wat we heden ten dage in de schepping waarnemen: we kunnen welgemoed de letterlijke lezing vasthouden.


9. - 27 juli 2017 - www.logos.nl

De schepping–evolutiestrijd is weer helemaal terug!
Van den Brink, ondanks het door hem gewenste tegendeel, op een hellend vlak?

Boekrecensie door Willem J. Ouweneel

Om de zoveel jaar gebeurt het: dan brandt in christelijk Nederland de strijd weer los over de vraagstukken rond schepping en/of evolutie. Dit jaar gebeurde dat door de verschijning van twee dikke boeken, geschreven door twee theologieprofessoren, beiden afkomstig uit de Protestantse Kerk in Nederland, en wel uit de rechterflank daarvan: de Gereformeerde Bond. De ene een oud-student van mij, de ander een oud-collega van mij. Beiden door mij gewaardeerd om hun kundigheid. Beiden orthodox, dat wil zeggen beiden onderschrijven voluit de Geloofsbelijdenis van Nicea.

De christelijke dagbladpers (Trouw, Friesch Dagblad, RD en ND) heeft zich uiteraard op het conflict gestort, en radio en tv zullen wel spoedig volgen. Er zijn al diverse symposia en conferenties belegd, maar eigenlijk is de discussie nog maar nauwelijks begonnen. 

Het eerste boek, eind juni verschenen, heet En de aarde bracht voort: Christelijk geloof en evolutie (uitg. Boekencentrum, Utrecht) en is geschreven door prof. dr. Gijsbert van den Brink (1963), hoogleraar aan de VU te Amsterdam. Hierin verdedigt hij de evolutieleer, inclusief de leer van de menselijke evolutie. Tegelijk wil Van den Brink op een of andere manier vasthouden aan de ‘historische’ Adam en de ‘historische’ zondeval. Maar het valt natuurlijk niet mee Genesis 1–3 én de leer van de menselijke evolutie op één noemer te krijgen. Van den Brink moet daar, als ik zo oneerbiedig mag zijn, dan ook heel wat capriolen voor uithalen, die mij en vele anderen in het geheel niet overtuigen.

Het tweede boek heet Oorspronkelijk: Overwegingen bij schepping en evolutie (uitg. De Banier, Apeldoorn) en is geschreven door prof. dr. Mart Jan Paul (1955), hoogleraar aan de ETF te Leuven. Hij gaat uit van de volle historiciteit van Genesis 1–3 en wil er niets van weten dat deze hoofdstukken gelezen zouden moeten worden door de bril van de evolutieleer.  .......... Lees verder...


8.  Refoweb.nl - 31 augustus 2017 - www.refoweb.nl...

‘En de aarde bracht voort...’
  Vraag & Antwoord Rubriek

Boekrecensie door ds. C. Harinck

VRAAG: Geachte ds. C. Harinck. Recent heeft u een vraag beantwoord over het nieuwste boek van prof. G. van den Brink “En de aarde bracht voort.” U geeft aan in uw antwoord dat u niet zo bent ingewerkt in het creationisme en de evolutietheorie, wat denk ik voor veel theologen geldt....... Lees verder...

ANTWOORD: Beste vraagsteller,

Ik heb het boek inmiddels voor het grootste deel gelezen en ben heel wat meer te weten gekomen over de evolutietheorie. Dit is dan ook bijna het enige positieve dat ik melden kan. Het spijt mij dat ik het zeggen moet, dat het kennis nemen van het boek mij alleen maar versterkt in mijn standpunt dat dit een gevaarlijke en heilloze weg is. Volgens mij heeft prof. van den Brink de kerk geen dienst bewezen.

Het geloof in de God van de Bijbel is niet te verenigen met de opvattingen van de aanhangers van de evolutie, ook niet met de ideeën van evolutionisten die God als de bewerker en Schepper van evolutie willen zien. Er is hier geen neutrale houding aan te nemen. De bedoeling mag dan zijn om te zorgen dat men, zoals Van den Brink meent, door het hardnekkig blijven ontkennen van het ontstaan van alle dingen en alle leven door evolutie, het geloof in God kwijtraakt. Maar het boek van Van den Brink brengt juist verder van die God vandaan. Ik ontmoet in dit denken een andere God dan de God van de Bijbel. De God, Die spreekt en het is er, kent dit geloof in deze evolutiegod niet. Het is een zelfgeschapen god. Hij komt niet overeen met de openbaring van God in de Bijbel.

Bij het lezen van het boek bekroop mij steeds de gedachte: Hier is een mensje, die denkt te weten hoe God de wereld, mens, dier en plant heeft voortgebracht. Al wordt dan erkend dat God dit heeft gedaan, zo blijft het toch een grote aanmatiging om te beweren: ik weet hoe Hij het heeft gedaan. Hij heeft dit anders gedaan dan het scheppingsverhaal zegt. Het zou zegenrijk zijn indien de Heere prof. Van den Brink dezelfde vragen stelde, die Hij Job stelde: “Waar waart gij toen Ik de aarde grondde?” Job. 38:4. Ik zeg dit omdat Van den Brink steeds hoog opgeeft van ons vermogen om zaken te beoordelen en te doorgronden. Het primaat van het verstand staat voorop. Mensen die anders denken zijn dus dom bezig.

Ik wil nog enkele zaken opmerken. Het boek is vol van aannames en veronderstellingen. Er worden wel gewichtige namen en studies bij genoemd, die zeer geprezen worden, maar het stoelt allemaal op aangenomen zaken waarop dan verder wordt voortgebouwd. Toch worden deze wetenschappers, die de Bijbelse opvattingen over God en de schepping, Adam als de eerste mens, de zondeval en de oorsprong van het lijden loochenen, geprezen en hun standpunten als zeer betrouwbaar gepresenteerd. Een mens die zijn verstand gebruikt kan niet anders dan met deze mensen instemmen...

Zo is volgens het boek gemeenschappelijke afstamming van dieren en mensen door deze wetenschappers bewezen, alsmede dat Adam niet de eerste mens is geweest, lijden geen gevolg is van de zonde, maar bij evolutie hoort enz.......
Lees verder...


7. - 27 juli 2017 - www.logos.nl

‘En de aarde bracht voort...’
Recensie van het gelijknamige boek

Boekrecensie door Harm Kiefte

In het boek ‘De aarde bracht voort’ legt auteur professor Van den Brink twee boeken naast elkaar: de Bijbel en het ‘boek van de natuur’. De schrijver leest het boek van de natuur door de bril van de Evolutietheorie, het zogenaamde neodarwinisme, dat hij – zo schrijft hij in de inleiding – als min of meer correct beschouwd. 

Enkele pagina’s verder verklaart de schrijver echter dat hij niet van mening is dat de Evolutietheorie bewezen is en dat we enorm veel dingen eenvoudigweg nog niet weten (blz. 17). Nogal opmerkelijk dus, dat Van den Brink ervoor gekozen heeft – en er ook nog eens heel veel effort in steekt – om het Bijbels getuigenis aan te passen aan de Evolutietheorie, i.p.v. andersom.

Bij de introductiebijeenkomst van zijn overigens helder geschreven boek, gaf de schrijver tevens aan dat hij er vooral tegenop heeft gezien of hij ‘de wetenschappelijke gegevens wel recht heeft gedaan’. 

Kortom, na het lezen van de inleiding en de rest van dit boek en de publicaties er omheen, kan ik mij gewoon niet aan de indruk onttrekken dat Van den Brink weldegelijk gekozen heeft, terwijl hij zijn boek juist geschreven heeft om aan te tonen dat dit niet nodig zou zijn. De wetenschap lijkt in zijn betoog duidelijk en behoorlijk consequent over de Bijbel te heersen. We moeten volgens Van den Brink af van de gedachte dat de Bijbel ons betrouwbare wetenschappelijke informatie levert. Dat ‘dwingt’ ons alleen maar om steeds de Bijbel te moeten aanpassen (blz. 136). Maar ervan uitgaande dat beide boeken dezelfde auteur hebben, kan het inderdaad juist ‘van tijd tot tijd nodig zijn om aanspraken die voor wetenschappelijk uitgegeven worden, nog eens kritisch tegen het licht te houden’ (blz. 136). Helaas heb ik die kritische houding jegens ‘de wetenschap’ bij de schrijver nauwelijks bemerkt. Een kritische houding jegens het Bijbels getuigenis echter des te meer. Van de Scheppingsgeschiedenis blijft als gevolg daarvan bij Van den Brink niet meer over dan een onduidelijk symbolisch ontstaansverhaal.

Wereldbeeld
Volgens Van den Brink moet het ‘Scheppingsverhaal’ gelezen worden tegen de achtergrond van het wereldbeeld van de bijbelschrijver. Maar is dit veel gehoorde argument wel een logisch en juist argument?............ Lees verder...


5+6. - 25 juli 2017 - www.rd.nl 

Kritische weging evolutietheorie ontbreekt bij prof. Gijsbert van den Brink

Thema-artikel door Jan van Meerten
en mede-opgesteld door drs. Rafael Benjamin, dr. Willem Binnenveld, dr. Peter Borger, dr. Herman Bos, dr. Juri van Dam, dr. ir. Hans Degens, dr. ir. Wim de Jong, drs. Ben Vogelaar en drs. Tom Zoutewelle

    6. [ Lees ook de zeer uitvoerige kritische analyse/recensie van Rafael Benjamin... ]

In zijn synthese van de Bijbel en evolutie gaat prof. Gijsbert van den Brink voorbij aan de wetenschappelijke bezwaren die zijn in te brengen tegen de evolutietheorie, stellen Jan van Meerten en negen wetenschappers.

In zijn boek ”En de aarde bracht voort” gaat prof. dr. Gijsbert van den Brink ervan uit dat de theorie van universele gemeenschappelijke afstamming (dat alle levensvormen afstammen van één voorouder) waarschijnlijk juist is. Hij gaat hierbij voorbij aan veel problemen waarmee deze theorie te kampen heeft. We noemen acht voorbeelden. We zijn van mening dat het onverstandig is deze theorie als uitgangspunt te gebruiken voor de theologie.

1. Ontstaan van leven
Hoewel het ontstaan van het leven strikt genomen niet tot de.............. Lees verder...


4. - 18 juli 2017 - www.rd.nl 

Prof. Van den Brink over schepping evolutie niet overtuigend, wel uitdagend

Boekrecensie door drs. J. J. Grandia

De studie van prof. dr. G. van den Brink over schepping en evolutie overtuigt niet, maar daagt de gereformeerde gezindte wel uit tot nadere bezinning, vindt drs. J. J. Grandia.

We hebben een probleem. De Bijbel spreekt over schepping, de wetenschap over evolutie. De Bijbel gaat over het hele leven, de wetenschap ook. Hoe nu verder? Het lang verwachte boek van prof. dr. G. van den Brink is verschenen om ons in deze materie verder te helpen.

Het is een knap boek geworden. Dik, met op elke pagina minstens vier voetnoten, gevuld met Engelstalige titels van het allerhoogste niveau. Daarnaast is het goed leesbaar en biedt het een overzicht in de materie zoals dat in Nederland nog niet eerder is verschenen. Dat komt door het luisteren naar en afwegen van talloze meningen.

Ik heb het boek welwillend gelezen, omdat ik als theoloog een verlegenheid voel bij het probleem van geloof en wetenschap. Maar ik zie na de lezing de vragen groeien en antwoorden blijven uit. Wat zijn de problemen die ik signaleer? Ik beperk me tot hoofdlijnen en zie drie probleemvelden: de verhouding geloof en wetenschap, de hermeneutiek en het verlies van een belangrijk Bijbels vertrekpunt: het paradijs.

God van de filosofen
1. Geloof en wetenschap. Het vertrekpunt van prof. Van den Brink is dat evolutie als theorie zal blijven, steeds verder onderbouwd wordt door wetenschappelijke ontdekkingen en inzichten en dat wij als christenen daar wat mee moeten.......  Lees verder....


3. - 7 juli 2017 - www.geloofenwetenschap.nl

En de aarde bracht voort

Lekker winkelen zonder zorgen - Gratis verzending en retour

Boekrecensie door Jart Voortman

Een van de belangrijkste thema’s over geloof en wetenschap wordt gevormd door de vragen rond schepping en evolutie. Gijsbert van den Brink, hoogleraar geloof en wetenschap, is al meer dan vijftien jaar intensief met deze vragen bezig. En de aarde bracht voort is een boek dat uitblinkt in helderheid en documentatie.

Direct aan het begin vertelt de auteur iets over zijn eigen achtergrond: de Gereformeerde Bond. In deze kringen is men voor een zo letterlijk mogelijke interpretatie van de eerste boeken van de Bijbel. Men is ‘latent creationistisch’, maar tegelijk wantrouwig tegenover pseudowetenschap. Gesprekken met Cees Dekker doen Van den Brink voor het eerst vermoeden: misschien is de evolutietheorie wel gewoon correct. Zoveel jaar later concludeert Van den Brink: evolutie is de meest aannemelijke wetenschappelijke verklaring voor de biodiversiteit op aarde.

Creationisme en intelligent design
Van den Brink blijft in gesprek met zijn achterban als hij een aantal alternatieve zienswijzen bespreekt. Jongeaardecreationisten beweren dat de aarde alleen maar oud lijkt. Ze geloven dat de zondvloed een grote invloed heeft gehad op de geologische structuren van de aarde. Intelligent design was een korte tijd populair. Men is er echter niet in geslaagd om criteria op te stellen voor de zogenaamde onherleidbare complexe systemen. Intelligent design is een God-van-de-gaten-theorie. Door de voortgang van de wetenschap komen er steeds meer verklaringen en wordt de ruimte voor Gods ingrijpen steeds kleiner. Op een geraffineerde manier neemt Van den Brink Voetius op in zijn betoog. Voetius was in de 17e eeuw een fel tegenstander van het heliocentrisme van Copernicus. Voor Voetius stond hier het christelijk geloof op het spel. Van den Brink zegt: tegenwoordig zijn er geen gelovigen meer die geloven dat de zon om de aarde draait. Het verzet van Voetius tegen dit idee is volkomen achterhaald. Zou er met evolutie niet iets vergelijkbaars aan de hand zijn?

Uitleg van de Bijbel
Belangrijk is hoe wij de eerste hoofdstukken van de Bijbel lezen. In het concordisme gelooft men dat uitspraken in de Bijbel over de fysieke wereld bindend zijn. Het gevolg is dat men Bijbelteksten moet oprekken om in overeenstemming te zijn wetenschappelijke kennis. En als wetenschappelijke inzichten veranderen, moet men zijn Bijbeluitleg ook weer bijstellen. Zo springen gelovigen van de ene ijsschots op de andere. We moeten de Bijbel lezen vanuit de gerichtheid van de Bijbel zelf. Het is een categoriefout als wij de perspectieven van de Bijbel vermengen met die van de wetenschap. Voor Calvijn is het in verband met de beschrijving van de vierde scheppingsdag geen probleem dat Saturnus groter is dan de maan. In de concordistische Bijbeluitleg is dat wel een probleem. De concordistische Bijbeluitleg is in strijd met de organische inspiratieleer van Kuyper en Bavinck.

Wat ik een beetje gemist heb in het hoofdstuk over de uitleg van de Bijbel is de uitwerking van wat de eerste hoofdstukken van Genesis werkelijk willen zeggen. Als we Genesis 1 nauwkeurig lezen, ontdekken we dat het hier niet kan gaan om een beschrijving van wat er in het begin gebeurd is. Genesis 1 stelt de vraag: Is het wel vertrouwd hier op aarde? Zijn we wel veilig? Vervolgens zien we op de panelen licht en duisternis en wateren boven en onder. Duisternis en water zijn in Genesis 1 equivalenten voor wat ons schrik aanjaagt. De eerste drie scheppingsdagen vertellen hoe God stap voor stap de aarde veilig maakt. Schepping betekent: God maakt de aarde bewoonbaar (Jesaja 45:18). Zie verder mijn artikel Verwondering en verbijstering.

Adam, de zondeval en de dood
Het wetenschappelijke wereldbeeld met geologische tijdperken van miljoenen jaren maakt een evaluatie van het Bijbelse spreken over de eerste mens, de zondeval en de intrede van de dood noodzakelijk. Van den Brink onderscheidt de volgende benaderingen in de uitleg van Genesis 2 en 3:...............

Lees verder...


2. Waarom schepping - 30 juni 2017 - https://waaromschepping.wordpress.com 

En Van den Brink bracht voort...

Boekrecensie door Gert-Jan van Heugten

In zijn nieuwe boek probeert Gijsbert van den Brink de evolutietheorie rijmen met het christelijk geloof. Die poging is natuurlijk gedoemd te falen.

De titel van het boek zegt al wat er gaat gebeuren: Bijbelteksten worden uit hun context gerukt om de evolutietheorie te accommoderen. De aarde bracht voort (Genesis 1:12, 24)… Daar zit toch een vorm van evolutie in opgesloten?
Zonder onszelf te verliezen in een woordstudie van het Hebreeuws: nee. Het Hebreeuwse woord yatsa’ (יָצָא) betekent ‘naar buiten komen, tevoorschijn komen, uitgaan, vertrekken’. En hoewel yatsa’ maar tweemaal in Genesis 1 staat, staat daar tien keer ‘naar zijn/haar soort’ (‘aard’ in de Statenvertaling). In elk vers met yatsa’ staat twee keer min (מִין), soort. Dat woord alleen al sluit evolutie uit: alles brengt alleen maar voort ‘naar zijn soort’. Er is dus geen verandering van de ene ‘aard’ in de andere.

Zuivere intenties
In zijn boek schetst Van den Brink redelijk goed het probleem waar het om draait. Er zijn (in zijn ogen schijnbaar) onverenigbare tegenstrijdigheden tussen de evolutietheorie en de Bijbel. Zijn intenties zijn zuiver. Hij wil christenen die met hun geloof in de knoop komen doordat ze over evolutie horen een oplossing aanreiken, net als Cees Dekker met Topnerd Tycho beoogde. De aanpak is echter helemaal verkeerd. Door de evolutietheorie serieus te nemen kom je in grote problemen met de Bijbel, zoals ook blijkt uit het boek.

Bijbel ondergeschikt
Bewust of onbewust stelt Van den Brink de Bijbel onder de wetenschap, als het gaat om de schepping althans. Want over de kern van het christelijk geloof zegt hij:

[Jezus Christus bleef] ook tijdens zijn incarnatie ‘volkomen en waarachtig God’. Het christelijk geloof draait van begin tot eind om deze persoon van Jezus Christus aan wie het zijn naam ontleend. (p. 21)

Amen! Jezus is dus volgens Van den Brink God Zelf, Die naar de aarde kwam. Maarre… dat kan toch niet, volgens de wetenschap? God kan niet naar de aarde komen, dat is niet wetenschappelijk. Mensen kunnen niet uit de dood opstaan, of over water lopen. Dat is allemaal even onwetenschappelijk als een zesdaagse schepping. En als Jezus echt ‘volkomen en waarachtig God’ is, waarom zou je Hem dan niet geloven als Hij spreekt over de schepping?
Van den Brink is dus nogal selectief als het op het volgen van de wetenschap aankomt. Wees dan consistent en volg de wetenschap in alles… Of nog beter – stel de Bijbel waar hij hoort: boven de wetenschap.

Onbevangen bronnen?
Meerdere keren schrijft Van den Brink dat hij ‘zo onbevangen mogelijk’ naar de evolutietheorie wil kijken. Een mens kan niet onbevangen zijn. Elk mens heeft zijn eigen vooronderstellingen. Van een onbevangen kijk is geen sprake. En dat blijkt ook wel uit de bronnen die Van den Brink raadpleegt. De meeste werken die hij citeert over de kwestie schepping/evolutie zijn van theïstisch evolutionisten uit het ForumC-kamp, zoals Cees Dekker, Ab Flipse en René Fransen. Zijn mening over creationisten baseert Van den Brink schijnbaar voornamelijk op twee bronnen: 40 questions, waarin een creationist en een theïstisch evolutionist met elkaar in gesprek gaan, en The Creationists van (evolutionist!) Ronald Numbers. Een sprekend voorbeeld is noot 14 van hoofdstuk 4 (p. 115):

Van den Brink citeert geen creationistisch werk jonger dan 20 jaar, met uitzondering van Coming to grips with Genesis dat hij laat buikspreken.

Het boek der natuur
In zijn boek beschrijft Van den Brink regelmatig hoe theologen in de afgelopen 150 jaar tegen de evolutietheorie aankeken. Persoonlijk vind ik de mening van dode theologen ondergeschikt aan wat de levende God zegt..........

Lees verder... 

Lees ook: 14-7-2017 Contra Brinkum...


1. - 21 juni 2017 - www.logos.nl

‘En de aarde bracht voort. Christelijk geloof en evolutie’
Is universele gemeenschappelijke afstamming Gods scheppingsmethode?

Boekrecensie door Jan van Meerten

Zijn christelijk geloof en universele gemeenschappelijke afstamming met elkaar te rijmen? Theïstisch evolutionisten geloven dat dit zeker het geval is. Volgens hen moeten we de naturalistische wetenschap hierin heel serieus nemen. Serieus nemen betekent in dit geval compromissen sluiten en leerstellige revisies toepassen. Daarvoor moeten heilige huisjes omver geworpen worden. Maar, zoals de bekende bioloog prof. dr. Jan Lever ooit stelde, ‘waar blijven we’ als we dat doen? Wat dat betreft is er niets nieuws onder de zon.

Op 22 juni 2017 was het dan zover: Prof. dr. Gijsbert van den Brink presenteerde op de Vrije Universiteit zijn boek met als titel ‘En de aarde bracht voort. Christelijk geloof en evolutie’.1 Er komt ook nog een Engelstalige versie uit maar die zal pas in 2018 gepresenteerd worden.2 Tijdens de presentatie mogen diverse mensen wat zeggen over het boek. De spits werd afgebeten door prof. dr. C. van der Kooi, met wie prof. Van den Brink samen een Christelijke Dogmatiek geschreven heeft. Daarna werd het stokje overgedragen aan dr. G. de Jong, emeritus hoofddocent evolutiebiologie en deïstisch evolutionist.3 Verder spraken predikant en bestuurslid van de Gereformeerde Bond, drs. J. Verhoeven en professor M. Wisse, per 1 september hoogleraar dogmatiek aan de PThU.4 Als laatste reageerde prof. Van den Brink op alle lovende en kritische woorden. Het eerste exemplaar werd overhandigd aan prof. dr. R. van Woudenberg, hoogleraar wijsbegeerte en directeur van het Abraham Kuyper Center aan de VU. Hij gaf aan dat het boek er gekomen is mede dankzij de belofte van het Abraham Kuyper Center aan Templeton World Charity Foundation.56

De omschrijving van het boek luidt: “Volgens veel mensen, zowel gelovigen als atheïsten, zijn christelijk geloof en evolutietheorie onverenigbaar: men kan ze niet beide onderschrijven, maar moet kiezen. In dit boek wordt nagegaan of dit klopt. Na enkele hoofdstukken waarin hij het evolutiedebat in zijn culturele en historische context plaatst, analyseert de auteur systematisch welke repercussies de evolutietheorie heeft voor de in het geding zijnde christelijke leerstellingen. In hoeverre moeten klassieke visies op de Bijbel, op de goedheid van God, de theologische antropologie en de zondeval herzien worden? Hoe zit het met de voorzienigheidsleer en met evolutionaire verklaringen van moraal en religie? De conclusie luidt dat de evolutietheorie ook met orthodoxe versies van het christelijk geloof te verenigen valt.”

Het is zeer waarschijnlijk dat op een dergelijke conclusie een hoop aan te merken valt. Creationisten zullen onjuistheden en inconsistenties aanwijzen in hun recensies. Hieronder wil ik verwijzen naar alle recensies die over dit boek geschreven worden, naar discussie die gevoerd wordt, maar ook naar verslaglegging van diverse media als het gaat om bijeenkomsten rondom het boek. Wilt u zelf ook uw creationistische visie op het boek laten horen? Neem dan contact op met Logos Instituut via info@logos.nl.

Reacties op het boek van Prof. Gijsbert van den Brink..............
[ Er volgen  nog veel reacties en nog meer recensies... HS]
Lees verder...
 

www.vergadering.nu