Terug naar de Recensie-index

3 RECENSIES


De Sjechinah, de Torah en De Messias
Joods christelijke trilogie
Willem J. Ouweneel
Uitg. Scholten
Prijs voor de trilogie € 45,00
ISBN: 9789083313078
Deel 1: 302 pag
Deel 2: 278 pag

Dit boek bestellen bij Boekwinkeltjes.nl (tweedehands)...

of zoek bij: fakkel.nl | ichthusboekhandel.nl | goedhartboeken.nl

Van Willem Ouweneel is nu verschenen de Joods Christelijke trilogie waarin hij schrijft over de Sjechina, de Torah en de Messias. De drie afzonderlijke boeken zijn opgenomen in een fraaie box.

Deel 1 – De Sjechinah
Dit boek handelt over een van de meest intieme onderwerpen in de Bijbel: de Sjechinah. De Sjechinah is de heerlijke aanwezigheid, de nabijheid van God, te midden van Zijn volk of in Zijn persoonlijke omgang met mensenkinderen. Te beginnen in de hof van Eden en uitlopend op de Sjechinah die bij de mensen zal wonen op de nieuwe aarde. Hoe dat zal zijn, kunnen we ons nauwelijks voorstellen. Toch moeten wij het proberen. Voor ons eigen geestelijk welzijn en voor de eer van Gods naam.

Deel 2 – De Torah
Dit boek, deel twee, handelt over de Torah (onderwijzing, wet). Eerst die van Mozes, maar uiteindelijk ook die van de Messias. Net als in de andere twee boeken is in dit geschrift, naast de Bijbel, veel gebruikgemaakt van de wijsheden van Talmoedgeleerden en soms van Targoems (Aramese parafrases van de Tenach) en de midrasj (praktische en vergeestelijkende rabbijnse commentaren op de Tenach).

Deel 3 – De Messias
Na de Sjechinah en de Torah is het derde trefwoord de Messias. Of, als je het eveneens in het Hebreeuws wilt zeggen, Masjiach. Ik hoef maar te vermelden dat Christos het Griekse equivalent is van Masjiach en iedereen begrijpt de christelijke relevantie. Net als in de andere twee boeken is ook nu, naast de Bijbel, natuurlijk veel gebruikgemaakt van de wijsheden van Talmoedgeleerden en rabbijnse commentaren.


3. Jenno Sijtsma -  6 maart 2026 

Deel 3 van de Joods christelijke Trilogie trilogie,
"De Sjechinah, de Torah, de Messias"


Boekrecensie door ds. Jenno Sijtsma

Inleiding
   Zie de inleiding bij de recensie van de Shechina hieronder bij deel 1.

Deel 3: De Messias
Ik meen er goed aan te doen u dadelijk aan het begin te laten weten – wat uit de eerdere recensies van de eerste delen al geconcludeerd kon worden – dat ook dit derde deel bol staat van de veelzijdige kennis van de auteur. Hij weet een scala aan veelal ongekende figuren en meningen ten tonele te voeren en maakt een ongekend gebruik van de diverse sites, enz. Soms duizelt het je van de hoeveelheid ervan.

Op een van de eerste bladzijden van dit derde deel is Ouweneel de Bijbelleraar die het volgende opmerkt: “Het woord Messias komt vele malen in de Bijbel voor, maar mijns inziens slechts drie keer in de primaire betekenis die het in het vervolg van mijn boek zal hebben. Daarbij moet vervolgens gezegd worden dat het woord vele malen in het Nieuwe Testament voorkomt, maar dan in de Griekse versie ervan: Christos (‘Christus’). Jezus wordt dé Christus genoemd, dat is Gods Gezalfde, en soms ook kortweg ‘Christus’, waar de betiteling in veel gevallen (bijna) een eigennaam is geworden. Het Hebreeuwse Masjiach en het Griekse Christos betekenen precies hetzelfde: Gezalfde”.

Heel mooi en eerder al genoemd is dat deze Messias volgens Ouweneel het ware Zelf van Israël is. Daaraan voegt de auteur nu toe, dat als dit zo is – en áls in de betekenis van: nu dat zo is - heel Israël niet alleen het volk van de Gezalfde is, maar zelf gezalfde. Daarop geeft hij een zestal Bijbelteksten, en bespreekt die, die daar inzicht in geven.

Persoonlijk wil ik hier wel kwijt dat ik het feit dat Ouweneel Jezus het ware Zelf van Israël vindt, ik een geweldige typering vind. Het is als het ware de kroon die Hij ontvangt vanuit de belofte dat Israël het uitgekozen volk van God is – en zal blijven tot in eeuwigheid – en dat Jezus de verlossing van hun zonden bewerkstelligt door zijn leven en sterven.

Hier herinner ik me wat Ouweneel ook schrijft, nl dat Jezus in Israël verscheen in een tijd dat de Messiasverwachting zo sterk was dat het des te erger was dat het gros van het joodse volk, dat zo naar de Messias uitkeek, in Jezus niet zijn Messias herkende (en dus ook niet erkende!). En dat, zo vervolgt de auteur, terwijl Hij tientallen, zo niet honderden Messiaanse profetieën vervulde. De Joden hadden daar en toen wel het Bijbelse Messiasgeloof, maar dat zij niet begrepen dat déze tijd, de tijd dat de stad Jeruzalem en de tempel op het punt stonden verwoest te worden, niet de tijd was dat de Messias zou ingrijpen. Zelf hadden zij precies veertig jaar eerder hun eigen Messias omgebracht (om met Daniël 9:24-27 te spreken) en het zou nog heel lang duren voordat Hij weer zijn opwachting in hun midden zou maken, oftewel: dat is vandaag de dag nog steeds niet gebeurd. Jezus, dé Messias heeft alle aandacht op Zichzelf gevestigd als Zijnde de Zoon van God en de heiland van Israël én van de wereld. Hij heeft nimmer, zoals orthodoxe Joden doen, naar een toekomstige Messias verwezen, maar Zichzelf als Messias gepresenteerd.

Uiteraard is er ook over dit derde deel nog veel meer te vertellen, zo bijvoorbeeld wat hij schrijft over een elftal Messiaanse Psalmen, over Buitenbijbelse profetieën en verslagen, over het Messiaanse Rijk, enz. Maar mijn woorden hebben geen andere bedoeling dan de lezer nieuwsgierig te maken naar de inhoud van dit derde deel en de hele trilogie.

Hier wil ik nog wel een aantal gezegden en uitspraken van Ouweneel laten zien, die bovenal tot nadenken stemmen. Zo schrijft hij: de Jood zou zo het Onze Vader kunnen bidden. En ik vind het ook de moeite waard om hier alvast de koper van deze trilogie te vertellen: de rabbijnse vertellingen moet je niet historisch letterlijk nemen, het gaat veeleer om de diepe geestelijke beginselen die hierin geïllustreerd worden. En mocht u het nog niet weten: in het Nieuwe Testament is, net als in het joodse denken, de toekomstige eeuw altijd de ‘Messiaanse eeuw’, dat is de ‘eeuw’’ na de komst van de Zoon des mensen met de wolken van de hemel, de eeuw waarin ‘aller oog Hem zal zien’ (Openbaring 1: 7), de eeuw van het Messiaanse Rijk.

Graag eindig ik deze aankondiging met een laatste woord van Ouweneel, een woord dat op mij diepe indruk maakt en zoals zovele woorden van hem tot ernstig nadenken dwingt: “De ware getrouwe is hij die in Israëls Messias zijn eeuwig heil vindt en die leed draagt over wat Israël door de eeuwen heen is aangedaan. Het heil is uit de Messias, maar dat is hetzelfde als te zeggen dat het heil uit de Joden is, zoals Jezus Zelf heeft gezegd (Johannes 4: 22). De Messias is niet te scheiden van Israël en omgekeerd. Israël is Gods eerstgeboren Zoon (Ex.4:22) en Jezus is zijn eerstgeboren Zoon (Rom.8:29; Kol.1:15; Hebr.1:6) en dat terwijl – zou je zeggen – iemand toch maar één eerstgeboren Zoon kan hebben”.

Deze trilogie in een stevige cassette is zonder meer en vooral een geloofsverrijkende beleving van een begenadigd auteur.


2. Jenno Sijtsma -  26 februari 2026 

Deel 2 van de Joods christelijke Trilogie trilogie,
"De Sjechinah, de Torah, de Messias"


Boekrecensie door ds. Jenno Sijtsma

Inleiding
   Zie de inleiding bij de recensie van de Shechina hieronder bij deel 1.

Deel
2: De Torah
Nu dan De Torah. Volmondig spreekt Ouweneel aan het begin van dit tweede deel met de volgende woorden: ”De Torah is de dochter van God. De Torah is de bruid van Israël. De Torah is een schitterende tuin. Het is een vuur. Het is een waterbron. De Torah is de grootste schat die Israël ooit bezeten heeft en nóg bezit, kostbaarder dan het fijnste goud en de duurste juwelen. De Torah is er niet alleen om bestudeerd te worden, zelfs niet alleen om nagevolgd te worden, maar om bemind te worden”. 

Na deze, voor mij zeldzaam lyrische woorden van deze geleerde, geeft hij aan dat de waarde van deze woorden zonder meer ook onderkend zijn door Jezus. In de laatste nacht voordat Hij werd gevangengenomen zei Hij tegen zijn leerlingen: ”Wie mijn geboden heeft en ze bewaart, die is het die Mij liefheeft” (Johannes 14:15). Het gaat er dus om dat áls je Jezus wilt volgen, je het moet laten zien, waar moet maken, als een levensweg, de Torah is een bijzondere wegwijzer. Dat betekent dus ook voor elke christen het lezen en bestuderen van wat de Heilige Schrift is, natuurlijk het Nieuwe testament, maar ook de Torah, ja zelfs de hele Tenach (wat wij het Oude Testament noemen). De Torah is naast het verbond het belangrijkste geschenk dat God aan Israël gegeven heeft. Maar alles “wat men het morele gedeelte van de Mozaïsche Torah zou kunnen noemen was (en is) voor alle volken van de aarde van grote betekenis.”

God laat hier zien wat Hij niet alleen van Israël maar van alle mensen verwachtte: leven zoals de Torah dat bedoelt. De Torah blijft van kracht tot het einde van de toekomende, de Messiaanse eeuw. De apostel Paulus was jood en werd door Jezus op de weg naar Damascus nadrukkelijk stop gezet en aangesproken, met alle gevolgen van dien. Maar juist deze joodse apostel verkondigde dat niet alleen de hoorders van de Torah rechtvaardig zijn voor God, maar dat ook de daders van de Torah gerechtvaardigd zullen worden” (Romeinen 2:13). En dat wil zoveel zeggen dat elk mens, die naar de geest van de Torah geleefd heeft, of hij die Torah gekend heeft of niet, beloond zal worden. Toch is het zo dat we niet moeten vergeten dat die beleving uitsluitend mogelijk is door de kracht en de werking van de Heilige Geest. Maar iedere gelovige weet dat het de Geest van God is die het geloof in een mens werkt, zodat en waardoor je nooit je kunt beroemen op je geloof.

Jezus, die het ware Zelf van de Torah was, was ook het Ware Zelf van Israël. Hij heeft in alles de Torah geleefd en Hij heeft de vervulling van de Torah verzorgt. Dat wil niet zeggen dat in dat vervullen Hij de Torah heeft afgeschaft, integendeel, door Zijn volmaakte doen en laten heeft Hij de Torah tot volheid gebracht. Het is absoluut verkeerd te menen dat de Torah er niet meer toe doet. De Torah, die heilig, rechtvaardig en goed is, werd op de Sinaï aan Gods uitverkoren volk Israël gegeven en het verbond werd ook daar gesloten. 

Bij en op de eerste Pinksterdag, na de dood en de lichamelijke opstanding van de Messias, werd de Gemeente van het Nieuwe testament geboren. De Gemeente kwam niet in de plaats van Israël, zij kan Israël immers niet vervangen, zoals de vervangingstheologie beweert (helaas was dat ook de mening van Augustinus, met alle vreselijke gevolgen van dien!) want Gods belofte en verkiezing zijn onberouwelijk en geldt voor eeuwig. De Gemeente mag de zegen van de Torah beleven. Zoals Ouweneel in De Sjechina schreef: ”De geschiedenis van Jezus is de rechtstreekse voortzetting van de heilsgeschiedenis van Israël. Christendom is niets anders dan vervuld jodendom”. Daarom mag het geweten en beleefd worden: De wijze mens onderhoudt de Torah van God en wie de Torah van God onderhoudt is of wordt een wijs mens!!

Ongekend is Goddank het aantal en de groei van de Messias belijdende joden. De Messias is absoluut nog steeds en onverbrekelijk verbonden met het joodse volk. Wie als jood of als christen in Jezus de Messias gelooft, behoort tot de ene ecclesia, zoals God het heeft bedoeld. Boeiend is zoals Ouweneel als voorbeeld van Franz Rosenzweig noemt, die dacht Jezus niet als Redder nodig te hebben omdat hij ervan uitging dat hij als Jood al bij de Vader was.

Ik kom nog even terug op de ondertitel van dit boek: vanuit joods en christelijk zicht. De wijsheid van talrijke Talmoedgeleerden, bekende en onbekende rabbijnse commentaren op de Tenach en vele sites Zijn door de auteur geraadpleegd en worden uitvoerig en op bijna elke bladzijde geciteerd. Niettemin merkt hij in zijn Woord vooraf op, dat hij “besloten heeft het (relatief) eenvoudig te houden”. Dat heeft bij mij een glimlach tevoorschijn getoverd, en u begrijpt vast wel waarom dat zo is geweest.

Ondanks alles wat er vandaag de dag in en door Israël gebeurt, hoe u en ik daar ook maar over mogen denken (oordelen past ons naar het woord van Jezus niet!!), Gods verkiezing van en verbond met Israël, het gegeven van de Torah en de bijzondere plaats van dat volk in Gods heilsgeschiedenis is en blijft bestaan, tot in de nieuwe hemel en op de nieuwe aarde. Het past ons allen en ieder samen de waarheid met alle heiligen te beleven, zoals de apostel der heidenen Paulus aan de Gemeente te Efeze schreef. Hierover las ik wat de scriba van de PKN, Kees van Ekris, schreef: “Het gaat erom dat we werken aan een gezamenlijke geloofsenergie die versterkend en aanvullend werkt.” En het geldt zonder meer dan ook wat Ouweneel opmerkt in een noot, “dat hij uit ervaring meent te mogen zeggen dat een bepaalde leerstelling die uitsluitend in één christelijke geloofsrichting wordt aangehangen, niet op een bijzonder voorrecht van die geloofsrichting wijst, maar altijd gewoon fout is. Het kennen van de waarheid is niet het voorrecht van welke sekte dan ook”.

In bovenstaande woorden heb ik u een bescheiden, maar misschien toch wel te lange indruk willen geven van wat Ouweneel in dit tweede deel van zijn Trilogie heeft geschreven. Het is zonder meer een rijk en magistraal boek!! Nu verder met het lezen en bestuderen van het derde deel De Messias.


1. Jenno Sijtsma -  19 februari 2026 

Deel 1 van de Joods christelijke Trilogie trilogie,
"De Sjechinah, de Torah, de Messias"


Boekrecensie door ds. Jenno Sijtsma

Inleiding
Toen ik de cassette in handen had, waarin de drie boeken De Sjechina, de Torah en de Messias zijn verschenen, vroeg ik me af waar ik aan begonnen was om ze te lezen en te bespreken. Nu ik het eerste deel gelezen en bestudeerd heb is het mij duidelijk geworden wat de bedoeling van de bejaarde auteur, prof. dr. Willem Ouweneel is en waarin ik herken waarom ik geïnteresseerd ben in het jarenlang volgen van zijn geschriften. Hij is van jongs af aan bezig met het doel de mensen, heel veel mensen, te vertellen dat de Bijbel een boek vol geheimen is. Dat doet hij niet alleen door zijn boeken, maar ook als voorganger, bijbelleraar en spreker. Door alles heen blijkt zijn, ik mag wel zeggen, zijn hartstochtelijke zekerheid dat in en door Jezus Christus de enige weg tot God er is en gevonden kan worden. Dat geheim en die zekerheid deel ik met hem. Daarom heb ik mijn roeping gevolgd en ben predikant geworden. Daarom waardeer ik Ouweneel in zijn studie, beleving en ongelooflijke kennis. 
Dat blijkt allemaal ook in en uit dit boek. Ouweneel is heel zijn leven blijven studeren. En dan bedoel ik niet dat hij drie keer gepromoveerd is, wat op zichzelf al een geweldig iets is, maar vooral dat hij als het ware die Bijbel, dat Woord van God steeds weer opent. En ook bestudeerd en steeds weer die geheimen geopenbaard ziet worden door te luisteren naar de stem van vele anderen, die net als hij nooit genoeg krijgen van te leren wat God de mens te zeggen heeft in zijn heilige, grote, onbeschrijfelijke liefde, zijn genade en vergeving. (NB - Deze inleiding geldt ook de andere twee delen van deze trilogie)

Deel
1: De Sjechinah

In deze drie boeken, met de ondertitel "vanuit joods en christelijk zicht”, is hij begonnen te luisteren naar een mening van een van de belangrijkste joodse geleerden uit de late Middeleeuwen Rabbi Joseph Albo (ca 1380-1444). Die zag als de drie grondslagen van het joodse geloof: het geloof in God, het geloof in de openbaring van God en het geloof in de voorzienigheid. Dat betekent ook stilstaan bij de heerlijkheid van God, De Sjechinah, stilstaan bij wat God aan zijn uitverkoren volk te zeggen heeft, De Torah, en stilstaan bij wat nog gaat gebeuren, de komst van de Messias.

Wie Ouweneel in zijn boeken enigszins heeft gevolgd weet dat hij bepaald niet over één nacht ijs gaat en dat blijkt heel duidelijk uit dit boek. Hij gaat te rade bij de wijsheid van Talmoedgeleerden, maakt veel gebruik van Strack Billerbeck, Ginzberg en Flavius Josephus om zo maar enkele namen te noemen. En zeker mag niet vergeten worden dat de auteur het internet plundert. Het duizelt je als lezer dan ook van de vele noten en feiten, en mij dus ook. Ouweneel mag dan wel zeggen dat je die vele voetnoten, 419 om precies te zijn, wel kunt overslaan, maar hij weet zelf ook wel dat juist in die vele noten unieke en kostelijke kennis is opgeslagen. 

Nu dan De Sjechinah. Het woord Sjechinah komt in de Bijbel niet voor. Maar met dat woord wordt bedoeld de hemelse heerlijkheid van God en zijn wonen in de schepping onder de mensen aan te geven. Het eerste en belangrijkste is: Van Israël is de Sjechinah. Ouweneel geeft een opsomming van de verschillende plaatsen waar deze Sjechinah gewoond heeft, en in de verschillende hoofdstukken staat hij uitvoerig stil bij die vele, 14 totaal, woonplaatsen: de hemel, de brandende braamstruik, de berg Sinaï, de eerste tempel – de Sjechina woonde niet in de tweede tempel - de gemeente, enz. Hij vertelt hoe kort voor de verwoesting van de stad Jeruzalem en haar tempel door de Babyloniërs in 586 voor Christus de Sjechina de tempel en de stad en het land via de Olijfberg verliet en Zich terugtrekt in de hemel. En de Sjechina is tot op de huidige dag niet meer op de aarde komen wonen!! Vanaf het moment van de verwoesting van Jeruzalem en de tempel kan over en van een nieuwe tempel alleen maar gesproken worden als van "een lege huls’’ waar God niet meer is; en wordt God in de Bijbel veel of dikwijls de ‘God van de hemel’ genoemd. Pas in de eindtijd zal de Sjechina terugkeren…

De geschiedenis van de jood Jezus is de rechtstreekse voortzetting van de heilsgeschiedenis van Israël. Wat wij christendom noemen, aldus Ouweneel, is niets anders dan vervuld jodendom. Daarover zal hij uitvoerig informeren in het derde deel van deze trilogie, De Messias. Nog een laatste informatie: De Sjechina rust voor altijd op de verheerlijkte mens Jezus Christus en dat geldt ook voor de gemeente en elke individuele gelovige. De gemeente, en de christen, is onderweg en de bestemming is door geestelijke groei 'gelijkvormig te worden aan het beeld van Christus' (Romeinen 8:29). Dat is een geestelijk proces van de oude naar de nieuwe mens. Om de auteur zelf nog een keer aan het woord te laten: 'Hoe meer de vernieuwde mens het beeld van Christus in zijn eigen leven gaat vertonen, des te meer zal de glans van de Sjechinah in het leven van deze gelovige aan het licht treden’. Eenmaal op de nieuwe aarde zal de gemeente vol zijn van de Sjechina, deelgenoot van de Goddelijke natuur.

Met bovenstaande woorden heb ik u niet meer dan een kleine indruk kunnen geven van de rijkdom die dit geweldige boek de lezer heeft te bieden. Natuurlijk is er ook in dit boek weer veel dat in allerlei eerder werk van Ouweneel is genoemd of uitvoerig beschreven, waar hij dan ook naar wijst en citeert. Dat is nu eenmaal zo en dat zal ook in zijn volgende boeken – ik weet dat er na deze trilogie alweer meer dan tien boeken van zijn hand zijn uitgegeven – wel zo blijven. Maar wat hier geboden is, lijkt mij over het onderwerp een uniek naslagwerk. Ook keurig met de andere twee delen in een cassette bijeen. Ik sluit af en ga over tot het lezen van en me verdiepen in De Torah, waarover u later meer zult ontvangen.

www.vergadering.nu