www.vergadering.nu De Leesmap www.vergadering.nu


Nederlands Dagblad - www.nd.nl - 4 april 2003

Eerst dienaar van Saddam, nu van Christus 
door onze redacteur Gerard Beverdam 

STAPHORST - Hij diende in het leger van Saddam, zat in de gevangenis van Saddam, vocht tegen Saddam, overwoog zelfs om 'Satan Hussein' - zoals hij hem vaak noemt - te vermoorden. ,,Ik stond naast hem, ik had de kans, maar de Here heeft me ervoor bewaard.'' Rasak Avakthi vluchtte in 1990 vanuit Iran naar Nederland, waar hij tot geloof kwam. 

Zijn lichaam is gebroken door de mishandelingen onder het bewind van de Iraakse dictator. Nu is hij evangelist. 

In zijn tussenwoning aan de rand van Staphorst zit Rasak Avakthi (1955) achterin de woonkamer; het zonlicht op z'n rug. Zwarte broek, antraciet colbert, stropdas; een Arabische bijbel ligt voor hem op tafel. Een interview geven? Graag. ,,Maar'', zo begint hij, ,,ik hoop dat u de boodschap van het evangelie niet weglaat. God kan ook de krant gebruiken om mensen te bereiken. Veel mensen hier in Staphorst hebben geen radio en televisie; voor hen is de krant de enige informatiebron.'' 

Als zijn vrouw de koffie heeft binnengebracht, vouwt Rasak zijn handen en dankt hij God voor de nieuwe dag. Een vraag naar zijn kerkelijke thuis vindt hij totaal onbelangrijk. ,,Gods kinderen zijn overal, in elke kerk en gemeente. Al die kerkscheuringen komen niet van God. Hij heeft daar erg veel verdriet over. Ik ben teleurgesteld in de enorme kerkelijke verdeeldheid in Nederland. Gods kinderen moeten elkaar opzoeken en proberen een zo goed mogelijk getuigenis te geven. Daarom is het niet belangrijk naar welke kerk ik ga. Het gaat alleen maar om Hem!'' Avakthi wijst naar boven. 

Rasak Avakthi werd geboren in de omgeving van de stad Kirkuk, in het noorden van Irak. Hij behoort tot de Koerdische bevolkingsgroep. Al op zeer jonge leeftijd verhuisde hij met z'n ouders naar Bagdad. Van het gezin, dat zeventien kinderen telde, zijn naast Rasak alleen nog een broer en twee zussen in leven. Door de slechte medische voorzieningen overleden de andere kinderen al op jonge leeftijd. 

In 1972 - hij was zeventien jaar - kwam Rasak in het leger van Saddam Hussein. Na de legeropleiding schopte hij het tot commandant. Zijn Koerdische afkomst was onbekend, er werd in ieder geval niet over gesproken. ,,Ik werd gestationeerd in het noorden van Irak, om bij de grens met SyriŽ en Turkije een militaire vliegbasis te bewaken. We kregen bericht dat Saddam Hussein een bezoek aan onze basis zou brengen; dat was in 1977.'' 

Hoogmoedig 
Avakthi weet nog goed hoe er in het leger tegen Saddam Hussein, die toen nog minister-president van Irak was, werd aangekeken. ,,Hij was zonder enige militaire opleiding opperbevelhebber geworden. Dat zette bij veel militairen kwaad bloed. Wij hadden lange opleidingen gevolgd, in bossen, bergen en straten gevochten en allerlei ontberingen doorstaan. En ineens werd deze man, zonder enige militaire opleiding, opperbevelhebber! Toen hij op bezoek kwam op onze basis, kwamen hij en z'n gevolg met tal van helikopters aanvliegen. Ik voelde geen vijandschap, maar ik haatte hem wel. Saddam Hussein was zeer hoogmoedig. Toen hij naast mij stond, dacht ik - met de Kalashnikov in mijn hand: 'Zal ik hem vermoorden?' Ik wist dat veel militairen erover dachten om hem dood te schieten. Maar de Here heeft mij ervoor bewaard.'' 

Nog in de week van het bezoek - eind 1977 - werd Avakthi opgepakt en in de gevangenis gezet. ,,Ik zou Saddam niet goed hebben ontvangen.'' Hij bracht twee jaar door in diverse gevangenissen, waar de geheime diensten van Saddam Hussein de scepter zwaaiden. ,,Ze confronteerden me telkens met het feit dat ik Koerd was en dat ik geen lid was van de Baath-partij. Ik zou een gevaar zijn voor de veiligheid van Saddam.'' 

Accuzuur 
Volgens Avakthi zitten de Iraakse gevangenissen voor bijna negentig procent vol met mensen die 'de veiligheid van Saddam in gevaar brengen'. ,,Je kunt om willekeurige redenen worden opgepakt en zonder enige vorm van proces jarenlang worden opgesloten. De bedoeling is om je te breken. Drie tot vier keer per dag word je gemarteld. Dan worden je handen geboeid en je ogen geblinddoekt. Je krijgt klappen van alle kanten. Ook ik heb dat moeten doormaken. En telkens de vragen: waarom heb je niet gezegd dat je Koerd bent? Waarom ben je geen lid van onze Baath-partij? Bij welke groep hoor je? Wie is je leider? Waarom heb je Saddam Hussein zo slecht ontvangen? Er werden ook mensen geŽxecuteerd. Die werden uit de cel gehaald en kwamen niet terug; zij kregen de kogel of het touw. En wilde de geheime dienst een bekentenis afdwingen, dat gebeurde het zelfs dat een vrouw of een kind werd opgehaald en voor de ogen van de gevangene in een zwembad met puur accuzuur werd gegooid.'' 

Ondanks alle verschrikkingen in de gevangenissen, moesten de gedetineerden altijd positief zijn over Saddam Hussein. ,,Wanneer er een toespraak werd gehouden en de naam van Saddam viel, dan moesten we in onze kapotte handen klappen en hoera roepen. Naast de lichamelijke marteling, is de Iraakse gevangenis ook een grote geestelijke marteling.'' De steunbetuigingen die vaak op de televisie te zien zijn, zijn volgens Avakthi niet oprecht. ,,De mensen gedragen zich zo vanwege hun angst. Het applaus komt niet uit het hart.'' 

,,Satan Hoessein heeft een grote macht, jammer genoeg ook in de wereld'', zegt de Iraakse Koerd. ,,Veel mensen demonstreren tegen de oorlog. Dat protest komt echt niet van de Heer. Mensen die demonstreren, kennen Saddam niet goed. Zij zouden zelf eens een half jaar onder zijn bewind moeten leven, dan zouden ze er anders over denken.'' 

Eind 1979 werd Rasak Avakthi vrijgelaten uit de gevangenis. ,,Ter gelegenheid van de verjaardag van Saddam heeft zijn zoon Uday opdracht gegeven om ons te laten gaan. Ik moest wel het land verlaten. Ik mocht kiezen waar ik naartoe wilde: Turkije, Rusland of Iran. Ik koos voor Iran, omdat daar een islamitische regering was. Ikzelf had een islamitische achtergrond, hoewel ik niet actief gelovig was. Mijn vader behoorde tot het volk van de Meden, en geloofde in Jahweh. Zijn geloof was vergelijkbaar met het jodendom. Verder had mijn familie een enigszins Iraanse achtergrond. Toen we de grens over werden gezet, zeiden de Irakezen: je moet rechtdoor lopen en niet omkijken. Doe je dat wel, dan krijg je hier een kogel'', vertelt Avakthi, wijzend naar zijn voorhoofd. 

Partizanen 
In Iran werd hij direct opgepakt en naar een plek dicht bij de Russische grens gebracht. ,,We werden beschuldigd van spionage voor Irak en werden daarom in afzondering gevangen gehouden. Na een poosje kwam een minister van de verdreven Iraakse regering op bezoek. Hij vertelde dat we konden worden vrijgelaten, wanneer we als Iraakse groep zouden gaan vechten tegen het regime van Saddam Hussein. Dat hebben we gedaan. We woonden in Iran en trokken 's nachts als een soort partizanen de grens over. Achter de linies van het Iraakse leger brachten we hen zware slagen toe. Vervolgens gingen we terug naar Iran, waar mensen overdag niet merkten wat wij 's nachts deden.'' 

Avakthi bleef tien jaar in Iran. In die periode trouwde hij met zijn Iraanse vrouw en kreeg drie zonen. ,,Ik werd door ayatollah Khomeini gevraagd om voor hem te werken. Iran wilde dat ik een soort geheime dienst in Irak zou gaan opzetten, om inlichtingen te kunnen verstrekken aan Iran. Ik wilde dat niet, ook omdat ik genoeg had van de Iraanse regering die steeds meer islamitisch geÔnspireerd werd.'' Vanwege zijn weigering werd Rasak gevangen genomen. ,,Ik was tegen de regering, zo luidde de reden van mijn arrestatie. Vijftien dagen heb ik in een hondenhok gezeten. Ik ben niet vrijgelaten, maar men probeerde van mij af te komen. Gevangenen worden op de weg gegooid en vervolgens aangereden of doodgeschoten. Tegen de familie zeggen ze dan: we hebben hem vrijgelaten, maar hij is op straat vermoord. Ook ik werd na die vijftien dagen op straat gegooid, maar er gebeurde niets. Ik had nauwelijks nog kracht in mijn lichaam, maar het lukte mij om bij het huis van de zus van mijn vrouw te komen. We hebben een poosje hier en daar gewoond, voordat we besloten dat we het land beter konden verlaten. We hadden plannen om naar Zweden te gaan, omdat we daar mensen kenden. Maar de Here heeft ons naar Nederland geleid.'' 

Ezel 
Op 3 augustus 1990, ťťn dag nadat Saddam Hussein Koeweit had aangevallen, ging Rasak met zijn zwangere vrouw en drie zonen de grens van Iran met Turkije over. Een enorme afstand legden ze af, zijn vrouw deels op een ezel. In Turkije kwamen ze in contact met mensensmokkelaars, die hen voor 10.000 dollar naar Zweden zouden brengen. Ook werd het gezin voorzien van valse paspoorten uit Bahrein. ,,Per auto zijn we door Europa gereisd. De smokkelaars waren een soort gidsen voor ons. Ze wisten hoe je een grens over kon komen. Bij sommige grenzen kreeg je zonder problemen een stempel in je paspoort, bij andere moesten we in de nacht de auto verlaten en via een omweg de grens oversteken. Aan de andere kant stonden de gidsen dan weer op ons te wachten.'' Volgens de smokkelaars was het onmogelijk om het gezin naar Zweden te brengen. Ergens in Nederland - ,,we weten absoluut niet meer waar'' - werd het gezin Avakthi uit de auto gezet en wezen de 'gidsen' naar het politiebureau. Daar moesten ze direct asiel aanvragen. 

Het gezin werd overgebracht naar het asielzoekerscentrum in Slagharen. Rasak en zijn vrouw herinneren zich nog dat ze hun ogen uitkeken. ,,Het was een warme dag en we zagen mensen op dijken lopen, in onze ogen naakt! Ze sprongen het water in. Zoiets had ik in Iran nog nooit gezien'', vertelt Avakthi. 

Ondankbaarheid 
De asielprocedure verliep vrij gemakkelijk. Rasak: ,,Vrij snel kregen we een verblijfsvergunning. Onze zaak was duidelijk. Door genade ben ik inmiddels Nederlander geworden. Ik dank God elke dag voor zo'n regering als we in Nederland hebben. Er is veel ondankbaarheid bij de Nederlanders zelf. Ze weten niet wat ze zeggen! Het is zo'n voorrecht wanneer God jou hier geboren laat worden; in een democratie, waar je vrij bent om te denken en te zeggen wat je vindt. Waar de overheid voor iedereen zorgt en ook christelijke scholen volledig financiert, zodat mijn kinderen op school psalmen tot eer van de Here Jezus kunnen zingen. Ik kan niet zeggen hoe dankbaar ik ben dat mijn kinderen in een vrij land wonen. Wij houden meer van Nederland dan de Nederlanders. Soms merk ik dat we wantrouwend worden aangekeken, omdat we van buitenlandse afkomst zijn. Maar als het nodig is zullen we strijden voor dit schitterende land, waar de Here ons heeft gebracht.'' 

In Staphorst gingen de kinderen van de familie Avakthi naar de School met de Bijbel. ,,Het leek mij wel een goede school.'' Langzamerhand raakte Avakthi steeds meer bekend met het christendom. Hij werkte korte tijd bij een schildersbedrijf, maar moest daarmee stoppen omdat hij het lichamelijk niet aankon. Via de eigenaar van het bedrijf kwam Avakthi in aanraking met een evangelist. ,,We hadden lange gesprekken. Hij zei tegen mij: de genade van God is verschenen aan alle mensen. Dat kon ik niet geloven. Maar God heeft mijn ogen geopend. Opeens zag ik dat Hij me altijd heeft bewaard. Binnen een paar minuten kwam ik tot leven. Het zware pak van zonden op mijn rug was ineens weg. Ook mijn vrouw kwam tot geloof, hoewel de satan ons sterk aanviel. Hij wilde ons terug hebben. Maar God heeft hem het zwijgen opgelegd. In Zijn naam zijn we machtig.'' 

Paradijs 
In Irak, tussen de Eufraat en de Tigris, lag het paradijs. ,,Irak was het mooiste en rijkste land van de aarde. Door de zonde is de dood in de wereld gekomen; dat is aan Irak niet voorbij gegaan. De mensen hebben hun oor geleend aan satan. Ook de scheiding die God aanbracht tussen Noachs zonen Sem, Cham en Jafeth heeft z'n weerslag gehad. Maar Irak bleef toch het mooiste land. We hadden alles: olijven, sinaasappels, appels, dadels, citroenen, tarwe, rijst, olie, goud, zilver, gas. Maar de zegen is weg, nu de mensen zich ook hebben uitgeleverd aan Satan Hussein. Met zijn chemische wapens en bommen heeft hij van Irak het lelijkste land van de wereld gemaakt. Het is een hel geworden.'' 

,,We leven in de laatste tijden. Dat kunnen we ook in Nederland merken. Er is varkensziekte en koeienziekte geweest. Nu is er kippenziekte. Het zijn waarschuwingen van God, dat we zo niet verder kunnen gaan. Hij wil ons weer dicht bij Hem brengen. Ik bid dat dat zal gebeuren. Jammer genoeg lopen de kerken leeg, omdat de mensen denken dat ze het ook zonder God wel redden. Als we niet luisteren, zal God Zijn zegen ook uit Nederland weghalen. Die zegen is er nu nog wel! Waarom zouden we Hem dan niet zoeken en onze knieŽn voor Hem buigen?'' 

Wat betreft de actuele ontwikkelingen in Irak, merkt Avakthi op dat verschillende Westerse landen aanvankelijk het bewind van Hussein steunden. ,,Dat was niet goed, want vanaf de eerste dag van zijn regering heeft Saddam de mensen pijn gedaan. Hij heeft hulp gekregen van Europa en de Verenigde Staten, tot men besefte dat het om een tweede Hitler ging. En nu de wereld zijn lesje heeft geleerd, moet Saddam Hussein weg.'' 

Prachtlanden 
Avakthi steunt het optreden van de Verenigde Staten en Groot-BrittanniŽ. ,,De Amerikanen hebben een positieve invloed op deze wereld gehad. Kijk naar hoe vijandige landen als Duitsland en Japan zich na de Tweede Wereldoorlog hebben ontwikkeld. Het zijn prachtlanden geworden! Daarom moeten we ons opstellen als vrienden van Amerika. Satan Hussein zal nu het onderspit moeten delven.'' 

,,Als christen ben ik tegen de oorlog'', vertelt Avakthi. ,,Als christenen strijden we niet met wapens, maar met het Woord en de liefde. Maar Saddam moet weg en dat kan niet op een andere manier. Ik zou tegen de mensen in Irak willen zeggen: verwelkom de bevrijders met bloemen. Ze zijn niet gekomen uit naam van het christendom, maar alleen om jullie dictator en zijn wapens het zwijgen op te leggen. Ik hoop dat de oorlog snel ten einde komt. Dan komt er ruimte voor het werk van God, ook in Irak. Want hoe het gaat, weet ik niet. Maar ik ben er zeker van dat God, die is begonnen in Irak, er ook zal eindigen.'' 

Avakthi treurt over de burgerslachtoffers die vallen, maar zegt dat dat onontkoombaar is. ,,Als er honderd bommen worden gegooid, komen er 99 op de juiste plek terecht. Eťntje niet. Dat is heel jammer, maar daar kun je niets aan doen. De bevolking moet zich zo snel mogelijk verenigen met de Amerikanen. Ze hebben al zůveel meegemaakt! Het is de hoogste tijd om Irak te bevrijden. Dat is ons gebed, onze wens.'' Hoe het gaat met Avakthi's familieleden die nog altijd in Bagdad wonen, weet hij niet. ,,We kunnen ze niet bereiken, maar alleen voor hen bidden.'' 

,,Ik hoop dat de Irakezen weer adem krijgen. Er moeten nog zielen worden gered, ook in Irak. Op dit moment kunnen de Irakezen alleen maar denken aan brood, aan hun gezinnen, aan bevrijding. Hun hoofd zit vol, er kan niets meer bij. Ze zitten vast in de duisternis, in ellende, in zorg. Eerst moet er rust komen. Dan ontstaat er ook ruimte om door Christus tot God te komen.'' 

Genadetijd
Rasak Avakthi werkt nu als evangelist. Hij reist Nederland door en houdt lezingen voor diverse christelijke stichtingen en verenigingen. ,,Welke dat precies zijn, maakt niet uit. Het gaat erom dat mensen worden bereikt met het evangelie.'' Avakthi zegt vooral te willen vertellen dat God genadig is. ,,Tweeduizend jaar na Christus' komst is het nog altijd genadetijd.'' Hij benadrukt dat zelfs Saddam Hussein bij God nog om vergeving kan vragen. ,,Dat zou een groot wonder zijn, wanneer Hij buigt voor Christus. Maar het kŠn! Jezus zegt tegen de moordenaar aan het kruis: Heden zul je bij Mij in het paradijs zijn. We hoeven alleen maar te buigen en onze handen op Zijn offer te leggen.'' 

De Leesmap-index


 

www.vergadering.nu