www.vergadering.nu  Recensie-index  www.vergadering.nu

5 RECENSIES


Profetie
Onmisbaar voor de christelijke gemeente
ds. M.D. Geuze
prijs € 9,95; 168 blz.
Uitgeverij Gideon, Hoornaar 2004.
Dit boek bestellen...

Profetie: een boodschap van God ontvangen en doorgeven aan de christelijke gemeente, hier en nu. Is dat nog voor ons? Of is de Geest daarmee opgehouden na de voltooiing van het Nieuwe Testament? Die laatste vraag is eeuwenlang met ‘ja’ beantwoord, omdat profetie als prediking werd verstaan. Maar dat antwoord is niet echt bevredigend. De Bijbel stelt profetie en prediking/onderwijs niet gelijk en zegt ook nergens dat profetie niet meer nodig is.
Telkens zijn er gelovigen geweest die aandacht vroegen voor de geestelijke gave van de profetie, waardoor God Zijn gemeente opbouwt en corrigeert. Maar ontsporingen die zich soms voordeden, maakten de kerk kopschuw. Ten onrechte. Vandaag, nu de christelijke gemeente moeite heeft om te overleven, zijn openbaring en leiding van God meer dan ooit nodig.
Drs. M.D. Geuze (1942) is hervormd predikant te Nunspeet.

5 RECENSIES


5. Ellips - oktober 2005

Boekrecensie door KLAAS VAN DER ZWAAG

Het werk van de Heilige Geest houdt kerkelijk Nederland bezig

Het werk en de gaven van de Heilige Geest blijven kerkelijk Nederland terecht bezighouden. Wie verlangt niet naar een verlevendiging van de gemeente? In dit artikel bespreekt dr. Van der Zwaag enkele recente boeken over genoemd thema.

Drs. M.D. Geuze stelt in zijn boek de waarde van de profetie aan de orde, een thema dat hij wil benadrukken tegenover hen die stellen dat de profetie is verdrongen door de kerkelijke ambten. De gedachte van Calvijn dat Christus als de Profeet een einde heeft gemaakt aan alle profetieën en openbaringen, heeft in de kerkelijke traditie doorgewerkt zodanig dat de gave van de profetie vaak niet (h)erkend werd.

Profetie wil zeggen deze tijd in het licht van de Bijbel te verstaan met de verwachting dat God iets nieuws zal doen. Profetie is toepassing en toespitsing van het geschreven Woord in de situatie van het heden. Geuze gaat uitvoerig in op de vele bijbelse gegevens over de Geest van profetie, de gave en de bediening van de profetie. Alle gelovigen kunnen de gave van de profetie ontvangen, waarbij Geuze de nadruk legt op het ontvangen van deze openbaring. Het is niet zomaar een spreken op eigen initiatief. De hele gemeente van Christus kan en mag profetische gemeente zijn.

Geuzes ideaal is een Geestvervulde gemeente, die profetisch het Woord vertolkt, de gemeenschap met Christus en elkaar verdiept. Steeds maar weer moet men de profetie toetsen of zij gericht is op de eer van God en de opbouw van de gemeente. De gaven van de Geest en de vrucht van de Geest (de liefde) kunnen alleen samen functioneren. Geuze leert dat de gaven van de Geest, zoals tongentaal, profetie, kennis, behoren tot de onvolmaakte bedeling, dus een tijdelijk karakter hebben en uiteindelijk wegvallen. De volledige openbaring van de kennis, als blijvende gave van de Geest, wacht nog.

Dit is een bespreking van 5 boeken in één boekbespreking.
Lees ook de andere besprekingen:
P. de Vries, Vreugde in God: De betekenis van de leer van de Drie-eenheid voor het geloof en de geloofsbeleving
Groen, Heerenveen 2003; 360 blz.; prijs 24,95
L. Floor, De vrucht van de Geest
Groen, Heerenveen 2004; 120 blz.; prijs 13,50
W.J. 0uweneel, Meer Geest in de gemeenten
Medema, Vaassen 2004, 252 blz.; prijs 15,95
M.D. Geuze, Profetie: Onmisbaar voor de christelijke gemeente
Gideon, Hoornaar 2004; 167 blz; prijs 9,95
Chr. Love, De strijd tussen vlees en Geest
Koster, Barneveld, 316 blz.; prijs 21,50

Bovengenoemde boeken bieden veel inzicht in het werk van de Geest, in de gelovige en in de gemeente. Al zijn de invalshoeken van de auteurs divers (reformatorisch of evangelisch), ik heb in deze boeken niet alleen het allesbeslissende belang van het werk van de Heilige Geest weer eens duidelijk onderstreept gezien, maar ook de verantwoordelijkheid van de gelovige. Dat de mens afhankelijk is van de Geest, betekent niet dat hij maar passief moet zijn. Hij wordt juist opgeroepen om de middelen te gebruiken en de plichten te volbrengen, maar wel in afhankelijkheid van de Geest. Dat heilige samenspel tussen de soevereine Geest en de menselijke plichten is een rode draad in bovengenoemde boeken en biedt veel stof voor bezinning op de christelijke gemeente in deze tijd. 


4. Wapenveld - augustus 2005 - www.wapenveldonline.nl

Profetie & Profetisch geinspireerd
Onmisbaar voor de christelijke gemeente
(& C. Blenk als historicus en theoloog, Quantes Uitgeverij, Rijswijk, 2004, 172 blz., € 15,-, ISBN 9059590007)
M.D. Geuze & H. van de Belt en A. van Lingen

RecensIe door Ab Noordegraaf

Lange tijd was het thema ‘profetie’een vergeten en verwaarloosd hoofdstuk in de reformatorische kerken. De zogenaamde ‘streeptheologie’ bracht velen er toe de gave van de profetie te beperken tot de eerste tijd van de christelijke gemeente, een gave die we sinds de afsluiting van de canon als openbaringsgave niet meer nodig zouden hebben. Voor zover er sprake is van profetie is deze gekanaliseerd in de ambtelijke bediening van het Woord.



Lekker winkelen zonder zorgen - Gratis verzending en retour

In het verzet tegen de profeet als charismaticus speelde ongetwijfeld een anti-dopers element een grote rol. Dopers en dwepers gingen immers met de profetie aan de haal en het exces van Munster maakte de Reformatoren zeer beducht voor geestdrijverij. Zo bleef het enkele eeuwen. Pinkstermensen en andere ‘randgroepen’ vroegen aandacht voor gaven als glossolalie en tongentaal. De officiële kerken zwegen er over. Merkwaardig omdat juist in de gereformeerde theologie de pneumatologie een grote plaats innam. Een enkeling zoals de fijnzinnige theoloog J.H. Bavinck verzette zich tegen de streeptheologie en vroeg aandacht voor de blijvende betekenis van de charismata voor de opbouw van de gemeente in een kort, maar nog altijd actueel geschrift Ik geloof in de heilige Geest.

Sinds de jaren tachtig veranderde het beeld. De invloed van evangelische bewegingen op de reformatorische kerken en de charismatische beweging binnen de kerken lieten ook de gereformeerde gezindte niet onberoerd. Meer en meer kwam er aandacht voor de betekenis van de gaven voor de opbouw van de gemeente. De hernieuwde aandacht voor bijbelgedeelten als 1 Korintiërs 12-14 heeft naar mijn overtuiging ook te maken met de tijd waarin we leven: de democratisering en de aandacht voor het individu, het verzet tegen een eenzijdig ambtelijk denken, tegen de domineeskerk en de secularisatie en de afkalving van de kerk hebben als aanjagers gefunctioneerd. Velen gingen zich de vraag stellen of christenen de Geest niet bedroeven en zichzelf te kort doen door voorbij te gaan aan een gave als de profetie. Zitten we niet verlegen om mensen die de gaven hebben te laten zien en horen wat de Geest vandaag tot ons te zeggen heeft?

Een van hen die op dit punt de kerken wakker willen schudden is de Nunspeetse predikant, ds. M.D. Geuze [1]. Stevig geworteld in de gereformeerde, bevindelijke traditie is hij al jaren bezig met de doordenking van de betekenis van de gaven van de Geest en de vervulling met de Geest voor de opbouw van de gemeente. Het boek dat hij er over schreef, is bedoeld om gemeenteleden er van te doordringen hoe onmisbaar de gave van de profetie is voor de verdieping van het geloofsleven. De verschillende hoofdstukjes van zijn boek bevatten voornamelijk uitleg van passages uit de Schrift verbonden met actuele toepassingen. De reformatorische aandacht voor het ‘sola scriptura’en het profetisch karakter van de prediking vragen, volgens Geuze, om aanvulling. De nieuwtestamentische profetie als charismatische actualisering van het Schriftgetuigenis reikt verder dan de ambtelijke prediking. Profetie is Gods nu-woord: toepassing en toespitsing van het geschreven Woord van God in de concrete situatie van het heden. Hoezeer Geuze ook ernst wil maken met de betekenis van het canoniek gezag van de bijbel, naar zijn mening betekent dit niet dat de openbarende werking van Gods Geest daarmee ophoudt. Kom je dan niet in dopers vaarwater? De auteur probeert op allerlei wijze de traditionele gereformeerde visie te verbinden met deze aandacht voor de profetie als blijvende gave. Zo wijst hij op de noodzaak van toetsing alsmede op het feit dat de profetie, door de Geest geschonken, nooit tegen de Schrift in kan en mag gaan. Geuze schrijft gedreven en betrokken over zijn onderwerp. Dat doet sympathiek aan. Hier is een pastor aan het woord die maar één verlangen kent, dat de gemeente en haar leden gebouwd mogen worden en groeien mogen in de kennis van Gods heil en zijn wil. Wel blijf ik al lezend zitten met de vraag: wat is nu het echt profetische dat boven de uitleg en de preek uitgaat? De door Geuze gegeven voorbeelden blijven toch wat erg algemeen. Of overvraag ik dan de auteur?

Het thema komt ook aan de orde in een bundel opstellen dat als vriendenboek aangeboden is aan ds. Cock Blenk bij zijn afscheid als predikant. Blenk is in Wapenveldkringen geen onbekende. Als historicus en theoloog, als bevlogen prediker met een hart voor de stad heeft hij in veler leven een spoor getrokken. Het thema ‘profetie’ met name ook in verbinding met de duiding van de geschiedenis en het tijdsgebeuren houdt hem al jaren bezig. Terecht spreken de scribenten in dit boek hun waardering uit voor de profetische bevlogenheid en scherpzinnige analyses van Blenk.

Dat betekent niet dat er in de bundel een unisono hoorbaar wordt. Sommige auteurs verdedigen de klassieke reformatorische visie op de gave van de profetie en pleiten voor een profetisch gehalte van de reguliere bediening van het Woord. Anderen gaan verder. Zo voert Hoek een voorzichtig pleidooi om de sterke kanten van de charismatische visie in te voegen in de gereformeerde theologie. Terecht signaleert hij de manco’s van de streeptheologie en pleit hij voor openheid om de signalen van de Geest te verstaan. De levende God openbaart zich ook in onze tijd. Daarom moeten christenen openstaan voor het ontvangen van ‘openbaringen’ van Godswege, lees ik op blz. 104. De aanhalingstekens van Hoek zijn veelzeggend. Hoe verhouden deze openbaringen zich tot de Schriftopenbaring? Wat is het verschil tussen openbaring en verlichting? Hoek pleit er voor criteria te ontwikkelen om de profetie te toetsen. Maar daar ligt nu juist het spannende punt.

Hoe voorkom je dat juist in de actualisering en bijvoorbeeld een maatschappelijke concretisering jouw mening en de mening van de Geest door elkaar gaan lopen? In de jaren zeventig werd er door links nogal eens gepleit voor een profetische politieke prediking. Maar als we er op terugkijken moeten we constateren dat er nogal wat ongelukken gebeurd zijn. Met een beroep op het ‘zo zegt de Here’ werden eigen standpunten naar voren gebracht.

Nu willen de auteurs van deze bundel geen van allen die kant uit. Dat mag duidelijk zijn. En dat we in de huidige tijd verlegen zijn om een waarlijk profetisch geluid zal niemand betwisten. Maar de vraag blijft: hoe onderkennen we wat bijvoorbeeld in de toepassing van ethische vragen vandaag de mening van de Geest is? Speelt het onderling beraad daar ook een rol in? En hoe zit het met het spreken van de ambtelijke vergaderingen? Wat bedoelen we met een profetisch getuigenis in de samenleving? Kun je zoiets als profetie institutionaliseren? Ik meen van niet.

Kan een plurale kerk profetisch spreken? De geschiedenis van de Hervormde kerk na 1951 laat zien in welke valkuilen je kunt terechtkomen. En toch ..., het verlangen naar een profetische verkondiging, naar een kerk die met gezag spreekt, naar charismatische pastores en predikers herken ik. In die zin blijven charismatische bewegingen vragen stellen aan de gevestigde kerken.

Ook in deze bundel treffen we een bijdrage aan van ds. Geuze. Die is te lezen als een onderbouwing van zijn boek. Het is een opstel over de woorden ‘gebouwd op het fundament van apostelen en profeten’. Geuze verdedigt met velen de these dat hier nieuwtestamentische profeten mee zijn bedoeld. Dat lijkt me juist. Maar dat het zou gaan om een doorgaande bediening van apostelen en profeten lijkt me op grond van Ef. 2:20 niet te verdedigen. Kenmerkend voor de apostel is toch dat hij ooggetuige is in een heilshistorische eenmaligheid. Een apostel heeft per definitie geen opvolgers, zo leerden Cullmann en Herman Ridderbos ons. We moeten het spraakgebruik in Ef. 2:20 niet belasten met het gegeven dat er soms in de brieven sprake is van apostelen als afgezanten van een gemeente. Als Geuze schrijft dat het zou gaan om nieuwtestamentische apostelen, onderscheiden van het unieke twaalftal en nieuwtestamentische profeten als fundamenteel voor de planting en opbouw van de gemeente, miskent hij voor mijn gevoel het verschil tussen fundament en fundamenteel. Een fundament leg je maar een keer. Het bouwwerk wordt op dat fundament opgetrokken. De apostoliciteit van de gemeente en haar profetisch gehalte betekenen toch voor alles de binding aan het apostolisch en profetisch getuigenis van de Schrift. De kerk is uit het Woord geboren en staat onder het Woord. Op dat punt blijf ik toch van Geuze, hoe sympathiek zijn betoog ook is, verschillen.

De charme van de aan Blenk aangeboden bundel is juist de variatie in opzet en uitwerking. Tegelijk betekent dat ook dat men niet ontkomen is aan een zekere tweesporigheid. Sommige bijdragen gaan meer op de betekenis van Blenk als historicus in en anderen leggen meer nadruk op prediking en profetie. Sommige artikelen zijn sterk historisch van opzet, terwijl bijvoorbeeld een bijdrage van J. Noordam meer de actualiteit raakt, namelijk de toepassing van 1 Koningen 18 (Elia en Obadja) op de christelijke politiek in ons land. Soms gaat men in zijn laudatio van Blenk wel wat erg ver. Wanneer Van Lingen in zijn bijdrage het profetisch gehalte van Blenks arbeid toepast op wat Blenk over kerk, zending en Israël zegt, wil ik op zich niets afdoen aan de betekenis van Blenks artikelen op dit punt, maar je moet wel constateren dat hij bepaald niet de eerste is geweest. En het doet dan wat vreemd aan dat het baanbrekend werk van dr. S. Gerssen op dit punt door Van Lingen ten enenmale niet genoemd wordt. Jammer is ook dat een opstel over het verschil tussen ware en valse profetie ontbreekt.

Hier en daar komt het heel even ter sprake, maar vanuit het Oude Testament lijkt het me een uiterst belangrijke notie. Je komt dan ook bij de moeilijke vraag van de verificatie.

Maar deze opmerkingen nemen mijn waardering voor het gebodene niet weg. Het is een mooi portret dat de betekenis van Blenks werk voor kerk en theologie op fraaie wijze uiteenzet. En het biedt samen met het boek van Geuze waardevol materiaal over een thema dat relevant is voor de praktijk van geloof en kerk. Als een ik een typering zou moeten geven van dit vriendenboek zou ik willen zeggen: er is een tendens de profetie vooral te betrekken op de Woordverkondiging en het profetisch gehalte meer te zoeken in de actualisering van de verkondiging dan in het geven van nieuwe openbaringen. Uiteindelijk gaat het in dit vragencomplex om de verbinding tussen de Geest als tolk en de hermeneutiek.


3. CV-Koers - juni 2005

Bespreking en interview door Tjerk de Reus

Ds. Thijs Geuze:
God spreekt tot de gemeente in het hier en nu

Profetie, een onmisbare gave

In het Nieuwe Testament wordt van profetie als Geestesgave hoog opgegeven. Maar waar in de reformatorische traditie vind je de profetie als gave van de Geest terug? De prediking - zegt men - dàt is de profetie in onze tijd. Onterecht, vindt ds. Thijs Geuze, gereformeerde-bondspredikant te Nunspeet. ,,In het Nieuwe Testament wordt de prediking helemaal niet gelijkgesteld aan profetie. Profetie is een afzonderlijke, onmisbare gave van de Geest, die bestaat in het ontvangen en doorgeven van nieuwe openbaringen van God, die Hij geeft tot opbouw van Zijn gemeente en die altijd getoetst moeten worden aan de Bijbel”.


Ds. M.D. Geuze (1942) is predikant van de Hervormde Gemeente Nunspeet in de Protestantse Kerk in Nederland. Hij schreef een boek met de titel Profetie. Onmisbaar voor de christelijke gemeente. Zijn boodschap is meteen duidelijk: de gave van profetie kunnen we niet missen. Ds. Geuze vindt dat de kerkelijke traditie waarin hij staat veel meer gaven van God zou kunnen ontvangen. ,,Ik voel me verbonden met de Gereformeerde Bond en sta dankbaar in deze traditie, waarin het persoonlijke geloofsleven en de vastheid van Gods Woord duidelijk en op bijbelse wijze aan de orde komen. Maar ik geloof tegelijk dat er meer is dan onze traditie. Wij kunnen de zeggingskracht van de Bijbel niet opsluiten in onze traditie en gewoonten. We moeten onszelf en ons gemeentelijk leven onder de kritiek van de Bijbel stellen. Voor mij is duidelijk geworden dat de gaven van de Geest onder ons te veel vergeten zijn. Mijn boek over profetie mag er hopelijk toe bijdragen dat de gemeenten opgebouwd worden in het geloof en een verdieping ondergaan in hun relatie met God, want de gaven van de Geest zijn daartoe gegeven. Die opbouw en opbloei zijn broodnodig.”
Ds. Geuze is iemand die een boodschap heeft met brede reikwijdte. Dat besef straalt hij uit en hij draagt het ook uit in boeken en brochures, zoals zijn eerdere publicatie De zegen van Pinksteren, een bundel bijbelstudies uit 1998. Wie zou vermoeden dat deze hervormde predikant het aloude gereformeerde spoor wil verlaten, zit ernaast. Hij wil in dat spoor verder. Staand voor zijn boekenkasten spreekt hij met liefde over zijn verbondenheid met de reformatorische vaderen, over de puriteinen en over de gereformeerde traditie. ,,Ik voel mij er van harte mee verbonden. Maar ik heb ook ontdekt dat er meer is. God is een God van verrassingen. Hij heeft nog veel voor Zijn gemeente in petto.”
 
Doop in de Heilige Geest
Hoe en wanneer is deze thematiek - Pinksteren, het werk van de Geest - voor u relevant geworden?
,,Het was in 1985 dat ik meer oog kreeg voor het werk van de Geest. Ik stond toen pas in een nieuwe gemeente - Noorden in Zuid-Holland - en ik merkte dat de prediking voor mijn gevoel niet overkwam en dat ik weinig kracht had. Landde de boodschap wel? Dat wierp me terug op mezelf. Wat was er mis? Wat ontbrak er? Dat was een moeilijke tijd. Ik ben onder anderen door dr. Martyn Lloyd-Jones - zijn boek Joy Unspeakable (in 1995 vertaald als Onuitsprekelijke vreugde, red.) - op het spoor gezet om mij te bezinnen op de betekenis van Pinksteren. Lloyd-Jones schreef dat wie eraan twijfelt of hij wel gedoopt is in de Geest, dat zeer waarschijnlijk niet is. Dat kwam hard bij mij aan. Ik kende de vervulling met en de inwoning van de Geest wel bijbels en theologisch, maar niet uit ervaring. Ik deelde niet werkelijk in de zegen van Pinksteren, zoals het Nieuwe Testament daarover spreekt. Het gemis aan geestelijke kracht dat ik ervoer, bracht me tot gebed en leidde tot bijbelstudie. Ik heb toen onverwachts ervaren vervuld te worden met de Geest. Dat ben ik eigenlijk nooit meer kwijtgeraakt. Dat de Geest in je lichaam woont als Zijn tempel, dat was een nieuwe werkelijkheid voor mij.”
 
Waar leidde dit concreet toe?
,,De vervulling met de Geest leidde tot voorbede, lofprijzing, openbaring in kennis van de Schrift en van de grote werken van God en toerusting met kracht om te getuigen. Maar ook ontving ik gaven van de Geest in mijn leven, onder andere de gave van profetie. In mijn gemeente heb ik toen een reeks preken gehouden over de betekenis van Pinksteren. Het eigen werk van de Geest kwam daarin naar voren tot verheerlijking van de Vader en de Zoon, tot opbouw van Zijn gemeente en tot de komst van Zijn Koninkrijk. Ik kreeg toen ook een sterkere toekomstverwachting, die leidde in 1999 tot de publicatie van Onze hoop: de Redder komt als Rechter.’’
 
Hoe werd en wordt daarop gereageerd door de gemeenteleden en ook door collega-predikanten?
,,De mensen uit de gemeente zeiden: Die aandacht voor de Heilige Geest en de Pinksterzegen kennen we zo niet. Het leidde tot verdieping in het geloofsleven. Met collega’s heb ik er natuurlijk ook over gesproken en ik heb er ook over geschreven. Wat mij opviel, was het afwerende in veel reacties. Men gaf mij als antwoord dat we het niet te veel over de Geest als zelfstandig Goddelijk Persoon moeten hebben, maar vooral over Jezus. Men was tegelijk bang voor ervaring, want daarmee kan men alle kanten opgaan. Dat zien collega’s en ook gemeenteleden als een gevaar. Maar ik denk dat Geest en Woord heel dicht bij elkaar behoren. In het Nieuwe Testament zien we veel ervaring en we zien de Geest aan het werk in de stichting en de opbouw van gemeenten en van gelovigen. Ervaring moet je dus niet buitensluiten. Die behoort er juist helemaal bij, maar wel ervaring naar het Woord en door de Geest. Zó komt God tot ons en ook in ons. Maar niet los van het Woord. Je moet de zaak niet uit bijbels verband trekken: niet alleen nadruk leggen op het Woord en het geloof in Gods beloften ten koste van de ervaring van de Geest en Zijn inwoning. Maar ook niet andersom.”
 
Geloofsverdieping
Ziet u de inwoning van de Geest als een ‘second blessing’, een tweede zegening? Dat wordt wel beschouwd als een tweede fase in het christen zijn.
,,Nee, ik zou het geen second blessing willen noemen. Wedergeboorte en vervulling met de Geest - met de gaven van de Geest - vormen bijbels gezien een eenheid. Dat dit in de praktijk vaak zo niet werkt, doet daarvan niets af. Wel kun je spreken van een verdieping in je geloof. Er zijn niveau’s in de persoonlijke relatie met God. Vroeger werden dat wel ‘standen’ genoemd of ‘trappen’. Daar spreekt de Bijbel over en daar geloof ik in, maar niet om elite-christenen te maken. Dat laatste is niet aan de orde. De werkingen, vruchten en gaven van de Heilige Geest zijn er voor de hele gemeente en voor alle christenen. Maar de Geest deelt die uit aan wie Hij wil en hoe Hij wil. God kan rijke, nadere zegeningen geven in je leven. Dan geldt: Wie veel ontvangt, is geroepen om veel te dienen. Anders gezegd: De takken die het rijkst met vruchten zijn beladen, buigen het diepst. Dat leidt tot grote verwondering, diepe verootmoediging en beginnende aanbidding. Daarbij blijven wij lekkende vaten, die altijd opnieuw gevuld moeten worden. En al deze werkingen, vruchten en gaven zijn eerstelingen, voorschot en voorsmaak, van de volle oogst die wij verwachten. Wij kunnen er dus nooit groot en zelfgenoegzaam mee worden. Ook het zuchten blijft. We blijven reikhalzend uitzien naar Christus’ terugkomst in heerlijkheid en naar Zijn Koninkrijk voor Israël en de volkeren.’’
 
Veel gelovigen uit de traditionele kerken vinden het spreken over de inwoning van de Geest maar een vaag verhaal. Duidelijk is wel dat het een ‘extra’ is in het geloofsleven. Maar wat is het precies?
,,Het is groei in de kennis van de Vader, van de Zoon en van de Geest. Een intensere beleving van de relatie met de Drie-enige God. Je leert God beter kennen, maar ook jezelf. Je krijgt oog voor de Pinksterzegen van de Geest, zoals die tot uiting komt in Zijn gaven als tongentaal, profetie, onderscheiding van geesten, genezing, bevrijding, enzovoorts.. Het besef dat je hiervan krijgt, leidt tot een verlangen om het ook daadwerkelijk te zien en nog meer te ervaren, om de stroom van de Geest ruim baan te geven in onze gebroken wereld en ons vaak zo dorre kerkelijke leven. Zou Hij niet veel meer willen doen in onze levens en in onze gemeenten? Het verlangen daarnaar wordt groot. Wanneer je gaat zoeken in de Bijbel, vind je sporen en aanwijzingen hoe dat zou kunnen. Als je studie maakt van de praktijk van de nieuwtestamentische gemeente, krijg je in beeld hoe de bedieningen van Christus daarin functioneren: apostelen, profeten, evangelisten, herders en leraars, ouderlingen en diakenen, enzovoorts. Je kunt onderscheiden tussen mensen die de gave van de profetie ontvangen en mensen die de bediening van profeet ontvangen. Het eerste is meer incidenteel, een bediening is meer blijvend.”
 
Prediking
Nu wordt in de protestantse traditie de prediking gezien als profetisch. Het ambt van predikant is een profetisch ambt, preken is – als het goed is - het uitoefenen van de profetische bediening. Is er niet alle reden toe dit zo te zien? De profetieën die u citeert in uw boek zitten veelal inhoudelijk dicht bij de zondagse verkondiging.
,,Dat is een misverstand. In het Nieuwe Testament worden de woorden profetie en profeteren nooit gebruikt om de verkondiging van het Evangelie aan te duiden. Profetie is daarvan onderscheiden. Profetie kun je Gods ‘nú-woord’ noemen. Het is een boodschap van God die gericht is op een specifieke situatie. Prediking is algemener en heeft als inhoud het blijvende en eeuwige Woord van God.”
 
Maar prediking behoort toch ook contextueel te zijn? Tijdens hun opleiding leren aanstaande predikanten om tijdbetrokken te preken. Vanuit de tekst moeten zij een brug slaan naar de situatie van de gemeente en de individuele gelovigen.
,,Dat is waar, een preek behoort een hoog profetisch gehalte te hebben. Maar tegelijk moet je constateren dat te veel preken een algemeen en tijdloos karakter dragen en niet in directe zin een boodschap zijn van God: een directe boodschap van God op dìt moment aan déze gemeente. Want dat is het eigene van profetie. In de voorbereiding van de preek zul je als dominee aan God vragen: wat is Uw boodschap voor deze gemeente op deze zondag? Tijdens het houden van de preek moet er ook ruimte zijn voor het directe spreken van de Geest. Er moeten ‘open plekken’ zijn. Als je alles van begin tot eind uitgeschreven hebt, kan dan de Geest nog wel iets kwijt tijdens de dienst, waar we aan het begin van de dienst om bidden? Ik heb zelf op een gegeven moment de gewoonte om mijn preek uit te schrijven los gelaten. Ik preek nu met behulp van aantekeningen. Wat ik zeg, staat voor een deel nog open. Dat schept ruimte voor het levende spreken van de Geest.’’
 
Bent u het eens met de stelling dat een profetie en een preek heel dicht bij elkaar kunnen staan, maar dat in de ene traditie men het gewoon een preek noemt, in een andere traditie een profetie van de Geest?
,,Met die stelling ben ik het ten dele eens. Je ziet hier toch ook het werk van de Geest, die wegen baant waar ze niet zijn: in gemeenten waar men profetie niet kent of erkent, spreekt de Geest toch en laat Hij Gods boodschap horen in en door de prediking. Maar profetie is naar bijbels gehalte beslist meer dan alleen de prediking. In mijn boek staat een profetie die iemand kreeg, waarin het ging om een jongeman die worstelde met homofiele gevoelens. Deze profetie hield een bemoediging in voor deze jongeman. Dan kun je zeggen: in een preek waarin homofilie voorkomt kunnen dezelfde zaken aan de orde komen. Maar ik vind het indrukwekkend en bemoedigend dat Gods Geest direct wil spreken in onze situatie, over de problematiek waarin de betreffende jongeman zich bevindt. Het gaat dan niet meer in algemene zin over dit onderwerp, maar toegespitst op het leven van deze jongen. Zo wordt ervaren dat God aanwezig is en Hij wordt erdoor verheerlijkt. Wanneer je zegt dat het weinig toevoegt, ben ik het daarmee niet eens. Je kunt de zaken heel verstandelijk benaderen, maar er is nog iets anders nodig, noem het ‘profetisch aanvoelen’. Je moet er oren voor hebben èn je moet er wel in geloven dat God vandaag direct tot ons spreken wil.”
 
Eredienst
Uw visie op profetie heeft ook betekenis voor de eredienst zoals we die in de protestantse traditie kennen. In 1 Corinthiërs 14 staat dat meerdere profeten mogen spreken tijdens de samenkomst van de gemeente. Vindt u dat het roer om moet?
,,Het roer moet je nooit van de een op de andere dag omgooien. Dat kan niet, want je moet een gemeente meekrijgen in een verandering. Draagvlak is belangrijk, anders bouwt het de gemeente niet op. Wat ik op dit moment belangrijk vind, is bezinning op de erediensten. Concreet zou er ruimte moeten komen voor aanbidding en lofprijzing. We zingen vaak nog de psalmberijming van 1773 en ik ben daar zelf ook aan gehecht, maar het is wel een berijming in de taal van twee eeuwen geleden. Is dat geen aanklacht?
Ik vind het een zegen van onze tijd dat er opwekkingsliederen bestaan, waarin je je direct op God kunt richten. Veel psalmen gaan óver God, terwijl opwekkingsliederen vaak gericht zijn tót God. Dat spreekt mij aan.
Daarnaast zou het mooi zijn wanneer er de mogelijkheid was voor persoonlijke getuigenissen. We hebben hier in Nunspeet tijdens jeugddiensten en appèldiensten indrukwekkende getuigenissen mogen horen. Dat bouwt de gemeente op, dat stimuleert mensen in hun geloofsleven en het maakt indruk op mensen van buitenaf.
Ook vind ik dat gemeenteleden veel meer ingeschakeld zouden moeten worden in de eredienst. Het behoeft helemaal niet een ‘éénmansbediening’ te zijn. Dat zijn we wel zo gewend, maar van het begin is het volgens het Nieuwe Testament zo niet geweest. Uit Paulus’ brieven rijst een ander beeld op van de samenkomst van de christelijke gemeente. In die tijd was het een levendig gebeuren, waarin ook gelovige gemeenteleden aan het woord kwamen. Maar begrijp me goed: ik wil beslist niet af van de preek zoals we die kennen. De prediking is fundamenteel; prediking van het hele Woord in de betoning van Geest en kracht. Daaraan mag niet tekort gedaan worden. Maar ik pleit wel voor meer variatie daaromheen, zodat de Geest meer ruimte krijgt om tot de gemeente te spreken.”

2. Oogst – maart 2005 
Recensie door P.A. Siebesma

Profetie, Onmisbaar voor de christelijke gemeente
door ds. M.D. Geuze
prijs € 9,95; 168 blz.; Uitgeverij Gideon, Hoornaar 2004.

Profetie

In zijn nieuwste boek vraagt Ds. M.D. Geuze aandacht voor de gave van profetie, niet in de traditionele zin van woordverkondiging, maar in de zin van hedendaagse openbaringen en verkondigingen van Gods wil.

In twaalf hoofdstukken behandelt hij wat profetie precies inhoudt, dat het aan de Schrift gebonden dient te zijn, hoe het getoetst kan worden en ook heel belangrijk hoe het in de praktijk van het gemeenteleven werkt. Ieder hoofdstuk heeft een vaste opbouw: eerst worden de bijbelse gegevens behandeld, gevolgd door praktijkvoorbeelden uit het heden en het verleden. Vooral deze voorbeelden kunnen duidelijk maken dat profetie niet alleen iets was voor de apostolische tijd, maar ook voor nu.

Elk hoofdstuk wordt afgesloten met een gebed en met vragen voor verdere studie. Het is bedoeld als werkboek. Persoonlijk ben ik zeer positief over dit boek. Er is in Nederland, zeker vanuit reformatorische hoek, weinig geschreven over de gave van profetie.

Gezien de achtergrond van de schrijver en het gebruik van de Statenvertaling is dit boek gericht op lezers uit de rechterflank van de Gereformeerde gezindte, maar ook evangelische lezers kunnen er veel van leren. Toch heb ik wel wat vragen, niet zozeer bij de inhoud, als wel bij de uitwerking. Wanneer de auteur schrijft over het 'ieder heeft iets' principe (1 Kor. 14) in de christelijke samenkomst, waarbinnen de gave van profetie uitgeoefend dient te worden, dan vraag ik me wel af hoeveel ruimte er is binnen een traditionele reformatorische gemeente. M.i. niet of nauwelijks.

Profetie, zoals hier bedoeld, kan binnen reformatorische setting alleen maar functioneren buiten de officiële erediensten om, bijvoorbeeld in een bijbelkring of gebedskring. Dit geldt overigens evenzeer voor veel evangelische diensten. Misschien dat daarom de hernieuwde belangstelling voor profetie ook ertoe zal leiden ons opnieuw te bezinnen over wezen en inhoud van de christelijke eredienst. Van harte aanbevolen!


1. Uitdaging – januari 2005

In Profetie
onmisbaar voor de christelijke gemeente
ds. M.D. de Geuze
Gideon, Hoornaar, 168 pagina's, € 9,95. ISBN 906067 841 9

Geuze waarschuwt: Misken de profetie niet

door Henk Jan Kamsteeg

Moeten we verlangen naar meer van de Geest of is het juist meer dan genoeg? Nieuwe boeken over deze interessante vraag stapelen zich op. Ook ds. M.D. (Thijs) de Geuze doet een duit in het zakje.

De titel van het boek van De Geuze maakt direct duidelijk waar de Hervormd predikant uit Nunspeet staat. In Profetie, onmisbaar voor de christelijke gemeente (Gideon, Hoornaar, 168 pagina's, € 9,95. ISBN 906067 841 9) betoogt de voorganger dat we moeten verlangen naar deze Geestesgave. "Profetie is een onmisbare gave voor het volk van God van alle tijden en plaatsen."

De aftrap van De Geuze in zijn inleiding, zet direct de toon voor de rest van zijn betoog. De gaven van de Heilige Geest zijn volgens de auteur geen luxe artikelen en speelgoedjes, maar juwelen van de Bruidegom voor zijn bruidsgemeente om haar te versieren en te verrijken, om haar tot volwassenheid te leiden."

De oproep die de predikant doet, is naar eigen zeggen eigenlijk niet meer dan de gehoorzaamheid aan de woorden van Paulus in 1 Korinthiërs 14: IJvert om te profeteren'. Om helderheid in de discussie te krijgen, begint De Geuze met te verklaren dat dit profeteren meer is dan preken alleen. "Prediking is de vrucht van voorbereide uitleg en de toepassing van gegeven openbaring in de Heilige Schrift, terwijl profetie de vrucht is van het doorgeven van een nieuwe openbaring, die direct door God gegeven wordt." En, zo vult hij direct aan, dit nieuwe gaat nooit in tegen wat in de Bijbel geschreven staat.

In de eerste zes hoofdstukken komt De Geuze vooral tegemoet aan de lezer die nog twijfelt of profetie wel een gave is van deze tijd. Met voorbeelden uit het Oude en Nieuwe Testament en uit tegenwoordige tijd legt hij uit hoe profetie werkt. Hierin schroomt hij niet rijkelijk te verwijzen naar bijbelteksten. Zelfs zoveel dat het gevaar dreigt door de bomen het bos niet meer te zien. Maar, zo moet gezegd, ideaal voor een grondige bijbelstudie over dit onderwerp.

Halverwege zijn boek gaat De Geuze meer in op de praktijksituatie. Hij waarschuwt duidelijk tegen verkeerd gebruik van de gave van profetie. Zo moet deze gave alleen worden uitgeoefend wanneer er verantwoordelijke gemeenteleiders aanwezig zijn, die deze gave in goede banen kunnen leiden, haar door de Geest kunnen toetsen en weten hoe zij er gevolg aan kunnen geven. Kortom: ook de gave van het onderscheiden van Geesten is een vereiste.

De Geuze waarschuwt ervoor de gaven van de Geest te miskennen en te verachten. Dit gebeurt volgens hem door ongeloof, trots, toorn en spot. Het is volgens hem ook een merkwaardige misvatting te denken dat deze gave alleen voor de apostolische tijd bestemd zou zijn. "Deze visie heeft niet weinig bijgedragen tot verachting van de profetie. Profetische stemmen worden niet gehoord, maar gesmoord."
De neiging om profetische woorden wat lacherig met een korreltje zout te nemen, moet worden onderdrukt. Het verachten van een profetie is volgens de auteur namelijk vaak het gevolg van vleselijke hoogmoed en intellectuele ijdelheid, waarin satan u graag vangt."

In plaats van de gave van profetie dus links te laten liggen, moeten christenen ernaar streven te profeteren. Hoe? De Geuze geeft in zijn nawoord enkele tips. Een daarvan is God te danken voor wat Hij heeft beloofd over deze gave en door volhardend te bidden of Hij deze gave aan zijn gemeente wil geven. De Geuze sluit af met een citaat van K. Runia: "Uw gave leren kennen vergt tijd. Uw gave gebruiken vergt de rest van uw leven."

www.vergadering.nu